En de boer, hij ploegde voort. Onverstoorbaar, ontspannen, lekker in de buitenlucht, terwijl de rest van de wereld zich druk maakt. Zo zijn we dat gewend, de boer niet in de laatste plaats.
Nog steeds is 'boer zijn' een levensstijl, met opgeklopte melk in de koffie, de melkrijder en de veehandelaar als brengers van het laatste nieuws en de trots over het bezit van vee en grond. Maar met schulden, dwingende regels en een onzekere toekomst moet de boer toegeven aan iets waarop de 'stadsmens' lange tijd het patent leek te hebben: stress.
“De varkenspest en de sanering van de varkenshouderij zijn slechts voorbeelden van de druk waaronder agrariërs gebukt kunnen gaan”, zegt Daphne Füglistahler (30) van de stichting maatschappelijk welzijn Deurne. “In andere streken kan het kippenziekte zijn, of nachtvorst.” Maar de sores in de varkenshouderij maakt ze mee van nabij, en niet alleen door haar werk.
“Mijn vriend is zoon van een koeienboer en twee van zijn zussen zijn met een varkenshouder getrouwd.” Van de een moest het varkensbedrijf preventief worden geruimd, de ander kampte met het fokverbod en het vervoersverbod. “Vooral de onzekerheid is zwaar, merkte ik ook bij andere agrariërs. Het hele bedrijf ligt plat. Je wacht eindeloos, en de enige die nog op je erf komt is de voerleverancier, terwijl de stallen steeds voller raken.”
Maar psychische problemen in de landbouw deden hun intrede al ver voor de varkenspest, al kwam er bij het maatschappelijk werk in het sterk agrarisch getinte Deurne nauwelijks een boer over de vloer. Ondertussen belandden er echter wel agrariërs direct bij de Riagg. Daarom ging Füglistahler zich verdiepen in de specifieke achtergrond van boeren en hun gezin, gesteund door de gemeente en het Juliana Welzijnsfonds. “Agrariërs zijn gewend om hun eigen boontjes te doppen en de vuile was niet buiten te hangen”, zegt Füglistahler. “Dat vraagt een speciale benadering.” Haar kennis heeft ze onlangs gebundeld in een brochure voor andere maatschappelijk werkers.
Om haar doelgroep te bereiken, organiseert ze bijeenkomsten voor agrariërs. “De boer zelf is vaak nog een 'hij', maar het waren de vrouwenorganisaties die het eerst belangstelling toonden”, vertelt ze. “Vrouwen hebben toch meer oog voor de buitenwereld en de 'gevoelskant'. De boer gaat heel lang door en houdt zijn problemen bij zich. Eerst wil hij alles op een rijtje hebben, en pas dan komt hij ermee naar buiten. En dan moet het natuurlijk wel 'functioneel' zijn. Hij heeft ook meer trots, en dus meer schaamte.”
De eerste bijeenkomsten troffen doel. “Ik stelde mezelf voor en legde uit wat het maatschappelijk werk zoal doet. Zo veel mogelijk in gewone taal, niet in dat jargon van de hulpverlening.” Ze haalt een grote poster tevoorschijn die ze zelf heeft beplakt met plaatjes uit oude en nieuwe vaktijdschriften. 'Vroeger en nu', staat erboven. “Het ziet er misschien wat simpel uit, maar vooral oudere boeren en boerinnen komen helemaal los als ze het zien.”
Want er is veel veranderd in het boerenleven, en dat heeft grote sociale gevolgen voor het boerengezin. “Vroeger hielpen agrariërs elkaar vaak bij het werk. Samen aardappels rooien, bijvoorbeeld. Nog steeds hebben ze een sterke band met hun streek.”
“De plattelandsjongeren gaan allemaal naar die megadiscotheken in the middle of nowhere en er zijn nog veel huwelijken binnen de boerengemeenschap. Op verjaardagen klinkt het: 'Die is er een van die, en die is er weer een van die . . .' Toch raken agrariërs meer en meer in een isolement. Op bedrijven met varkens en kippen zitten de stallen potdicht. Ook het werk verandert. Boeren hebben altijd al hard gewerkt, maar vroeger was dat handenarbeid. Tegenwoordig komt daar een hoop denkwerk bij.”
Volgens Füglistahler is het de combinatie van het isolement en het denkwerk die boeren kwetsbaar maakt. “Het werk met de handen kan zwaar zijn, maar je krijgt er geen stress van. Dat komt pas als je ook nog eens de hele dag met je kop bezig bent.” Stapels vakliteratuur, constant veranderende wetgeving en de druk van loodzware investeringen eisen hun tol. “Bij elke verandering raakt de menselijke psyche even uit evenwicht, maar daarna kom je wel weer in balans”, zegt Füglistahler.
“Maar als er geen einde lijkt te komen aan de veranderingen, raakt de maat vol. Dat kan heel plotseling gebeuren. Boeren die de varkenspest, een preventieve ruiming of het fokverbod schijnbaar ongeschonden doorkomen, maar dan door 'iets kleins', bijvoorbeeld het rapport van een van de kinderen, van slag raken.”
En loopt de emmer over, dan is het vaak niet de boer zelf die belt voor hulp, is de ervaring van Füglistahler. “Meestal is het de huisarts, maar het kan ook de partner zijn, of de buurman, of iemand van de boerenorganisatie NCB waarmee we nauw contact onderhouden. In zo'n geval bel ik of ik eens mag komen praten, gewoon aan de keukentafel. Dan gaat het over het bedrijf en de familie en komt het gesprek gaandeweg op de problemen. Vaak lucht het mensen al aardig op als ze bij anderen een soort herkenning bespeuren.”
Nu kunnen vele managers en leerkrachten ook meepraten over overwerktheid, maar de gevolgen bij een boer zijn gelijk zo groot, zegt Füglistahler. “Deze problemen kosten tijd, maar het bedrijf moet doorgaan. En boeren vinden het moeilijk om hun hand op te houden bij de gemeente. Dan moet ik echt op ze inpraten. Ze hebben gewoon recht op hulp, maar laden zich ontzettend op voor ze het gemeentehuis binnenstappen.”
Ze heeft een prettig ingerichte kamer in het nog niet zo lang geleden gerenoveerde onderkomen van de stichting welzijn Deurne. Witte wanden, kerstkaartjes aan de muur, een ronde tafel met stoelen en de Kleenex-tissues binnen handbereik. Maar boeren vinden het fijner als ze aan huis komt, leert de ervaring. “Dat kost meer tijd, maar is wel ontspannender. Boeren die hier komen, trekken soms hun pak aan. Ik heb ook wel eens een boerenknecht gehad die niet durfde te komen zonder te douchen. Als ik op de boerderij kom, komt de boer pas uit de stal. Bovendien leer ik dan gelijk het gezin een beetje kennen, ook al gaat het alleen om pa en ma.”
Zelf heeft ze in het afgelopen jaar één keer een preventieve ruiming van een varkenshouderij meegemaakt. “Verschrikkelijk is dat. Maar gelukkig weet iedereen dat het elke boer kan overkomen. Daardoor staan de varkenshouders er niet helemaal alleen voor en voelen ze zich niet zo schuldig.” Zwaar is het wel voor boeren die hun bedrijf noodgedwongen beëindigen. “Meestal hebben ze de boerderij van hun ouders overgenomen. Dan moet er een traditie worden voortgezet. Houdt het bedrijf op, dan is ook het oorspronkelijke 'thuis' van de broers en zussen verdwenen. Dat is maar moeilijk uit te leggen.”
En dan zit het boerengezin, gewend aan veel ruimte en vrijheid, plotseling in een rijtjeshuis en moet de kostwinner iets anders gaan doen. “Het is moeilijk om plotseling voor een baas te werken, maar boeren zijn geweldige arbeidskrachten. Ze kijken niet op een uurtje en voelen zich verantwoordelijk. Ondertussen zit de vrouw wel thuis duimen te draaien. De taakverdeling tussen boer en boerin is vaak vrij traditioneel, maar tegelijkertijd zijn de vrouwen heel geëmancipeerd. Ga maar na: ze werken hard mee op het bedrijf, maar zijn er ook altijd voor de kinderen.”
Gelukkig is er meer in het leven dan alleen het bedrijf, zo houdt Füglistahler haar cliënten vaak voor. “Ook in tijden van spanning moet het gesprek niet altijd over het bedrijf gaan, al was het maar voor de kinderen. Die hebben soms al behoorlijk geleden onder de varkenspestepidemie. Ze mogen bijvoorbeeld niet meer op het erf van een vriendje spelen of krijgen op school te horen dat ze de 'pest' hebben. Bedenk dus ook dat het kerst is, of Sinterklaas. Dat vinden ze belangrijk. En als je over de zaken praat, doe het dan open. Kinderen hebben het toch wel in de gaten.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.