AMSTERDAM - Porsche-rijders hebben relatief gezien de meeste kans hun bolide spoorloos te zien verdwijnen, Lancia is goede tweede en Mercedes staat nummer drie. Maar in absolute aantallen spannen Volkswagens en Opels nog steeds de kroon. Zij vormen, omdat er zoveel van rondrijden, de rijkste buit voor de georganiseerde misdaad en menige Oosteuropeaan deelt daar in mee.
Het aantal autodiefstallen is de laatste jaren extreem snel gestegen: waren het er in 1991 nog 27 000, vorig jaar turfde de Centrale Recherche Informatiedienst CRI er al 40 000. Daar is volgens de CRI en verzekeraars maar een verklaring voor: het vrijere verkeer tussen oost en west waardoor ook het Oosteuropese dievengilde toegang heeft gekregen tot de verleidelijke westerse automarkt.
De bewijzen stapelen zich op. Toen onlangs een tv-ploeg van de VPRO met verzekeraar Centraal Beheer op onderzoek ging aan de Poolse grens, was het meteen al raak. Met behulp van douane en politie kon beslag worden gelegd op ruim dertig door een Pools-Nederlandse bende in Nederland gestolen auto's, die op het punt stonden over de grens te worden gereden. De beruchte automarkt in Poznan toont hetzelfde beeld: ze staan soms nog met Nederlandse nummerborden in het gelid.
Tot woede van verzekeraars, die jaarlijks opdraaien voor een schade van honderden miljoenen guldens, in Duitsland gaat het zelfs om miljarden. Gemiddeld moet voor een niet meer op te sporen auto 20 000 gulden op tafel worden gelegd. Weliswaar spoort de politie ongeveer de helft van de gestolen voertuigen op, de meeste daarvan worden in Nederland teruggevonden. Zijn ze eenmaal de grens over, dan wordt opsporing een stuk moeilijker. Hulp van de politie ter plaatse blijkt nauwelijks mogelijk, omdat de automatisering er nog niet is doorgedrongen. Informatie uit West-Europa kan daardoor nauwelijks worden verwerkt. Reden voor verzekeraars zelf een recherche-apparaat op poten te zetten.
Centraal Beheer, de Apeldoornse verzekeraar met de dikste autoportefeuille, kwam er vijf jaar geleden als eerste mee. Spoedig gevolgd door Euro Preventie en Expertise in Nijmegen, de commerciele recherchedienst van Bovemij, verzekeraar van de Bovag, die ook andere verzekeraars zijn diensten aanbiedt.
In samenwerking met de politie worden schade-experts bijgeschoold. Schade-taxatie is bijzaak geworden, auto's opsporen hoofdzaak. Als speciale teams opereren ze binnen en buiten de grenzen, speuren naar eventuele netwerken van autokrakers en, meer nog, naar de afzetkanalen.
Directeur Particulieren J. Seegers van Centraal Beheer spreekt van een succes. Van de 2 054 gestolen auto's werden er vorig jaar samen met de politie 1 382 opgespoord, ofwel 67 procent, het hoogste terugvind-percentage in Nederland.
Over de werkwijze wil hij niet veel meer kwijt dan dat de dienst beschikt over netwerken van informanten. Dat kan de douane zijn, maar ook eigen mensen, die de bewegingen van autostromen in de gaten houden.
'No start'
Begin dit jaar lanceerde verzekeraar Aegon, nadat het het jaar ervoor een stijging van 50 procent van het aantal gestolen auto's had moeten registreren, een campagne om de groei een halt toe te roepen. Op kosten van de maatschappij konden automobilisten die aan bepaalde selectie-criteria voldeden (ten minste een all risks-verzekering) in risicogebieden een zogenoemd no start-systeem laten installeren. Met deze beveiliging, die in Belgie en Frankrijk al langer met succes wordt toegepast, kan de auto pas na het indrukken van een persoonlijke, geheime, pincode in beweging worden gezet. Voor het bepalen van de risicogebieden hanteert Aegon een lijst van postcodes in tien steden.
Volgens een woordvoerder van de maatschappij zijn op het aanbod duizenden reacties binnengekomen. Op het ogenblik wordt gewerkt aan het installeren van de systemen. Overigens waren eigenaren van auto's van boven de 75 000 gulden bij Aegon al verplicht zo'n installatie te laten aanbrengen. Zij vallen buiten de aanbieding.
Centraal Beheer adviseert het systeem eveneens, maar biedt het niet gratis aan. Verwezen wordt naar de 350 garages, waarmee de verzekeraar samenwerkt en waar het apparaat voor rond de 400 gulden wordt geinstalleerd.
Wel gratis is de proef bij een bedrijf, dat 17 000 auto's bij de maatschappij verzekerd heeft. Bij alle auto's wordt op het ogenblik in de ruiten het kenteken gegraveerd. Volgens Seegers wordt daarmee al meteen een behoorlijke drempel ingebouwd. “In de wetenschap dat ze eerst alle ruiten zullen moeten vervangen - een zeer kostbare zaak - voordat de wagen verkoopbaar is, zal menige dief bij voorkeur eerst een andere prooi zoeken”, zegt Seegers.
In de verzekeringsbranche ziet men daar meer in dan in het graveren van het chassisnummer. Het Verbond van Verzekeraars waarschuwde daar nog onlangs voor in het ANWB-blad De Kampioen. Als ze het chassisnummer kennen, is het volgens het verbond voor dieven soms heel gemakkelijk aan de autosleutels te komen. Bij de Bovag tilt men daar minder zwaar aan, omdat de erkende dealers bij het afgeven van nieuwe sleutels vrijwel altijd het kentekenbewijs vragen.
Overigens kent elke beveiliging haar grenzen; verzekeraars geven het toe. Professionele dieven, zegt men bij Europreventie en Expertise, zullen altijd een middel vinden de beveiliging ongedaan te maken. Een met pincode uitgeruste auto wordt dan gewoon weggesleept om elders in alle rust te kunnen bekijken hoe het apparaat werkt en hoe het kan worden uitgeschakeld.
Auto's met een op afstand bedienbare alarminstallatie blijken ook al niet meer waterdicht beschermd. Met een zogenoemde 'code-grabber' is het gilde al in staat gebleken de code van de afstandsbediening te kraken en zo zonder dat het alarm in werking treedt met de auto weg te rijden. Het bureau voor schadepreventie van de verzekeraars, TBBS, werkt daarom al aan nieuwe voorwaarden, waaraan de apparatuur moet voldoen om de codegrabber onschadelijk te maken.
Register
Een succesvoller middel tegen diefstal blijkt vooralsnog het vorig jaar door politie en verzekeraars in Amsterdam opgezette VAR, het Vermiste Auto Register. Dat voorziet erin dat slachtoffers via hun verzekeraar direct na de ontdekking en nog voor de aangifte bij de politie de vermiste auto in de computer kunnen laten opnemen. Dat vergroot de kans dat hij wordt opgespoord. Zonder VAR duurde opname van de gestolen auto in de politiecomputer vaak nog twee of meer dagen. In die tijd kan de auto al ver in het buitenland zijn gebracht.
Hoewel de proef nog loopt, wordt hij nu al als geslaagd beschouwd. Volgens Seegers staat het vast dat hij nog dit jaar zal worden uitgebreid tot de rest van Europa. Centraal Beheer heeft binnen Eureco, een samenwerkingsverband met enkele andere verzekeraars (onder meer FBTO, Avero en Zilveren Kruis), al een netwerk opgezet waarbinnen informatie wordt uitgewisseld met buitenlandse expertisebureaus. “Maar een uitgebreide VAR, eventueel tot in Oost-Europa, is natuurlijk het meest ideaal”, zegt Seegers. “Gewoon met de Laptop (schootcomputer) naar Poznan en daar door een paar toetsen in te drukken uitzoeken welke auto wel en welke niet in Nederland als vermist staat geregistreerd.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.