*

 
dossier

Archief

Hobbema-kommando roept de revolutie toch maar niet uit

BIJDRAGEN: RUUT VERHOEVEN; RUUD VAN HAASTRECHT; HELENE BUTIJN − 07/05/98, 00:00

Het is verkiezingsdag en de tijden van Karl Liebknecht en Rosa Luxemburg herleven. Op de straathoek vlakbij de Amsterdamse dierentuin Artis wapperen de rode banieren. Terwijl socialistische straatliederen over straat schallen, beklimt Fidel Castro's look-alike de glazenwassersladder. Dreigt de revolutie? Maar nee: 'Ceci n'est pas une revolution', lezen verontruste voorbijgangers op een bord met de beeltenis van Lenin erop.

Het 'Hobbema-kommando' laat weer van zich horen. Eind januari luidde de ludieke tak van de Chaoten de zestigste verjaardag van hare majesteit in door op de Dam de Republiek uit te roepen. De actiegroep noemt zichzelf naar een fake-ontruiming, dit voorjaar, van een pand aan de Hobbemakade, inmiddels écht ontruimd. Chaoot Kees deed toen mee als ME'er en hanteerde vlijtig de schuimrubberen knuppel. “Ja, dat was heerlijk rossen”, herinnert hij zich.

Deze dag na Bevrijdingsdag heeft het geheimzinnige kommando de pers besteld in café De Krater in de Plantagebuurt, pleisterplek voor universiteitsstudenten. Om kwart voor twaalf druppelt het journaille binnen. Een uur later zitten ze er nog. Om de minuut haalt 'verbindingsofficier' Kees een buzzer uit z'n jaszak. Maar nee, nog geen bericht van de troepen te velde. De pers begint zo zoetjes aan te vermoeden dat ze zélf de grap zijn. Een steeds zenuwachtiger wordende Kees geeft dan maar het vertreksein en staat op. Dan gaat eindelijk de buzzer af. “Zes, zes, zes! Dat zijn ze!”, leest Kees hardop. Het getal van de antichrist.

Op de fiets gaat het in colonne naar de Plantage Middenlaan, waar in Studio Plantage VVD-leider Bolkestein en GroenLinkser Rosenmöller voor de camera's de degens kruisen. Ze zijn nog onwetend van Fidel die straks tegen de ruiten tikt. Beneden beklimt Bakoenin intussen de zeepkist. “Kapitalisten aller landen, vereeuwigt u!”, roept hij zijn toehoorders toe. Nederig biedt hij 'de trotse proletariërs van Nederland en de heer Bolkestein' zijn excuses aan voor 'onze misstappen in het verleden en het uitblijven van de socialistische heilstaat'. “Wij wilden dat niet zien tot Bolkestein onze ogen opende”, oreert de zwartgewenkbrauwde Bakoenin. “Een volk dat voor Bolkestein kiest, zal meer dan lijf en leden verliezen. Dan rijdt iedereen in een rolstoel”, varieert hij op Van Randwijks beroemde gedicht. Zijn in legergroen gestoken secondanten knikken instemmend en trekken nog eens aan hun havanna. “Ze moeten allemaal weer terug naar Siberië”, zegt een oudere Amsterdammer met de fiets aan de hand fel tegen een leeftijdsgenoot. “Godsklere, moet je 's kijken wat daar voor ellende aangericht is!”

Dan blaast het Hobbema-kommando de aftocht. In De Kalenderpanden tegenover Artis, een van de laatste krakersbolwerken in de stad, wordt er in eigen kring nog gezellig nageborreld. Spoedig is de stoet van rode vaandels met hamer en sikkel nog slechts kleine stipjes in de verte. Voorlopig houdt de bourgoisie het in Nederland nog voor het zeggen.

mailIcon print |