WENEN - Eigenlijk is het frappant dat bij de 'kwestie-Lambach' twee omstreden thema's van de Oostenrijkse politiek op elkaar stoten: het gebruik van waterkracht en de Tweede Wereldoorlog.
Drie weken geleden begon de regering van de deelstaat Opper-Oostenrijk met de aanleg van een stuwmeer bij het plaatsje Lambach. Dat stuitte op heftige kritiek van de Oostenrijkse milieu-organisaties. Volgens hen zou het om één van de laatste rivierbossen van Europa en daarmee om een uniek natuurgebied gaan. Bovendien zou het stuwmeer uitermate onrendabel zijn. Hoewel de bouw meer dan tien miljoen gulden kost, kan het maar 17 000 huishoudens van stroom voorzien.
Om de aanleg te verhinderen, bivakkeren sindsdien enkele tientallen demonstranten in de bossen. Zij kunnen daarbij op een rijke traditie terugblikken. Elf jaar geleden zorgden demonstraties tegen een vergelijkbaar stuwmeer bij Hainburg aan de Donau voor een keerpunt in de Oostenrijkse politiek. Nadat de politie met knuppels tegen de demonstranten was opgetreden en de publieke opinie zich tegen 'Hainburg' had gekeerd, besloot de regering de bouw stop te zetten. Voor de Groenen betekende het de doorbraak als politieke partij: bij de parlementsverkiezingen van 1986 kwamen zij voor het eerst boven de kiesdrempel van vier procent.
Ook bij Lambach zijn de bouwwerkzaamheden intussen stilgezet, zij het om een heel andere reden reden. Ruim een week geleden werd tijdens graafwerkzaamheden een massagraf gevonden. Wie er precies begraven liggen, is het onderwerp van heftige discussies. Gaat het om concentratiekamp-gevangenen - wellicht Hongaarse joden - die hier geëxecuteerd werden of om Wehrmacht-soldaten die in een Amerikaans gevangenkamp tijdens een tyfusepidemie gestorven zijn?
Om die vraag te beantwoorden riep de deelstaatregering van Opper-Oostenrijk de hulp in van Horst Littmann, een expert op het gebied van oorlogsgraven. Die kwam al na een korte ogenschouw tot de conclusie dat de lijken 'op grond van de schedelvorm en het gebit' niet van slavische oorsprong konden zijn.
Dit maakte de controverse alleen maar groter: de uitspraken van Littmann zouden niet alleen 'onwetenschappelijk' zijn, maar ook 'racistisch' zijn, vonden zijn critici. “Hij baseert zich op rassentheorieën die allang achterhaald zijn”, vond een woordvoerster van het Documentatiecentrum voor het Oostenrijks Verzet.
Ook de boulevardpers leverde een omstreden bijdrage aan de discussie. Naar verluidt zouden joodse graven onaangetast blijven, terwijl Wehrmacht-soldaten uitgegraven zouden worden. Dit bracht het dagblad Tüglich alles tot de conclusie dat er verschil gemaakt wordt tussen dode joden en “slachtoffers uit de Amerikaanse kampen, waar men leden van de Wehrmacht uit wraak liet verhongeren.”
Op instigatie van de minister van binnenlandse zaken - “er moet een einde komen aan deze onsmakelijke koehandel met oorlogsslachtoffers” - zijn de opgravingen in Lambach intussen stilgelegd. Ook de plannen om de bevroren grond door middel van hete lucht te ontdooien zijn op de lange baan geschoven. Morgen moet een speciale commissie bijeenkomen om de zaak tot een bevredigende oplossing te brengen.
De demonstranten in Lambach bezien de gang van zaken met gemengde gevoelens. “Ik zou het treurig vinden wanneer de strijd door zo'n tragische gebeurtenis in ons voordeel beslist wordt”. vindt een woordvoerder. “Lambach moet door middel van argumenten gestopt worden: omdat het onrendabel is en het schadelijk is voor het milieu.”
Of het stuwmeer nu daadwerkelijk van de baan is, moet nog worden afgewacht. De minister-president van Opper-Oostenrijk heeft weliswaar aangekondigd dat hij aan zijn plannen vast wil houden, maar alles lijkt er op te wijzen dat hij een ruime meerderheid van de bevolking tegen zich heeft.
Eén ding is duidelijk: zelfs wanneer Lambach definitief stopgezet wordt, zou dat enkel betekenen dat de controverse naar elders verplaatst wordt. In het Lechdal in de bergen bij Reutte is namelijk al het volgende stuwmeer gepland. “Dat zou de definitieve verwoesting van het eco-systeem van de Lech betekenen”, vindt een milieu-activiste uit Tirol.
Het ironische aan de zaak is, dat ook de voorstanders van waterkracht het milieu als hun belangrijkste argument gebruiken. Nog altijd stamt 70 procent van de Oostenrijkse stroom uit waterkrachtwerken, waarmee het de 'milieuvriendelijkste' elektriciteitsproduktie van heel Europa heeft. Wanneer het stroomverbruik in de toekomst stijgt, zou dat door importen uit het buitenland gedekt moeten worden. “Die stroomt stamt voor een deel uit kerncentrales”, benadrukt een woordvoerder van de elektriciteitsbedrijven in Reutte.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.