'Eigenlijk zijn wij, lutheranen, in het Samen op Weg-proces nooit serieus genomen. De schellen zijn mij nu van de ogen gevallen'. Een luthers synodelid haakt af. De auteur is theoloog en lid van de lutherse synode.
Op het ogenblik vergadert de triosynode over de ordinanties van de toekomstige kerk. Het had niet veel gescheeld of de synode had moeten worden uitgesteld, want vlak tevoren hadden de hervormden een harde noot om te kraken op tafel gelegd. Zij wilden de kerkelijke opleiding verbonden aan de theologische faculteit van de Universiteit van Amsterdam, sluiten. Hun synode heeft dat met een mager compromisje op het laatste moment verhinderd.
Maar waar het om gaat is, dat de besluitvorming hierover zonder overleg had plaatsgehad, want deze SoW-partner “had niet aan de lutheranen gedacht.”(!) En dan te bedenken dat hervormde, lutherse en doopsgezinde hoogleraren en docenten aan deze kerkelijke opleiding altijd heel hecht hebben samengewerkt.
Deze hervormde besluitvorming tekent de situatie zoals die vanaf het begin geweest is. Eigenlijk zijn de lutheranen, door in ieder geval één van de andere partners in het proces, nooit serieus genomen. In zowel binnen- als buitenkerkelijke media ging het vooral over het SoW-proces tussen de hervormde kerk en de gereformeerde kerken. Op trio-synodaal niveau speelden bij tijd en wijle anti-lutherse sentimenten op, die steeds weer in de kiem moesten worden gesmoord.
Ik vind het eerlijk gezegd moeilijk om me voor de geest te halen wat het SoW-proces de lutheranen tot nu toe heeft opgeleverd. Uitwisseling en samenwerking op plaatselijk vlak hebben wellicht een positieve impuls gekregen, maar juist daar ben je afhankelijk van de persoonlijke instelling en inzet van mensen. Daar heeft het kerkpolitieke 'bobo-gedoe' niets mee van doen. De zelfgekozen positieve samenwerking op het plaatselijke niveau moet vooral voortgezet worden.
Maar wat nu op synodaal niveau gebeurt, spant toch wel de kroon: er wordt over de lutheranen heengewalst als waren zij er niet. Dit is voor mij het breekpunt in het SoW-proces. Net als in een stukgelopen relatie tussen twee mensen, moet je - óók na meer dan tien jaar - op een gegeven moment durven zeggen dat het genoeg is, dat het afgelopen is. Lutheranen kunnen het zich niet veroorloven om alleen maar lijdzaam af te wachten hoe het lot z'n loop neemt. Dat zou pas echt de dood in de pot betekenen voor de lutherse traditie.
Afgelopen, uit. Uithuilen en opnieuw beginnen. Kunnen we nog wel terug? Zijn al die jaren dan voor niets geweest? Je bent wél wijzer geworden, dus helemaal terug naar af hoef je gelukkig nooit. In eerste instantie lijken de jaren verspild, maar soms blijken de ervaringen die je in de verloving hebt opgedaan, je toch nieuwe inzichten te hebben opgeleverd, ook al komt het niet tot een huwelijk.
Of de grote angst - die bij veel lutheranen leeft - voor het verdwijnen van de kerk en het verliezen van het lutherse erfgoed, terecht is, moet nog maar blijken. In de eerste plaats zijn het de mensen die tot kerk-zijn geroepen worden, openstaand voor God en voor elkaar. Dat is niet voorbehouden aan de Nederlandse hervormde kerk, noch aan de Gereformeerde kerken in Nederland, noch aan de Evangelisch-lutherse kerk, noch aan enig ander kerkgenootschap. De Geest waait tenslotte waarheen zij wil. Daarnaast zou het best eens zo kunnen zijn dat uitgebluste lutheranen uit een eventueel besluit tot terugtrekking uit het slopende SoW-proces, nieuwe moed scheppen om het werk in gemeente en synode weer op te pakken.
Gooi ik met deze suggestie de knuppel in het hoenderhok? Ik troost mij met de gedachte dat Luther daar zelf ook niet vies van was. De schellen zijn mij van de ogen gevallen: de tekenen waren er al langer. Ik houd de triosynode deze week maar voor gezien. Wat het geworden is, merk ik zaterdag wel.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.