Kon de totstandkoming van een paarse coalitie in 1994 nog worden opgevat als een incident, met de uitslag van deze verkiezingen mogen we spreken van een trendbreuk. De tevredenheid over 'paars' is groot gebleken. Het experiment heeft vaste grond onder de voeten gekregen. De partijpolitieke verhoudingen van bijna een eeuw zijn ingrijpend veranderd.
De man die deze verandering vooral mogelijk heeft gemaakt is tegelijk ook de man die destijds met lood in de schoenen aan dit avontuur begon. Hans van Mierlo zette hem voor het blok, maar uiteindelijk is het vooral Wim Kok geweest die paars tot een succes heeft gemaakt. Een eerlijk verdiend succes, want zelden zal het vertrouwen in de wijze waarop hij het premierschap heeft uitgeoefend zo groot zijn geweest; ook buiten zijn eigen partij.
De PvdA is op afstand de grootste partij geworden en heeft, zoals vroeger het CDA, nu een onmisbare spilfunctie gekregen bij de vorming van een coalitie. Geen partij kan om Kok heen. Zo'n centrale positie schept bijzondere verantwoordelijkheden. Maar anders dan in 1977 ziet het ernaar uit dat de partij daar deze keer verstandiger mee zal omgaan, al weer dankzij Kok die ondanks een reeks eerdere nederlagen vasthield aan een realitische koers.
Voor het CDA en D66 ziet het nieuwe politieke landschap er vooralsnog onherbergzaam uit. Bij D66 heeft dat alles te maken met de conjuctuurgevoeligheid van deze partij. Voor het CDA geldt dat het er nog niet in is geslaagd de nieuwe koers overtuigend voor het voetlicht te brengen. Dat is jammer, want het CDA heeft de afgelopen jaren veel geïnvesteerd in het zoeken naar een overtuigend antwoord op de dilemma's waar we voor staan en blijkt daarin ook redelijk te zijn geslaagd.
Dat is meer dan van de andere grote partijen gezegd kan worden. Gewoon volhouden dus.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.