*

 
dossier

Archief

'We steken een dorp in de fik en we weten niet eens hoe het heet'

MARK DUURSMA − 23/01/97, 00:00

Pretty village, pretty flame' is te zien tijdens het Filmfestival Rotterdam (29/1-9/2).

“Zowel Duitsers als Japanners hebben verschillende decennia moeten wachten voordat films waarin ze ook maar enigszins sympathiek werden afgeschilderd, of waarin enige dubbelzinnigheid inzake hun schuld aan oorlogsmisdaden werd getoond, het donker van de bioscopen bereikte. Ik zie niet in waarom Serviërs (Joegoslaven) op een andere manier zouden moeten worden behandeld.”

Aldus een Kroatische filmstudent in een woedende ingezonden brief aan het Engelse filmtijdschrift 'Sight and Sound', naar aanleiding van een bijzonder enthousiast artikel in dat blad over de film 'Pretty village, pretty flame' (originele titel: 'Lepa sela lepo gore').

Een film over de oorlog in voormalig Joegoslavië, afkomstig uit een van de betrokken republieken, kan onmogelijk niet omstreden zijn. De wonden zijn nog te vers om onpartijdigheid te verwachten, veel betrokkenen zijn nog van haat vervuld. Toch verrast de felheid van de reacties op films die proberen de recente gebeurtenissen als fictie weer te geven. Zelfs filmmakers die zich nadrukkelijk van een bepaalde positie onthouden, krijgen er van alle kanten ongenadig van langs. Het overkwam Emir Kusturica in 1995 met zijn 'Underground', een groots, kleurrijk en surrealistisch epos over twee vrienden die vanuit verschillende posities het naoorlogse Joegoslavië meemaken. Bosniërs verweten Kusturica het land verlaten te hebben, Franse intellectuelen verweten hem pro-Servisch te zijn, weer anderen namen het hem kwalijk dat hij geen duidelijke positie innam. Kusturica was het zo zat, dat hij aankondigde nooit meer te zullen filmen, een toezegging die hij inmiddels gelukkig naast zich heeft neergelegd.

Ook 'Pretty village, pretty flame' van Srdjan Dragojevic (1963), een Montenegrijn in Belgrado, heeft al het nodige over zich heen gehad: in Venetië sprak men van 'fascisme'. De briefschrijver in 'Sight and Sound' heeft gelijk als hij beweert dat de Serviërs sympathiek worden afgeschilderd. Ook is het zo dat bij de gebeurtenis waar het in de film om draait, Serviërs slachtoffers zijn en moslims daders. Voor zover de Serviërs betrokken zijn bij oorlogsmisdaden, ziet dat er minder erg uit: huizen in de fik steken oogt minder dramatisch dan een mishandelde vrouw de dood in sturen. Alleen de bijfiguur Slobo, naar de koosnaam van Slobodan Milosevic, is ronduit slecht: hij hitst partijen op om er zelf financieel beter van te worden, pikt andermans bezit in en loopt na de oorlog rond als een patserige gangster.

Net als 'Underground' neemt 'Pretty village, pretty flame' de hechte vriendschap tussen twee mannen als vertrekpunt. Milan en Halil, Serviër en moslim in Bosnië, speelden als jongens bij een tunnel die in 1971 feestelijk werd geopend maar daarna werd verwaarloosd. In 1992, bij een zware aanval, vluchten Milan en een aantal andere soldaten de tunnel in, waar ze gedurende tien dagen vast komen te zitten omdat moslims de uitgangen bewaken. Het is een vreemd gezelschap dat samen moet zien te overleven: naast de zwijgzame Milan gaat het om een communistische kapitein wiens Tito-verering door de anderen belachelijk wordt gemaakt (met zelfspot gespeeld door een acteur die onder Tito in propagandafilms speelde), een stadsjunk, een rouwdouwer, een professor, twee schoonbroers en een verdwaalde Amerikaanse journaliste. Slechts enkelen van hen zullen de tunnel levend verlaten.

Dragojevic heeft er een heuse oorlogsfilm van willen maken en is niet kinderachtig met kogels en explosieven. Daarnaast maakt hij echter allerlei uitstapjes uit de tunnel naar verleden en nabije toekomst: lyrische scènes uit het dagelijks leven in het eerste geval, grimmigheid in het ziekenhuisbed na de oorlog in het tweede geval. In deze scènes toont de film de complexiteit van de oorlog: de teloorgang van oude vriendschappen, het ontstaan van haat, en hoe makkelijk dat gaat. Nadat het Servische groepje soldaten, kijkend naar een brandend dorp, heeft geconstateerd dat mooie dorpen mooi blijven, zelfs als ze branden, zegt een van hen: “We steken een dorp in de fik en we weten niet eens hoe het heet.”

'Pretty village, pretty flame' heeft een aantal dingen gemeen met 'Underground' - de opgewekte blaasmuziek en dito ijzervreters zijn ook hier van de partij - maar mist de grandeur en de magie van die film. Waar Kusturica alle partijen even schuldig verklaart en zijn cynisch nihilisme over alle betrokkenen uitstrooit, kiest Dragojevic voor duidelijk gescheiden partijen en maakt hij de overlevenden min of meer tot helden.

Van propaganda of dubieuze strekking is echter zeker geen sprake, daar is de film te genuanceerd voor. Het cynisme van Dragojevic beperkt zich tot de overheid, die zich in de gedaante van een hoge 'kameraad' bij de feestelijke opening van de tunnel vreselijk in z'n duim knipt en met een bloedende duim in het rond zwaait. Het slotbeeld van 'Pretty village, pretty flame' kopieert de openingsscène: bij de feestelijke heropening van de tunnel dreigt ook deze hooggeplaatste zich in de duim te knippen. Het ziet er somber uit voor Joegoslavische politici.'

mailIcon print |