De shoarmazaak Shalom in Urk is dicht en blijft dat ook. Na een uit de hand gelopen ruzie tussen jongeren uit die plaats en de Turkse eigenaars hebben de shoarmabakkers de grill ingepakt. “Jammer”, zegt een 16-jarige Urker jongen. “Het was heel lekkere shoarma.”
Zo op het eerste gezicht is het moeilijk voor te stellen dat het zondagochtend een gekkenhuis was in het centrum van Urk. 's Middags om vier uur is er geen hond op straat. Zeker geen jongeren. Een paar mensen doen boodschappen, terwijl de regen neerdaalt op de Urkse straten.
Zaterdagavond was het uit met de gebruikelijke rust. Toen moesten 35 politiemensen komen opdraven bij een voor Urkse begrippen gigantische rel. Het resultaat: drie arrestaties en enkele gewonden. Het heeft het imago van het vissersdorpje zeker geen goed gedaan. 'Racisten, vreemdelingenhaters en simpele zielen', waren zo'n beetje de beschrijvingen van de Urkers door tv en kranten.
“Denk maar niet dat iemand zijn mond nog opentrekt. Er heeft zoveel onzin in de krant gestaan”, verzucht de uitbater van de Urker Intertoys. “Kijk, ik ben een geboren en getogen Urker en ik weet dat de wrijvingen van twee kanten komen. Goedpraten kan ik het niet, maar zoals we zijn afgeschilderd, kan echt niet.”
De jongeren van Urk zijn dan ook niet erg happig om te reageren. “Zet mijn naam er maar niet in”, zegt een 16-jarige jongen. “Urk is niet zo groot, dus. . . En ik ben de hele week al geplaagd. Op school in Emmeloord vroegen ze elke dag of ik shoarma op mijn brood had. ”
Toch wil hij nog wel wat kwijt over de toestand van zijn dorp. “Het lijkt alsof we hier allemaal simpel zijn. Iedereen is gelovig, zelf ben ik gereformeerd. Dat is natuurlijk wel bijzonder, maar dat betekent niet dat iedereen achter elkaar aanloopt. Ik vind het zonde, dit had nooit mogen gebeuren.”
Hij vertelt dat Urker jongeren in de omgeving bekendstaan als flinke drinkers. “Ze lusten wel een biertje en dat komt ook door de vaak streng gelovige opvoeding. Wat niet mag, is juist extra spannend.”
Op de bewuste zaterdagavond was hij aan het werk in café Wabu, naast de shoarmatent. Hij vindt dat er een onderscheid gemaakt moet worden tussen de daders en toeschouwers. “Er stonden een hoop rampentoeristen bij. Urkers zijn nu eenmaal net zo nieuwsgierig als elke Nederlander. Het was in het dorp al een week van tevoren bekend dat er iets zou gaan gebeuren. De aanstichters zitten inmiddels vast.” Zelf ging hij rond twaalf uur naar huis. “Ik had geen zin in al dat gedoe.”
Dat de Urkers racisten zijn genoemd, steekt het meest. Een blonde jongen, op weg naar de bieb, zegt dat daar geen sprake van is. “Nu was het een shoarmatent, maar het had ook een pizzeria kunnen zijn. Of een vishandel.” Volgens hem was het de liefde die de rel aanwakkerde. “Een jongen was zijn vriendin kwijtgeraakt aan de eigenaar van Shalom. Dat is op een gegeven moment uit de hand gelopen.”
Racisme of niet, de meeste Urkers willen gewoon geen aandacht meer. Ook op de middelbare school weert de leiding de pers. Uit angst voor conflicten met de ouders. Niemand wil zijn naam in de krant. En de meisjes van de vishandel kijken raar op als iemand met een Rotterdams accent een portie kibbeling bestelt. Het toeristenseizoen moet namelijk nog beginnen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.