De auteur is medewerker van de stichting Evangelie & Moslims te Amersfoort.
Het dilemma waar mevrouw Abdus Sattar mij namelijk voor plaatst: dialoog voeren of willen bekeren, is geen dilemma waarin ik mij herken. Bekeren van mensen ligt niet in mijn vermogen en is in het interview ook niet ter sprake gekomen. Waar ikzelf in het interview nergens spreek over bekeringsacties of bekeringscampagnes, is dit de rode draad in haar artikel. Ook zouden we de moslims niet zelf aan het woord laten en ons uit taktische overwegingen op individuele moslims richten. Deze bewoordingen geven een verkeerd beeld van onze opvattingen en werkwijze.
In de eerste plaats betrekken wij bij onze voorlichting regelmatig mensen uit de wereld van de islam. Moslims zowel als ex-moslims, die uit eigen ervaring kunnen spreken. Ook bezoeken wij met groepen christenen regelmatig moskeeën. Wij stimuleren juist dat christenen moslims zelf bevragen op hun geloof. Waar wij ter voorbereiding op deze ontmoetingen wat basisinformatie over de islam geven baseren we ons ook op moslim literatuur. Wie stelt dat alleen moslims zelf iets over de islam kunnen zeggen (“Alle boekenkennis ten spijt missen christelijke islamkenners toch de kern: het islamitisch geloof”) stelt zich niet erg open en realistisch op.
Mevrouw Abdus Sattar stelt dat de essentiële waarheidsvraag door geen van ons met zekerheid te beantwoorden is en daarom bij een dialoog ook niet aan de orde zou moeten komen. Dit is echter typisch seculier postmodern relativisme en in strijd met zowel christendom als islam. Beide claimen de openbaring van God als enige juiste interpretatie van ons bestaan te kennen. Een gelovig christen of moslim is per definitie iemand die een antwoord heeft gegeven op de essentiële waarheidsvraag.
Wanneer mevrouw Abdus Sattar stelt dat het niet aan mensen is om de goddelijke genade te begrenzen, is iedere christen het daar natuurlijk mee eens. Het is echter de vraag of dit een uiting is van menselijke bescheidenheid. Veel moslims en christelijke gelovigen zien het als bescheidener om als mens de openbaring van God als exclusief en richtinggevend voor hun leven te aanvaarden. De vraag is dan natuurlijk hoe God zich heeft geopenbaard. De islam, waarvan mevrouw Abdus Sattar aanhanger is, is daarin zelf exclusief. Moslims zeggen ons dat de Bijbel die christenen hebben niet (meer) betrouwbaar is en dat de Koran, als laatste openbaring, het enige feilloze boek van openbaring is dat nog beschikbaar is. De meest centrale geloofsbelijdenis van christenen, de godheid van Jezus, Zijn kruislijden en opstanding worden in de Koran afgewezen. De Koran richt zich tot joden en christenen met de oproep zich te bekeren tot de islam. Het verzwijgen van exclusieve geloofsaanspraken draagt niet bij tot een open dialoog.
Humanisme
De opvatting van mevrouw Abdus Sattar over de betekenis van godsdienst komt verbazend dicht bij het humanisme. “Godsdiensten moeten we benutten als methoden om zo goed mogelijk mens te zijn”, “godsdienstigheid kan alleen gedijen op grond van menselijkheid.” Dit utiliteitsprincipe lijkt mij in strijd met de beginselen van de islam. In ieder geval is het in strijd met het christelijk geloof. God dienen, behoren wij als mensen te doen, eenvoudig om wie Hij is en wat Hij voor ons gedaan heeft, niet met het oog op ons eigen voordeel. Juist daarom ook gaat het voor een christen, wanneer hij met anderen omgaat, om meer dan respect voor zijn geloof. Hij zou geen gelovige zijn als hij niet verlangde dat de ander ook zou komen tot deze dienst aan God. Eenvoudigweg omdat hij gelooft dat God daar recht op heeft. Het gaat hem niet in de eerste plaats om respect voor hemzelf maar om respect voor God en Zijn openbaring.
Al zouden anderen mij en het hele christendom afwijzen, dan hoop ik dat ze Christus zelf als verlosser accepteren. Het is mijn ervaring dat heel wat moslims dat begrijpen en van mij als christen accepteren. Met veel moslims deel ik als christen de mening dat het uiterst cruciaal is voor ons leven dat onze belijdenis aangaande God overeenstemt met wie Hij ook werkelijk is. Zo cruciaal, dat, wanneer ik werkelijk betrokken ben bij het leven van een ander, ik deze vraag niet kan laten rusten.
Hier in ons land moeten christenen ervoor zorgen dat moslims in vrijheid met hen durven spreken en zich niet bedreigd voelen (al vormen de christenen zelf ook een minderheid in ons land!). In de wereld van de islam dienen moslims ervoor te zorgen dat de christelijke minderheid zich vrij voelt. Een dialoog hier kan immers moeilijk in alle openheid gevoerd worden, als geloofsgenoten elders door religieuze fanatici naar het leven gestaan worden. Ik ben blij dat mevrouw Abdus Sattar dat zelf ook aangeeft.
Mevrouw Abdus Sattar schrijft: “Ik ben geïnteresseerd in een debat met christenen (...) om visies te vergelijken.” Volgens mij hebben we echter meer behoefte aan een dialoog die juist geen debat is, maar die zich afspeelt in de gewone alledaagse ontmoetingen van mensen. Wij rusten christenen toe om, in situaties waar zij hun moslim medelanders ontmoeten, uit oprechte belangstelling en bewogenheid met hun leven en in respect voor hun menselijke waardigheid, naaste voor hen te zijn op een manier zoals Christus zelf ons dat heeft voorgeleefd. Dat sluit volgens mij getuigenis niet uit maar verondersteld deze juist.
We geloven dat de moslims in ons land met zo'n dialoog meer gediend zijn dan met debatten. Debatten die vaak gevoerd worden door 'vertegenwoordigers' die meer humanist dan moslim of christen zijn. Werkelijke dialoog speelt zich af op het grondvlak, tussen overtuigde gelovigen die zich geroepen weten te leven vanuit de openbaring van God. Voor mij als christen betekent dat: in de navolging van Jezus Christus. Zijn weg op deze aarde was een indringende getuigenis en oproep tot bekering, maar tegelijk ook een offer. Daarom was het niet bedreigend maar bevrijdend. In Zijn voetspoor wil ik moslims ontmoeten.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.