*

 
dossier

Archief

Voor de gein in Amerika solliciteren via Internet

DORIEN PELS − 22/01/97, 00:00

“Je moet er doorheen, zo simpel is dat”, zei Martijn van Breugel toen hij twee jaar geleden aan het laatste jaar van zijn telematica-opleiding begon. Maar zo simpel was het niet. Hij heeft het twee keer geprobeerd, maar hoorde beide keren bij de 65 procent van de leerlingen die het examen niet haalde. Hij moest zonder diploma van school af.

Martijn (23) heeft zes jaar lang op de MTS in Den Bosch gezeten. Zijn fascinatie voor computers is in die jaren steeds meer gegroeid. Hij bouwde zijn eigen computer, werkte mee aan de inrichting van een practicum-lokaal, ontdekte de wijde wereld van het Internet en ging met klasgenoten twee weken naar een school in Chigago.

Hij deed na de LTS de specialisatie 'telematica', dit jaar omgedoopt tot 'technische computerkunde'. Een opleiding met veel praktijklessen, maar ook veel theorie. De lessen gingen over datacommunicatie tussen computers, over de relatie tussen mens en computer, over hardware en software. Verder kreeg hij veel wiskunde, Engels en bedrijfskunde. Vooral de theorie-vakken vielen hem zwaar.

De eerste keer dat hij examen deed, nu twee jaar geleden, heeft hij de stof onderschat. “Ik was meer met allerlei hobbies bezig, zoals het bouwen van mijn eigen computer, muziek en het sleutelen aan electronica. En ik kwam iedere avond pas om zes uur thuis. Na het eten was er nog maar heel weinig tijd voor huiswerk. Terwijl je aan sommige vakken toch wel zo'n twee uur per avond moest werken.”

Hij mocht het jaar overdoen. Weer haalde hij middelmatige cijfers in de eerste helft van het jaar, maar met een beetje geluk zou hij het met de hakken over de sloot redden. Geluk had hij niet. Zijn klasseleraar en toen inmiddels goede vriend pleegde vlak voor de laatste examens zelfmoord. “We hadden samen het computerlokaal opgebouwd. Alleen hij en ik wisten hoe het netwerk en de programma's precies werken. Ik was zijn practicum-assistent en het liep allemaal heel goed. Eigenlijk liep alles van een leien dakje. Het kwam heel onverwacht.”

Echt alles op alles zetten, kwam er die laatste maanden niet van. Martijn wilde zo goed en zo kwaad als dat ging het lokaal draaiende houden en had een hoop verdriet.

Hij kwam aan het einde van het jaar vier van de zesendertig punten te kort. De school kon en wilde niets meer voor hem doen. Martijn ging werken bij het transportbedrijf in Raamsdonksveer waar hij al jaren als bijverdienste in het weekend meehielp met laden en lossen. Ook moet hij op zijn oude school af en toe inspringen als er problemen zijn met het netwerk. Hij vindt het jammer dat de school de zelfmoord van hun leraar in een doofpot heeft gestopt. “Ze wilden zo snel mogelijk vergeten wat er was gebeurd. Ik denk dat als ze het hele verhaal hadden voorgelegd aan een externe examencommissie, ik heel misschien nog een kansje had gekregen om vakken over te doen.”

Toch zoekt hij ook nu weer de schuld bij zichzelf. “Ik heb het onderschat. De theorie was weer het struikelblok. Dan heb ik namelijk geen mogelijkheid om iets te corrigeren. Als ik een computersysteem moet opbouwen en het werkt niet, ga ik net zolang sleutelen tot het het wel doet. Als ik het volgens regels uit een boekje op papier doe, moet het in één keer goed gaan. ”

Martijn heeft inmiddels regelmatig gesolliciteerd. Een keer mocht hij langskomen bij een bedrijf in Bussum dat computernetwerken bij bedrijven aanlegt en onderhoudt. Dat gesprek ging goed, maar ze kozen toch voor iemand met meer ervaring. Nu kijkt hij dagelijks de personeelsadvertenties in de regionale kranten door, en wacht nog op een antwoord van een school in Breda waar ze een systeembeheerder zoeken. Via Internet heeft hij ook gesolliciteerd bij Amerikaanse bedrijven. “Voor de gein, ik zie wel of er iets uitrolt.” Want eigenlijk wil hij nog niet weg uit Brabant. Hij woont nog bij zijn ouders en dat bevalt goed. Het werk op het transportbedrijf doet hij met plezier. “Ik heb er lol en ik word in ieder geval heel erg gespierd van het werk.”

's Avonds zit hij achter zijn computer en probeert alle nieuwe ontwikkelingen op het terrein van nieuwe media te volgen. Daar ligt zijn hart. “Het gaat zo snel allemaal, voor je het weet loop je hopeloos achter.”

Als hij zijn eigen droombaan moet beschrijven, zegt hij: “Ik zou graag een eigen bedrijfje willen hebben, homepages maken, netwerken installeren en intranets bij mensen aanleggen. Met een stuk of tien mensen samen, die zich er net zo hard voor willen inzetten als ik.”

Hij denkt erover om avondcursussen te gaan volgen. Ook zonder diploma heeft hij nog wel hoop op een baan, hoewel het wel moeilijker is. “Zonder diploma verdien je minder. Dat vind ik wel lullig, want er slagen ook mensen die nauwelijks een schroefje ergens in kunnen draaien.” Ondanks zijn eigen falen, zou hij de opleiding iedereen aanraden die geïnteresseerd is in computers. “Er zit daar heel veel kennis, de leraren zijn goed op de hoogte. Als ik het allemaal overnieuw kon doen, dan koos ik voor een opleiding waarmee je je nog gerichter kunt specialiseren.”

Martijn is nu zes maanden op zoek naar een baan, maar wanhopen doet hij voorlopig nog niet. Hij denkt dat er nog wel een bedrijf is dat hem kan gebruiken.

Hij is leergierig, hij wil zich graag inzetten, zou het niet erg vinden om op onregelmatige tijden te werken, denkt goed te kunnen samenwerken, en weet heel veel over computers. “De kunst van het werken met techniek is rustig blijven. Als je in paniek op allerlei knoppen gaat rammen, krijg je echt problemen. Ik heb vrienden de me met de simpelste vragen opbellen, omdat ze niet eerst kijken wat er met die machine gebeurt. Als ze kalm bleven, zouden ze het zelf ook wel kunnen oplossen.”

Hij zegt dat hij nog rustiger is geworden door het verdriet om zijn oude klasseleraar. Het is nog niet gesleten en Martijn denkt dagelijks aan hem, als hij zijn computer opstart. Die hebben ze samen gebouwd. Martijn heeft zijn boeken en aantekeningen overgenomen en kijkt nog vaak naar foto's waar hij op staat. Hij heeft veel over hem kunnen praten, met medeleerlingen en ook met zijn vrouw die hem thuis dood aantrof.

“Af en toe ben ik er ook niet helemaal bij. Dan zit ik op een heftruck en rijd een stukje te ver door. Ik respecteer zijn keuze helemaal niet. Hoe komt iemand erbij. Ik weet zeker dat als hij had geweten hoeveel mensen hij pijn zou doen, had hij het nooit gedaan.”

mailIcon print |