DEN HAAG - Het was donderdag voor de bezoekers aan het Defilé-concert en voor het Residentie Orkest een lange zit om in één ruk het tweede pianoconcert van Bartók en de Symphonie fantastique van Berlioz te behappen. De pauzeloze concerten, die om 18 uur beginnen, zijn bedoeld voor mensen die in Den Haag werken en elders wonen en zo de files willen ontlopen. De Philipszaal op zo'n concert rondblikkend, kom je snel tot de ontdekking dat minstens de helft van het publiek allang met pensioen is, maar daar maalt niemand om.
Solist was de Franse pianist Michel Béroff; als vertolker van Messiaens muziek vestigde hij zijn naam, maar hij specialiseerde zich ook in de pianocomposities van Prokofjev, Bartók, Stravinsky en Liszt. Het tweede concert van Bartók vraagt om hogeschool-pianistiek; Béroff heeft alles in huis om aan die eis te voldoen. Hij ging zich geen maat aan uitbundigheid te buiten, zocht het veel meer in het innerlijk dan in het uiterlijk van dit virtuoze werk en raakte met die benadering de kern.
Met zijn krachtige, effectieve aanslag verleende hij beide hoekdelen spanningsvol karakter. Niet in de laatste plaats dankzij het uitmuntende spel van het Residentie Orkest onder leiding van Jean-Yves Ossonce, was het echter het wonderschone middendeel dat uitgroeide tot het hoogtepunt. Rijk aan spanning en expressiviteit, ontroerend en verfijnd, een moment om vast te houden.
Michel Béroff en het Residentie Orkest laten ook vanavond dit concert horen, geflankeerd door tweemaal Berlioz: de Symphonie fantastique (die een glansrijke uitvoering kreeg) en de 'Chasse royale' uit Les Troyens. Morgenmiddag presenteert Béroff zich bovendien in de Anton Philipszaal in een recital met werken van Janacek, Liszt, Bartók en Debussy.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.