Elf jaar was Edward toen hij, helemaal alleen, de overtocht maakte van Curaçao naar Nederland. Hij staart uit het raam als hem wordt gevraagd of hij weet waarom hij naar Nederland kwam. Edward, nu dertien, haalt onverschillig zijn schouders op en zegt even later: “Om een betere toekomst te krijgen.”
Dat zei zijn moeder tenminste tegen hem. Zij bleef achter op het Antilliaanse eiland. Edward woont nu bij zijn oudere zus in Hoogvliet. Een betere toekomst? Edward denkt lang na over de betekenis daarvan. Dan zegt hij: “Op Curaçao kreeg je meestal klappen van de juffrouw. Hier is het beter op school.”
Beter of niet, emigreren doet kinderen pijn, weet pedagoog Paul Vedder. Hij heeft jarenlang onderzoek gedaan naar de ontwikkeling van Antilliaanse kinderen in Nederland. In zijn boek 'Antilliaanse kinderen. Taal, opvoeding en onderwijs op de Antillen en in Nederland' (uitgeverij Jan van Arkel, Utrecht) beschrijft hij de invloed van migratie op het leren en de ontwikkeling van kinderen in de leeftijd van 0 tot 12 jaar.
“Zij maken een relatief vrolijke indruk”, zegt Vedder, werkzaam bij de Sectie interculturele pedagogiek aan de Rijksuniversiteit Leiden. “Ze houden van de school. Ze genieten van de mogelijkheden om te spelen en klagen niet lang, zoals hun ouders wel doen, over de kou. Maar na verloop van tijd hebben veel kinderen, vooral van laag opgeleide ouders, te kampen met een groeiende faalangst.”
Vedder kwam voor zijn onderzoeken vele malen in Hoogvliet waar een relatief jonge Antilliaanse gemeenschap woont. Veel nieuwkomers vinden daar bij familieleden hun eerste onderkomen.
Onder de vijfduizend Antillianen en Arubanen die jaarlijks naar Nederland komen is de laatste jaren een steeds grotere groep alleenstaande vrouwen met jonge kinderen. Economische en emotionele motieven brengen hen naar Nederland.
“Als een moeder alleen komt, is er meestal sprake geweest van conflicten”, zegt Vedder. “Een belangrijk verschil met Nederlandse moedergezinnen - waar het vooral gaat om gescheiden vrouwen of weduwen - is dat deze Antilliaanse moeders nooit getrouwd zijn geweest. Veel vrouwen hebben voordat zij vertrokken relatieproblemen gehad. Ze vluchten als het ware voor de relationele èn financiële problemen op de Antillen. De verwachtingen eenmaal in Nederland zijn hoog. Ook als het gaat om hun kinderen. Voor de vrouwen is niet zozeer de afwezigheid van een man een groot gemis, maar wel de afwezigheid van het familienetwerk dat een rol speelde in de opvoeding van de kinderen.”
Tussen de hoge flats in de wijk Westpunt spelen kinderen van verschillende afkomst buiten. Een groepje Antilliaanse kinderen zoekt even de schaduw op in de laagbouw van het buurthuis De Rotonde.
Avelino (11), breed lachend, een ringetje in zijn linkeroor, herinnert zich nog goed hoe hij met zijn oma het vliegtuig in stapte. Al is het alweer zeven jaar geleden. Hij vond het niet leuk. In het vliegtuig niet en in Nederland niet. “Zo koud. En die flats. Ik was bang dat ik naar beneden zou vallen. Op Curaçao kon ik veel meer buiten zijn.” Avelino's moeder en broertje kwamen een paar maanden later. “Omdat je hier betere lessen krijgt.”
Estefanie (12), een verlegen meisje in stoere spijkerjas met zwartleren stukken erin, is één van de weinige Antilliaanse kinderen die met het hele gezin is geëmigreerd. Met vader, moeder en zusje. “Omdat het op Curaçao niet zo goed ging”, zegt ze zacht. Ze zit hier nu drie jaar op school. Het grootste struikelblok in Nederland vond Estefanie de taal. Op de Antillen en op Aruba - waar het kleuter- en basisonderwijs gescheiden is - wordt meer dan tachtig procent van de kinderen pas op de basisschool voor het eerst met de Nederlandse taal geconfronteerd. Dan wordt er in het Nederlands les gegeven, maar buiten de muren van de klas spreekt iedereen Papiaments.
Estefanie kon, eenmaal hier, haar klasgenoten wel verstaan, maar bleef op een afstandje. “Het klonk anders. Ik keek alleen maar naar ze of ik luisterde alleen maar. Zelf sprak ik nooit zo veel.” Toch vond ze het op de basisschool in Hoogvliet veel leuker dan op Curaçao.
“De sfeer op een Nederlandse basisschool is meer ontspannen dan op de Antillen”, zegt Vedder die zelf van 1985 tot 1988 op Curaçao meewerkte aan een project over tweetaligheid in het basisonderwijs. “De leerkrachten gaan hier wat speelser om met hun leerlingen. Ze maken meer grapjes.”
De Antilliaanse kinderen gaan in Nederland binnen de korste keren beter presteren dan ze op de Antillen zouden hebben gedaan, meent Vedder. Ze merken het zelf en krijgen ook van de leerkrachten complimenten dat het de goede kant op gaat.
Maar vergeleken met de Nederlandse Jan, Piet of Anna, presteren ze nog onvoldoende. Ze hebben veelal problemen met rekenen, lezen en taal. Veel kinderen krijgen hierdoor last van faalangst, aldus Vedder. Ze ontdekken dat hetgeen ze op de Antillen geleerd hebben hier anders wordt gewaardeerd.
“Bijvoorbeeld met rekenen”, zegt Vedder. “Op de Antillen is er veel aandacht voor cijferen en hoofdrekenen. Antilliaanse kinderen zijn dan ook, vergeleken met hun Nederlandse leeftijdgenoten, goed in deze vaardigheden. Maar in Nederland kunnen ze niet zoveel met hun rekenkennis. Hier wordt op school meer aandacht besteed aan inzicht. Rekenen wordt bij voorbeeld geleerd aan de hand van alledaagse situaties. En men werkt meer met grafieken. Zo verliezen kinderen hun 'veilige basis'. Dat maakt ze onzeker. Daar komt nog bij dat ze ook niet voldoen aan de hoge verwachtingen van hun familie.”
Nederlandse klasgenoten beoordelen de nieuwkomers van de Antillen en Aruba, vooral de jongens, vaak als agressief, zo bleek uit eerder onderzoek van Vedder. Een negatieve reactie op gedrag dat op de Antillen juist als positief werd gezien. “Voor de populariteit van kinderen op de Antillen is het gunstig als ze wat bazig zijn en lichtelijk agressief. Vooral jongens houden in Nederland vast aan deze gewoontes. Het risico is dan dat ze geïsoleerd raken van andere kinderen.”
Het is niet alleen voor de kinderen verwarrend. De moeders worden in Nederland geconfronteerd met andere opvoedingsdoelen. Totdat de kinderen naar school gaan betekent opvoeding, zeker bij de lager opgeleiden, respect hebben voor ouderen, tafelmanieren leren en niet aan dure spullen zitten, aldus Vedder. De kinderen worden niet goed voorbereid op de regelmaat van het schoolleven (ze gaan bijvoobeeld naar bed wanneer ze willen) en worden nauwelijks gericht gestimuleerd. De kinderen krijgen wel veel speelgoed of maken uitstapjes, maar daarbij gaat het alleen om het vermaak. Er komt geen educatief speelgoed omdat de kinderen er zelf niet naar vragen. Wat er op school gebeurt is aan de school, vinden de Antilliaanse moeders. Helpen met huiswerk of thuis met de kinderen lezen komt dan ook nauwelijks voor.
Toch, vindt Vedder, zijn de opvoedings- en onderwijsproblemen van de jonge Antilliaanse kinderen niet zonder meer de ouders te verwijten. Hun leefsituatie, kleine woningen, laag inkomen en de migratie, maken het moeilijk voor de opvoeders. Scholen zouden Antilliaanse en Arubaanse moeders meer moeten vertellen hoe zij hun kinderen kunnen stimuleren, vindt Vedder. Hij noemt als voorbeeld: het gekrabbel van een peuter aangrijpen om letters te leren schrijven. Het wegvallen van het familienetwerk kan worden gecompenseerd door nieuwe netwerken binnen buurten te organiseren.
In Hoogvliet lijken die netwerken vanzelf te zijn ontstaan. De kinderen weten precies wie bij wie woont en van elkaar hoe lang ze in Nederland zijn. En ze gaan allemaal weer terug naar de Antillen als ze klaar zijn met school, zeggen ze. “Want daar is veel meer zon.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.