Van onze onderwijsredactie AMSTERDAM - Het geld voor de bestrijding van achterstand in het onderwijs moet anders worden verdeeld: het moet ook terecht komen op scholen waar maar een paar leerlingen een achterstand hebben. Dat schrijft staatssecretaris Netelenbos van onderwijs aan de Tweede Kamer.
Ze wil dit jaar laten uitzoeken of de 'drempel' die nu in de financiering van achterstanden zit, niet moet verdwijnen. Nu zit de financiering zo in elkaar dat een school flink wat leerlingen met een achterstand moet hebben, voordat de school er extra geld voor krijgt. Zijn er maar een paar allochtone leerlingen, of een paar 'arbeiderskinderen', dan wordt een school geacht die op te vangen zonder extra geld.
In de praktijk betekent de huidige regeling dat zo'n 100 000 kinderen die wel degelijk een achterstand hebben, op een school zitten die geen extra geld krijgt om die achterstand te bestrijden. Dat is een op de vijf kinderen met een achterstand.
Netelenbos wil ook een onderzoek naar het verschil tussen twee soorten 'allochtone' basisscholen: de school waar veel leerlingen dezelfde nationaliteit hebben en scholen waar juist veel verschillende nationaliteiten zijn. Ze wil weten of haar vermoeden klopt dat het eenvoudiger is om achterstanden te bestrijden op een school waar één nationaliteit sterk is vertegenwoordigd. Maar voor de integratie van minderheden vindt ze het tegelijkertijd beter wanneer scholen 'pluriform' zijn, is: verschillende nationaliteiten herbergen.
Scholen met één nationaliteit zijn de laatste jaren bezig aan een aftocht. Vooral het aantal 'Turkse' scholen is sinds 1991 gedaald, van 43 naar 28. Een school valt 'Turks' te noemen, wanneer meer dan 50 procent van de leerlingen Turks is, zonder dat er nog een andere nationaliteit aanwezig is. Tegenwoordig zit 61 procent van alle Turkse kinderen op een school waar minder dan 30 procent van de kinderen ook Turks is.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.