*

 
dossier

Archief

Zo'n mirakel hier in de Vrystaat

Antjie Krog − 05/03/99, 00:00

Nelson Mandela - volgende week op afscheidstournee in Nederland - staat op eenzame hoogte. Eerst ondergronds, toen 27 jaar gevangen, belichaamde hij het verzet tegen apartheid. Hij leidde Zuid-Afrika naar de democratie. Als president vergrootte hij zijn charisma nog - en dat is niet iedere politicus van formaat gegeven. In een korte reeks belicht Podium zijn nalatenschap. Vandaag de Zuid-Afrikaanse dichteres Antjie Krog: 'Mandela heeft zijn morele gezag in dienst gesteld van het onmogelijke.''

Het hing in de lucht, die warme decemberdag in 1989 nu bijna tien jaar geleden: de volstrekte tarting van het apartheidsregime. Niet dat er dadelijk iets veranderde, maar ieder van ons verloor gewoon zijn angst. Ze hingen op straat: vijf zwarte T-shirtjes aan hun hangertjes, wapperend in de stoffige plattelandse dorpsstraat. Op alle shirtjes stond hetzelfde gezicht van een man afgebeeld, en achterop een tekst: 'Ik zal vechten tegen zwarte overheersing zoals ik heb gevochten tegen blanke overheersing - en als het nodig is zal ik mijn leven daarvoor geven - Nelson Mandela.' Mijn adem stokte. Zag hij er zo uit? Had hij zulke dingen echt gezegd? Die T-shirtjes waren snel gekocht en trots paradeerden we ermee over straat. Op onze ruggen een van de belangrijkste morele uitspraken van de eeuw, gebezigd door een man die bereid was er een mensenleven lang voor te betalen. Twee maanden later werd Nelson Rohlihlahla Mandela vrijgelaten.

Het gebeurde tijdens de eerste Mandela-bijeenkomst op het platteland, in de provincie, bij ons in de Vrystaat. Urenlang zaten we in het verblindende zonlicht in het enorme stadion van Bloemfontein te wachten. We zongen het steeds opnieuw: Mandela, freedom is in your hands. Op de daken van de hoge gebouwen rond het stadion zag je de stipjes: honderden blanken die te bang waren om zich onder zoveel zwarten te mengen, maar die op deze zondagmiddag toch kwamen om niets van het schouwspel te missen. De hele ochtend stroomden duizenden mensen ordelijk in rijen het stadion binnen. Vanaf half twaalf tot kwart over vier zaten we daar met ons dertigduizenden te wachten. En ineens stond hij daar bij de ingang - alsof het de gewoonste zaak van de wereld was. Geen beter symbool was denkbaar: hij torende boven iedereen uit in zijn biscuitkleurige pak en smalle rode das. Met zijn vuist in de lucht liep hij langzaam het hele stadion rond, te midden van het uitzinnige publiek. Met elke stap die hij zette belichaamde hij de dromen en verzuchtingen van de aanwezigen. Toen hij voorbij liep, leek het net of hij ieder persoonlijk aankeek. Plotseling barstte iedereen los in het Free Nelson Mandela-lied. Het ging als een storm over de stad en echode door de warme slapende witte woonwijken. Bij het zingen van Nkosi sikelel' iAfrika leek het alsof alle angst, de kwellingen, het verzet, de agressie, de vergeefsheid, de woede als een korst loslieten om je huid. We lieten onze tranen de vrije loop. 'Zo'n mirakel van een man, hier in de Vrystaat' klonk het achter mij.

Drie jaren later volgden de eerste democratische verkiezingen en Nelson Mandela werd onze eerste president. Tijdens zijn inhuldiging op het terrein voor de Unie-gebouwen in Pretoria traden twee imbongi's op, traditionele lofdichters. Hun optreden was een pikante saus over een overigens volledig westers aangeklede plechtigheid. Juist de imbongi's hadden de belangrijke taak om aan de miljoenen zwarte Zuid-Afrikanen uit te leggen in welke context ze Mandela moesten zien en met welke erfenis hij kwam. De imbongi vervult van oudsher de rol van collectief geheugen, vertolkt de de geschiedenis, de ervaringen van een volk. Uit het collectieve geheugen werd de man die jarenlang onzichtbaar op Robbeneiland zat, historisch en politiek letterlijk weer ingelijfd in de samenleving.

De imbongi's zijn geen kritiekloze nalopers. Een van hen maakte er gewag van dat Mandela daar niet zomaar op dat podium stond, dat hij niet dankzij eigen kracht of reputatie was teruggekeerd, maar juist als collectief leider door velen naar die historische plek was gedragen. In poëtische taal werd de hele stamboom van Mandela erbijgehaald om duidelijk te maken dat hij niet de minste is: 'Rohlihlahla, losgetrokken tak van lang geleden...' Rohlihlahla is gevormd uit het werkwoord rola, uittrekken, en ihlahla, tak. Figuurlijk betekent deze naam: iemand die het zichzelf en anderen niet gemakkelijk maakt. Het is een profetische naam, die Mandela bij zijn geboorte kreeg. De sporen die de tak op de grond maakt, worden het werkwoord waarmee wordt ingespeeld op deze erenaam. Maar tegelijkertijd staat de naam Rohlihlahla voor het verdriet en de verschrikkingen die Mandela te beurt vielen.

Mandela, icoon van de twintigste eeuw. Mandela, zwarte Pimpernel. De poëzie uit de tijd van het verzet tegen de apartheid noemt hem: hij die niet lacht en niet huilt. Met een gezicht als uit steen gehouwen. De man die zevenentwintig jaar van zijn leven beroofd was van zijn vrijheid en geen eigen gezicht meer had. Die een masker was geworden. Maar een man wiens gezicht een en al glimlach is sinds zijn huwelijk met Graça Machel. De man die zich tijdens zijn scheiding van Winnie Mandela in de rechtszaal liet ontvallen: 'Ik was vrijgelaten uit de gevangenis, maar nog nooit ben ik zo eenzaam geweest.'

Sinds 1990 verschijnt de man die zeventwintig jaar lang alleen te maken had met cipiers ineens in het gezelschap van koningen en kelners. Zijn portret is ineens overal: in paleizen, ambassades, directiekamers, woningen, aan lantaarnpalen, in krottenbuurten. Hij deelt zijn stralende charme met duizenden. Mandela is het symbool geworden van wat voor onmogelijk werd gehouden. Hij kan bij Betsie Verwoerd, de vrouw van de in 1966 vermoorde premier Hendrik Verwoerd op de thee gaan en ze zal hem geëerd en zonder een centje pijn de hand schudden, het doet haar reputatie alleen maar goed. Mandela kan Kadafi omhelzen en Bill Clinton zal zich veilig voelen in zijn armen.

Mandela maakt het onmogelijke mogelijk. Stormen bezweert hij, hij brengt voorspoed. Als morele barometer zorgt hij ervoor dat blank en zwart elkaar geen haar zullen krenken. Politiek is de kunst van het haalbare. Maar het beleid van Mandela berust op de kunst van het onmogelijke. Zijn nalatenschap bestaat hierin, dat hij zijn morele gezag in dienst heeft gesteld van het onmogelijke. Daarin is hij uniek. Mandela is een zwarte man in een racistische wereld en daar zit 'm de kneep: hij is een zwarte man die de blanken heeft gewogen en beoordeeld op hun eigen morele waarden en hen te licht heeft bevonden.

De nalatenschap van Mandela bestaat erin dat hij de definitie van politiek heeft omgebogen van de kunst van het haalbare naar de kunst van het onmogelijke. Bovendien is hij het levende bewijs dat een doorleefde moraal de enige brug is die daarnaar voert. Hij heeft getoond dat het een politiek leider mogelijk is zijn diepste morele overtuiging te volgen en onbesmet te blijven.

Maar voor de gewone mensen is het grootste dat hij nalaat: waardigheid - niet zozeer voor Zuid-Afrikanen, zelfs niet zozeer voor zwarten, maar voor de voormalige belijders van de apartheid. Door zijn leven laat hij zwart èn blank waardig achter, en voor ons blanken geldt: eindelijk, na driehonderd jaar, ook menswaardig.

mailIcon print |