Van onze correspondent UTRECHT - Gratis toegang tot het museum verschaffen en er nog geld aan overhouden ook. Voor een gemiddelde museumdirecteur is het idee vloeken in de kerk, maar directeur Sjarel Ex van het Centraal Museum in Utrecht ziet er wel brood in.
Zijn redenering is even prikkelend als aanvechtbaar: als je bezoekers gratis tot je museum toelaat, zijn ze in zo'n goede stemming, dat ze vanzelf meer geld uitgeven in het museumcafé en de boekwinkel. Dat blijkt in elk geval uit onderzoek in de Verenigde Staten naar musea die van betaalde naar gratis entree zijn overgestapt.
Van de inkomsten blijft nu zo weinig over dat de vraag gerechtvaardigd is of het nog wel zin heeft om door te gaan met entree heffen. Directeur Ex van het gemeentelijk museum geeft zijn idee 'als gedachtegoed' mee aan wethouder van cultuur in Utrecht, Pauline van der Linden (PvdA). Zij heeft het plan nog in beraad.
De Nederlandse Museumvereniging (NMV), het samenwerkingsverband van alle musea, reageert afwijzend op Ex' proefballon. “Voor de hele museumwereld zou het onverstandig zijn. Je geeft er toch een signaal mee af alsof wat in het museum te zien is, onbelangrijk zou zijn”, zegt NMV-directeur Marius Brinkman. Hij heeft bezwaar tegen de 'puur financieel-technische' benadering van het Centraal Museum. “Het zou wat anders zijn als je uit ideële overwegingen voor gratis toegang kiest, maar in dat geval zal de overheid dat via de subsidies moeten verrekenen.”
Gratis toegang tot musea is op zichzelf niet nieuw. Van de ongeveer 750 musea in Nederland is zeventien procent gratis toegankelijk. Dat percentage is sinds 1980 (toen Nederland nog 485 musea telde) met tien procent teruggelopen, blijkt uit cijfers van het Centraal bureau voor de statistiek. Van de 22 miljoen mensen die in 1995 (het laatste jaar waarvan het CBS cijfers heeft) een museum bezochten, betaalden er 14,4 miljoen gemiddeld vier gulden entree, kwamen er 5,7 miljoen gratis binnen en 1,8 miljoen met de museumjaarkaart. Uit entreegeld, abonnementen en museumjaarkaart kregen de musea in 1995 ruim honderd miljoen gulden binnen, op een totaal aan baten van 652 miljoen gulden. Gratis entree betekent volgens Brinkman 'een enorme inkomstenderving'.
Het Centraal Museum aan de Agnietenstraat in Utrecht ondergaat dit jaar een ingrijpende renovatie en nieuwbouw, waarmee dik dertig miljoen gulden gemoeid is. Omdat op zo'n moment alles kritisch tegen het licht wordt gehouden, is ook de entree aan de orde gekomen, licht Marga van Berkel toe. Zij is als controller verantwoordelijk voor de financiën van het museum. “Vorig jaar hadden we 90 000 bezoekers die bij elkaar 250 000 gulden aan entree-inkomsten opleverden. Als je daar alle interne kosten voor het innen van de toegangsgelden afhaalt, én de vele kaarten die met korting zijn verkocht, blijft er maar 1,80 gulden van de zes gulden entree over. Dan kun je je afvragen waarom we eigenlijk die zes gulden heffen en zijn er twee mogelijkheden: geen entree heffen, of juist een veel hogere.” Van Berkel is niet onder de indruk van het bezwaar van de Nederlandse Museumvereniging dat gratis toegang het museum als zodanig devalueert. “Dat hoeft helemaal niet. Als je in de marketing duidelijk maakt dat het museum toegankelijk is voor iedereen en zeer de moeite waard, kan het juist goed zijn voor je imago.”
NMV-directeur Brinkman heeft een ander bezwaar dat wel hout blijkt te snijden. Een museum mag van de belastingdienst alleen als het betaalde entree heft de BTW fiscaal aftrekken. Het wegvallen van die aftrekpost zou musea fors geld kosten. “Ja, daar heeft meneer Brinkman toch wel een punt mee”, moet Van Berkel na ruggespraak met haar fiscale medewerker erkennen. Niet getreurd, want er is tijdens het brainstormen ook al gesproken over een 'knakenmuseum', waar iedere bezoeker 2,50 gulden entree moet betalen. Zelfs daar kan het museum nog wat aan overhouden, door in plaats van de kassier een automaat neer te zetten.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.