Jongeren in Limburg zouden steeds minder geïnteresseerd zijn in carnavalstradities. Een beetje hossen, zuipen en versieren lukt nog wel, maar sommige carnavalsverenigingen hebben de grootste moeite om nog iemand te vinden die prins wil zijn. Mike de Tweede, de jeugdprins in Limbrecht, was de enige in de klas die zich aanmeldde.
Om jongeren weer enthousiast te krijgen, besloten de Samenwerkende Limburgse verenigingen ieder een afgevaardigde langs de scholen te sturen. “Kan iemand van jullie mij uitleggen wat een 'schlager' is?”, vraagt Jean Mijntz, een van de Limburgers die zich dit jaar geroepen voelen scholieren de traditie van het carnaval, dat volgende week weer losbarst, bij te brengen. “Een slager is iemand die worst verkoopt”, roept een bijdehande achtste-groeper. “Nee, een schlager is een carnavalslied, dat met één slag erin gaat.” Een makkelijk te onthouden lied dus, met een eenvoudig ritme. Bij voorkeur gezongen in plaatselijk dialect.
De aula van basisschool de Lemborgh zit vol. De achterste rij is geheel gevuld met prins carnaval van Limbrecht en een deel van zijn Raad van Elf. Zij zitten ongemakkelijk met hun te lange lichaam op de kleine houten bankjes en luisteren naar de uitleg die Jean Mijntz bij een diaserie geeft. Ook op de laatste rij, maar meer op zijn gemak, zit Mike de Tweede. Hij is twaalf jaar en vervult deze weken een belangrijke rol in het dorp. “Vooral mijn opa is trots. Hij wilde al zo lang een prins in de familie, maar zijn vijf kinderen waren allemaal meisjes.” In Limbrecht mogen alleen jongens en mannen prins worden. Mara Kelders (13), zijn klasgenoot, is dit jaar wel uitgeroepen tot de prinses carnaval van de scouting.
Mike moet recepties af in de omliggende dorpen, die ook allemaal een prins of prinses hebben gekozen, samen met zijn jeugdige Raad van Elf. Zelfs voor hem zijn veel dingen die Jean Mijntz in zijn carnavalsles vertelt, volkomen nieuw.
Het carnaval zoals ze dat in Limburg uitbundig vieren, is in de vorige eeuw ontstaan. Toen werden de eerste optochten met praalwagens gehouden en kwamen er grote dorpsfeesten waar mensen verkleed naartoe gingen. Het voorbeeld zagen de Nederlanders in Pruisen. Nog steeds is het pak van prins carnaval geïnspireerd op het kostuum van de Duitse keizers van die tijd: een zwart met witte pofbroek, een witte maillot en een grote hoed met pauweveer. Mike heeft ook een staf met een harlekijn als handvat. Als hij die kwijtraakt, moet hij voor 250 gulden aan bier aan de vereniging geven, zo duur is die. Als hij toch mee wil hossen, laat hij zijn 'adjudant' er tijdelijk op passen.
“Waarom weten ze in Amsterdam niet wat carnaval vieren is?”, vraagt Mijntz aan de leerlingen. Stilte. Omdat carnaval oorspronkelijk een feest is van de katholieken. Daar zijn de meeste mensen altijd protestant geweest. Carnaval bestaat al veel langer als 'vastenavond', de feestavond voordat de katholieken veertig dagen vasten. Oftewel weinig aten tot pasen, vertelt Mijntz. 'Vastelaovend', noemen de Limburgers hun carnaval dan ook wel.
Mara vindt dat je de tradities beter leert door carnaval te vieren dan door er op school over te praten. “Mijn ouders zijn echte feestvierders. Ze nemen ons mee naar de kroeg en gaan zelf bij de bar staan. Wij gaan onze eigen gang, hossen en dansen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.