SITTARD - Vol ambitie startte het Stedelijk Museum Het Domein in Sittard in 1993 als het Nederlands Fotomuseum. Voor de subsidiegevende fondsen ligt de Zuid-Limburgse plaats echter te ver van de Randstad en is het ook te klein om die ambitie waar te maken. Het bezoek viel tegen, de steun ontbrak en Sittard was een illusie armer. Directeur Stijn Huijts mikt nu vol goede moed op het werk van jonge internationale kunstenaars, die op een eigenzinnige manier een wondere wereld van droom, fantasie en zwarte magie tevoorschijn toveren. Hij hoopt daarmee een terrein te ontginnen dat nog niet door andere musea is bezet. De tentoonstelling 'Hora Est of de denkfout van Diederik' geeft een eerste inzicht in dit veranderde verzamelbeleid.
'Hora Est' toont “recente, voorgestelde en 'gedroomde' aankopen”, aldus het museum in een begeleidend schrijven. Want Het Domein mag dan de wil hebben om als 'klein' museum een geprofileerde rol in de Nederlandse museumwereld te spelen, de financiën zijn nog steeds niet zodanig dat al te gekke dingen kunnen worden gedaan. Dus zijn er op de expositie werken in bruikleen die prachtig zijn, maar waarvan de aankoop altijd een droomwens zal blijven.
Uit het affiche van 'Hora Est' blijkt dat Het Domein nog steeds behoorlijk ambitieus is. Er prijken namen op als Jimmy Durham, David Hammons, Thierry De Cordier, Patrick van den Caeckenberg, Pipilotti Rist en Bjarne Melgaard. Stuk voor stuk kunstenaars met een internationale reputatie en dus niet goedkoop. Voorlopig vindt het Mondriaanfonds de koerswijziging wel zo veelbelovend, dat 100 000 gulden aankoopsubsidie is gegeven. Die komt bovenop de 100 000 gulden die het museum conform de spelregels voor de aankoopsubsidie zelf op tafel legt. Voor een klein museum geen slecht bedrag, maar wat betreft de wensen van Het Domein ook weer geen vetpot.
Tot nu toe is het Huijts gelukt om een installatie van Melgaard, een object van Durham en een object van Rist te verwerven. De werken van Rist en Durham behoren tot de kleinere stukken in hun oeuvre, maar de installatie van Melgaard mag er zijn. De jonge Noor maakt dagboekachtige opstellingen met tekeningen, foto's, brieven, beeldjes, meubels, tijdschriftfoto's en woldraden die de diverse beeldelementen met elkaar verbinden. Het aangekochte werk is een soort eerbetoon aan de homo-pornoster Joey Stefano.
De fascinatie voor het werk van Melgaard mag avontuurlijk worden genoemd, zoals de keuze voor Rist trendgevoelig is en de keuze voor Durham vrij bijzonder. Of zien we hier de sturende hand van Jan Hoet, lid van de driekoppige adviescommissie van het museum? Hoet introduceerde op zijn Documenta in 1992 de native American Durham bij het grote kunstpubliek en bracht hem in zijn eigen museum in Gent, terwijl Melgaard deelnam aan de introductie-tentoonstelling van de Rode Poort, de nieuwe locatie van Hoets Museum voor Hedendaagse Kunst. Ook David Hammons (door Hoet op de Documenta gebracht), Van den Caeckenberg en De Cordier zijn 'oude liefdes' van de Belg. Veel van de in 'Hora Est' getoonde leen-kunstwerken zijn ook afkomstig uit Belgische musea en galeries. De connectie is te duidelijk om te negeren. En er is ook niets mis mee. 'Verhalende' kunst is in de Nederlandse musea dun gezaaid en zeker verhalende kunst met een beetje surrealistische ondertoon. Het Domein vult een lacune aan en kan zich daarmee duidelijk profileren, zodat het inderdaad een aparte stem in het Nederlandse museale aanbod kan hebben.
Wat de 'nationale' bijdragen betreft zijn de oude wortels in de fotografie nog duidelijk zichtbaar, zoals onder meer het werk van Ine Lamers, Lidwien van de Ven, Liza May Post en Desirée Dolron laat zien. Wat deze fotografen bindt is een mystiek en ongrijpbaar soort realisme. Het zijn voorstellingen die automatisch verhalen in de hoofden van de kijker oproepen, een kwaliteit die veel van de in 'Hora Est' getoonde kunst heeft. Het is allemaal zinnelijk werk, dat liever de emotie dan de rede bespeelt.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.