GRONINGEN - Van het vijf uur durende verhoor, dat plaats had in een ruimte van het Zernike College in Haren - Bianca's school - is het eerste uur niet opgenomen, omdat de rijksrechercheur die het verhoor afnam, inspecteur R. M. Koster, vergat de band aan te zetten.
De volgende vier uren zijn wel geregistreerd. De kwaliteit van de opname bleek echter zo slecht dat het Gerechtelijk laboratorium in Rijswijk de banden moest 'opwaarderen'. Door ze vervolgens in Rijswijk af te luisteren met hulp van speciale apparatuur, kon de politieman die het hele verhoor moest uittikken, de stemmen van de mannen redelijk horen. Maar de antwoorden van Bianca waren grotendeels onhoorbaar, onverstaanbaar en in ieder geval volgens de transcriptie opmerkelijk beknopt.
In de aanhef van het uiteindelijke proces-verbaal dat op basis van het verhoor in het Zernike College is opgesteld, schrijft rijksrechercheur Koster dat de verklaring “zoveel mogelijk in de woorden van (Bianca) Lancee is weergegeven.” Vervolgens wordt zij twaalf bladzijden sprekend opgevoerd.
Zij legt een zeer gedetailleerde verklaring af, waarin zij vertelt over haar jeugd, verkrachtingen door haar vader, ontucht door jongens op het eiland, een zwangerschap waarbij het kind verdween, verkrachtingen en ontucht door kennissen van de vader en ernstige mishandelingen met messen en andere voorwerpen. Van die aantijgingen is vrijwel niets terug te vinden in de transcriptie van het politieverhoor. Op basis van het proces-verbaal werd Lancee thuis op Schiermonnikoog opgepakt en gevangen gezet.
Mentor
T. Monteban, wiskundeleraar van het Zernike College, was bij het verhoor aanwezig. Hij was mentor van Bianca Lancee. Tegen hem had het meisje in eerdere gesprekken verteld van het seksueel misbruik dat haar thuis was overkomen.
Monteban bevestigt dat Bianca tijdens het verhoor “niet erg praterig” was. “Wat er in het proces-verbaal staat, zijn allemaal zaken die Bianca eerder heeft verklaard. Aan mij, maar ook aan Dorhout (destijds officier van justitie in Groningen en derde aanwezige bij verhoor, afgezien van Bianca dan -red.). Ze had er op het moment zelf niet zo'n trek in om te praten. Er zijn dus toen wel wat suggestieve vragen gesteld. Zo van, je hebt eerder dát en dát verteld. Maar dat wil nog niet zeggen dat het verhaal door anderen is bedacht.”
“Feit is en blijft dat de dochter van Lancee dat verhaal heeft verzonnen. Dit verhoor was het eerste officiële contact met justitie. Ik kon wat ze me had verteld, niet langer onder me houden. Eigenlijk was voor mij dat verhoor de afsluiting van mijn begeleiding van Bianca. Het lag toen in handen van justitie, waar het thuishoorde.”
Monteban erkent dat rijksrechercheur Koster de enige was in het gezelschap dat op maandag 22 april 1996 in het Zernike College bijeen kwam, die niet al eerder met Bianca had gesproken. Hij heeft de zware beschuldigingen van het meisje niet of slechts mondjesmaat van haarzelf kunnen horen, maar zich moeten baseren op de inhoud van de leidende vragen die Monteban en Dorhout stelden. Althans daar lijkt het op.
Zelf verklaart Koster daar anders over. In zijn proces-verbaal van het verhoor meldt hij dat Bianca Lancee steeds zachter ging praten. “Ik merkte dat de antwoorden steeds minder duidelijk verstaanbaar zouden zijn terug te luisteren en heb toen bij verreweg de meeste antwoorden ervoor gekozen deze te herhalen of te resumeren. Tevens maakte ik een aantal aantekeningen. Aan de hand van deze werkwijze was het achteraf toch mogelijk de door haar afgelegde verklaring op schrift te stellen.”
Verder maakt de rijksrechercheur gewag van enkele pauzes, waarin Dorhout en Monteban de gelegenheid kregen vragen “in te brengen”. Vooraf was namelijk afgesproken dat Dorhout en Monteban zich niet inhoudelijk in het gesprek zouden mengen. Niettemin komen tijdens het verhoor Monteban 83 keer en Dorhout 35 keer aan het woord.
Op z'n minst is de indruk gewekt dat de rijksrechercheur een belangrijke sturende rol had in de 'verklaring' die Bianca Lancee uiteindelijk aflegde. Koster spreekt met haar langdurig over een zwangerschap, die Bianca rond haar twaalfde zou hebben meegemaakt. Het verhoor:
Koster: (. . .) Het waren twee handen op één buik, Ilonka (Bianca's oudere zus - red.) en jouw vader, letterlijk, maar dan jouw buik. Welke tijd praten we nu over, dat Ilonka en je vader samen met jou bezig waren? Laatste twee jaar, hier aan de wal of nog steeds de laatste twee jaar op het eiland?
Bianca: (kort onverstaanbaar antwoord).
Koster: Welk jaar ben je in verwachting geweest, weet je dat nog? Toen je 12 was?
Bianca: (kort onverstaanbaar antwoord).
Koster: Hoe zeg je?
Bianca: (kort onverstaanbaar antwoord).
Koster: Ja, was je al negen maanden in verwachting, had je een dikke buik?
Bianca: (onverstaanbaar, enkele woorden).
Koster: Nee. Hoe is dat verder gegaan, vertel maar eens, met die zwangerschap? Hoe is het begonnen, dat kunnen we wel ongeveer raden, maar hoe is het verder gegaan? Wist je vader het ook al vrij gauw dat je in verwachting was? Of Ilonka? Wist ze er niks van?
Bianca: (kort onverstaanbaar antwooord).
Verderop in het verhoor probeert de rijksrechercheur de datum vast te stellen van de geboorte van het kind. Dat verliep aldus:
Koster: Het wordt nu tijd dat je de datum geeft, dan heb ik dat in ieder geval wel.
Bianca: (geen antwoord of onverstaanbaar).
Koster: (onverstaanbaar).
Bianca: (kort antwoord, onverstaanbaar).
Koster: Hé.
Bianca: (onverstaanbaar kort antwoord).
Koster: Wat denk je dat het voor datum was?
Bianca: (onverstaanbaar) . . . twintigste.
Koster: De 28e?
Bianca: Denk ik.
Kosteren: Je bent niet 100 procent zeker van die datum?
Bianca: (kort onverstaanbaar antwoord).
Koster: Nee, maar als ik zeg het was de 8e, dan klopt het niet en als ik zeg het was de 29e klopt het ook niet, het moet dus de 20e of de 21e zijn, iets in die orde van grootte?
Bianca: Hm hm.
Koster: Wat doe je met die dag, die datum?
Bianca: Huh.
Koster: Slechte herinneringen, ook maar weer wegdringen?
In het proces-verbaal verklaart de 17-jarige vervolgens: “Ik denk dat ik twaalf jaar was toen ik in verwachting was. U kunt dat wel narekenen, want ik zat ruim een jaar op de mavo op Schier toen ik mijn kind kreeg. Volgens mij was het op 20 of 21 september en het zou dus 1992 zijn geweest. Ik heb die datum nooit tegen iemand genoemd, maar begrijp dat het voor het onderzoek belangrijk is om daar iets meer van af te weten.”
Aan het einde van het verhoor stelt Koster de tekst van een aangifte op, die Bianca zal moeten ondertekenen. Het blijkt dat het meisje grote aarzeling heeft haar handtekening te zetten. Ze wil niet dat er iets bekend wordt naar de media.
Domme dingen
Koster praat op haar in: “Wij doen geen domme dingen met mensen. Maak je maar geen zorgen dat wij domme dingen doen met eh wie dan ook ook op het eiland of eh . . . We zullen als we echt stappen moeten nemen die eh voor jou ook heel belangrijk kunnen zijn, zullen we ze ook aan je meedelen en dan zullen we ze ook met jou overleggen.”
Op een (korte, onverstaanbare) vraag van Bianca, kennelijk over wat er nu met haar vader gaat gebeuren, antwoordt Koster: “Dat kom je eerst te weten. Als wij je vader uitnodigen voor een gesprek, dan weet jij daar van.”
Vervolgens deelt Koster - vermoedelijk ook weer op een vraag van Bianca - mee dat zij zo spoedig mogelijk de uitgetikte tekst van het verhoor te zien krijgt en pas daarna haar goedkeuring hoeft te geven. En dat ze bovendien het recht heeft bepaalde passages te schrappen.
Bianca: “Jullie gaan niet onverwachts eh . . .” Nee, we behandelen je als een volwassen meid, zegt Koster, wij gaan echt niet met deze banden aan de haal. “Wij zijn namelijk bij uitstek een afdeling die gewoon zuiver met dit soort dingen om moeten gaan. Als wij er al niet zuiver mee omgaan, wie moet er dan nog wel zuiver mee omgaan in Nederland.”
Bianca Lancee heeft de tekst van het verhoor niet meer te zien gekregen en toen justitie een 25 man sterk arrestatieteam optrommelde om Lancee op te pakken, kreeg zij de keuze: of een nacht in een hotel onder politiebewaking, of een nacht in de politiecel. Toen de beslissing Lancee aan te houden eenmaal was genomen, bleek dat niets meer het justitiële apparaat kon stoppen.
Leugens
“Als je terugkijkt”, zegt wiskundeleraar Monteban, “kun je alleen maar vaststellen dat Bianca tijdens dat verhoor zo knel zat in haar leugens, dat ze niet meer wist hoe ze er uit moest komen. Ze deed alsof ze het met haar verklaring emotioneel erg moeilijk had, maar ze zat er vooral mee hoe ze zich uit haar volledig verzonnen verhaal moest draaien. Natuurlijk is er onrecht aangedaan aan Lancee, justitie heeft overhaaste stappen gezet, maar dat is wel gedaan vanuit de overtuiging dat dat meisje moest worden beschermd. Een kind in nood, dachten we. Maar het was een schreeuw om aandacht.”
“Ik blijf alleen nog zitten met de vraag waarom ze haar verhaal zo lang heeft volgehouden. Er waren toch wel momenten waarop ze zich had kunnen terugtrekken?”
De betrokkenheid van de leraar bij de affaire-Lancee kwam hem op een schriftelijke berisping van zijn schoolbestuur te staan. Hij zou de grenzen van het mentorschap hebben overtreden. Ook zou Monteban te laat hulpverlening hebben ingeroepen bij de leer- en concentratieproblemen van Bianca Lancee. Monteban mag drie jaar geen mentor meer zijn.
Over de beweegreden van justite om zonder deugdelijk nader onderzoek naar de beweringen van Bianca, de politiechef door een arrestatieteam van het eiland te laten halen, is ook bijna een jaar na dato nog geen afdoend antwoord gekomen.
Onderzoek
Na Kamervragen heeft minister Sorgdrager (justitie) de voorzitter van het college van procureurs-generaal, A. Docters van Leeuwen, opgedragen een onderzoek in te stellen. Advocaat Van Binsbergen heeft op de dag dat hij de transcriptie van het rijksrechercheverhoor ontving, 15 januari, de Haagse PG een brief gestuurd.
“Thans staat vast”, schrijft Van Binsbergen, “dat het openbaar ministerie ten tijde van de aanhouding van Lancee niet over enig deugdelijk bewijsmateriaal beschikte tegen hem en zijn gezin. Het lijkt er thans zelfs op dat rijksrechercheur Koster willens en wetens verkeerde informatie heeft verstrekt aan het openbaar ministerie. Naar de reden van deze verslaglegging kan slechts gegist worden”, aldus de brief. Gevraagd naar enig gegis, zegt Van Binsbergen: “Of justitie is heel dom bezig geweest, of er is meer aan de hand. Een opzettelijke actie richting Lancee misschien.”
Lancee zelf is overtuigd van een complot tegen hem. In menig interview heeft hij dat de afgelopen maanden verklaard. De politieman lag overhoop met de burgemeester van Schier, kwam in conflict met een wethouder, die hij er van verdacht vrouwen lastig te vallen. Schimmige verhalen, vage vermoedens.
Docters van Leeuwen heeft zijn rapport al geruime tijd geleden bij Sorgdrager ingeleverd. De minister zal de Kamer per brief informeren. Tot zo lang zwijgt ook het openbaar ministerie.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.