*

 
dossier

Archief

Fysiotherapielijst stoelt op verkeerd uitgangspunt

ELSBETH REITSMA; VERA WIARDA − 28/09/95, 00:00

De auteurs zijn beleidsmedewerkers van de beroepsorganisaties fysiotherapie.

In een persbericht beweert het ministerie van VWS dat het zeer zorgvuldig te werk is gegaan bij de samenstelling van de lijst. Externe deskundigen hebben zich over de materie gebogen en zestien organisaties - van huisartsen, medisch specialisten, paramedici, patiënten en zorgverzekeraars - zijn geraadpleegd.

Enkele organisaties hebben een reactie geweigerd. Zij vonden de hun gegunde tijd te kort om tot een afgewogen oordeel te komen. In de ogen van de beroepsorganisaties fysiotherapie ontbraken bij de opstelling van de lijst van meet af aan twee essentiële voorwaarden voor zorgvuldigheid: inzicht in het karakter van de fysiotherapie en erkenning van de deskundigheid van fysiotherapeuten. Als gevolg daarvan stoelt de lijst op een foutief uitgangspunt.

Bij de selectie van aandoeningen heeft de medische diagnose als leidraad gediend. In gesprekken met het ministerie hebben het Koninklijk genootschap voor fysiotherapie (KNGF), de Landelijke vereniging voor fysiotherapeuten in dienstverband (LUFD) en de Vereniging van vrijgevestigde fysiotherapeuten (VVF) steeds weer benadrukt dat de medische diagnose geen uitsluitsel kan geven over de noodzaak van langdurige fysiotherapie.

Deskundigen

Binnen de gezondheidszorg zijn fysiotherapeuten de deskundigen op het gebied van houding en beweging. Zij grijpen niet in op de ziekte of aandoening zelf, maar bestrijden, verminderen of voorkomen de gevolgen daarvan. Fysiotherapeuten onderzoeken welke stoornissen, beperkingen en handicaps de patiënt ondervindt als gevolg van een aandoening en in hoeverre de klachten met fysiotherapie te behandelen zijn. Dit proces van onderzoek en beoordeling leidt tot de opstelling van een fysiotherapeutische (werk)diagnose en een behandelplan.

De ernst van de aanwezige stoornissen en handicaps, kortom, de individuele situatie van de patiënt, is veel bepalender voor de duur van de therapie dan de medische diagnose. Niet alle reumapatiënten hebben bijv. altijd (langdurige) fysiotherapie nodig. Aan de andere kant kunnen relatief lichte aandoeningen met name bij ouderen leiden tot ernstige stoornissen en beperkingen in het bewegend functioneren.

Een huisarts bepaalt niet welke behandeling een orthopeed, neuroloog of hartchirurg moet geven. Hij verwijst door voor nader onderzoek. Op het gebied van het bewegend functioneren van de mens is de huisarts evenmin de deskundige. Desondanks meent VWS, dat de verwijzer kan bepalen hoeveel zittingen fysiotherapie er nodig zijn. Dit waanidee heeft er onder meer toe geleid dat ouderen met osteoporose vanaf 1 januari alleen na een wervelfractuur voor meer dan negen behandelingen in aanmerking komen. Een op de vier vrouwen boven de 60 jaar heeft last van botontkalking. Bij 80-jarigen zijn de botten gemiddeld voor 55 procent ontkalkt. Fysiotherapie kan osteoporose niet tegengaan. Wel kan de fysiotherapeut ernstige fracturen bij valpartijen voorkomen met oefentherapie en bewegingsadviezen.

Kinderen en ouderen

Ondanks de voorgenomen bezuiniging blijft volgens minister Borst fysiotherapie voor het overgrote deel van de patiënten bereikbaar en betaalbaar. Helaas dreigen er ook groepen patiënten buiten de boot te vallen. Met name zijn er problemen te verwachten voor kinderen en ouderen met meer dan één aandoening (multiple pathologie).

Stoornissen en beperkingen kunnen de ontwikkeling van kinderen negatief beïnvloeden. Het risico is groot dat zij daar de rest van hun leven schade van ondervinden. Bij de behandeling van ouderen met een multiple pathologie bestaat er een directe relatie met de kwaliteit van leven en het behoud van zelfstandigheid. Voor beide groepen geldt echter dat de aandoening, de medische diagnose, niet altijd duidelijk is. KNGF, LUFD en VVF hebben bij het ministerie bepleit de groepen van kinderen en ouderen met een multiple pathologie als geheel uit te zonderen van de beperking tot negen behandelingen. Het valt te betreuren dat minister Borst dit advies niet heeft overgenomen.

Onnodig behandelen maakt de gezondheidszorg onbetaalbaar. Terecht stelt de overheid eisen op dit terrein. De maatregel van minister Borst vloeit echter niet voort uit een kwaliteitsbeleid, maar uit de wens ruim 200 miljoen gulden te besparen. In een tijd waarin mede door de vergrijzing de hulpvraag onder de bevolking gestaag stijgt, is het onverantwoord om te bezuinigen op fysiotherapie.

Tijdens de diverse bezuinigingsrondes in het afgelopen decennium hebben fysiotherapeuten een grote mate van verantwoordelijkheid getoond. Als enige discipline binnen de gezondheidszorg bleef de beroepsgroep onder het toegewezen volume. De stijging in de uitgaven aan fysiotherapie is teruggebracht van 7 procent per jaar tot 1 procent voor de jaren 1991-1995, terwijl tegelijk de hulpvraag onder de bevolking steeg.

De zorg voor patiënten heeft onder dit alles niet geleden en dat is te danken aan een enorme efficiency-operatie binnen de fysiotherapie. Uitzonderingen daargelaten gaat de beroepsgroep heel zorgvuldig om met de vraag of het nodig is te behandelen en zo ja, hoelang.

Natuurlijk zal de beperking tot negen behandelingen fysiotherapeuten dwingen de behandeltijd nog doelmatiger te besteden. Maar veel winst valt hier niet meer te verwachten. Het is dus zeer de vraag of de beoogde bezuiniging van ruim 200 miljoen wordt gehaald.

Op zich is het niet aan fysiotherapeuten om zich zorgen te maken over de haalbaarheid van een bezuinigingsmaatregel - die bovendien vanuit zorginhoudelijk perspectief onverantwoord is -, ware het niet dat er nieuwe maatregelen dreigen als de huidige ingreep onvoldoende oplevert. Fysiotherapeuten vrezen dat zij in dat geval opnieuw en opnieuw ten onrechte de zwarte piet krijgen toegespeeld.

mailIcon print |