DEN HAAG - Jaap de Hoop Scheffer heeft zijn CDA-leiderschap weinig profiel gegeven sinds hij, bijna een jaar geleden, Enneüs Heerma opvolgde. Dat is een bewuste keuze. Zeker op momenten dat de partij spreekt, zoals vandaag en morgen in Breda, onthoudt hij zich van politiek geprofileerde uitspraken. Hij zwijgt op zulke ogenblikken, volgens zijn zegsman om de indruk te vermijden dat hij de afgevaardigden op de partijraad en het verkiezingscongres wil beïnvloeden.
Bij zo'n houding past geen richtinggevend leiderschap. Wie dezer dagen verzoekt om een vraaggesprek met De Hoop Scheffer, krijgt van tevoren te horen dat de fractieleider zich op de vlakte zal houden bij controversiële onderwerpen, zoals de asielzoekers, die naar verwachting op de partijraad stof zullen doen opwaaien.
Die omzichtigheid jegens de partij is een reactie op de periode-Brinkman. De commissie die onder leiding van Til Gardeniers het verkiezingsdebacle van 1994 analyseerde, schreef de neergang van het CDA onder meer toe aan de kloof die de partijtop met de leden had geslagen. “Het CDA heeft zich op afstand van de basis geplaatst en zich opgesteld als een zelfgenoegzame bestuurderspartij die het gewoon vindt aan de macht te zijn”, aldus de commissie. Zij kritiseerde het gebrek aan partijdemocratie: “Veel leden voelen zich niet meer betrokken bij de kandidaatstelling en de besluitvorming over het verkiezingsprogramma.”
Dankzij het zelfonderzoek van Gardeniers heeft het CDA de afgelopen jaren de waarde van een krachtige partijorganisatie herontdekt. Heerma koesterde de CDA-leden als 'ons goud'. Partijvoorzitter Helgers zei dat hij zich niet zozeer in spreek- als wel in luistervaardigheid zou oefenen, om de leden het gevoel te geven dat de partij hen weer hoorde. Heerma en Helgers gaven daarmee aan dat het CDA, in ledental de grootste partij van het land, in zijn herstelproces dankbaar gebruik kan maken van het grote mobiliserende vermogen dat een levendige partij-organisatie biedt.
Gardeniers schreef het verstoorde evenwicht in de partijdemocratie onder meer toe aan de profileringsdrang van de toenmalige partijleider, Brinkman, die zich met zijn uitgesproken opvattingen over sanering van de verzorgingsstaat en verlaging van het minimumloon weinig aan de partij gelegen liet liggen. De Hoop Scheffer wil daarom de partij niet voor de voeten lopen. Zodra een onderwerp in de partij debat losmaakt, zoals dezer weken de kwestie van de asielzoekers en eerder het ecologische vraagstuk, houdt hij zich afzijdig, oóó als hijzelf in een eerder stadium aanleiding tot de discussie heeft gegeven.
Dat laatste is deze keer het geval. De harde taal die De Hoop Scheffer enkele weken geleden in De Telegraaf bezigde over de dreigende 'stroom' Koerden naar ons land, zal haar invloed niet hebben gemist op de discussie die de partijraad vandaag over asielzoekers voert. Het CDJA, de jongerenorganisatie van de christen-democraten, is in het geweer gekomen tegen de passages in het verkiezingsprogramma over het asiel- en vluchtelingenbeleid.
“Het CDA en zijn politiek leider Jaap de Hoop Scheffer staan voor een beleid dat ik niet meer christen-democratisch durf te noemen”, schreef CDJA-voorzitter Teusjan Vlot. “De vorm en de toon van de voorstellen zijn een christen-democraat onwaardig.”
Twee wijzigingsvoorstellen beloven bij de behandeling van dit hoofdstuk de meeste discussie op te leveren. Dat is in de eerste plaats het CDJA-voorstel asielzoekers weer volledig recht op beroep tegen hun uitwijzing te geven. Zij moeten bovendien de gelegenheid krijgen de uitkomst van de procedure in Nederland af te wachten en niet, zoals het programma voorstelt, in het land van herkomst. Volgens Vlot geeft het CDA met die laatste eis bij voorbaat te kennen dat het vluchtmotief van de asielzoeker niet kan deugen. Het tweede wijzigingsvoorstel houdt in dat een uitgeprocedeerde asielzoeker, die buiten zijn schuld niet kan worden uitgewezen, na vijf jaar alsnog een verblijfsvergunning krijgt.
Andere punten van discussie op de raad zijn het 'zorgloon' en het wettelijk recht op deeltijdarbeid, twee onderwerpen die in nauw verband staan met gezinspolitiek.
Het partijbestuur wil voorlopig afzien van het zorgloon, een vast bedrag per maand voor de partner die de kinderen verzorgt. Het neemt daarmee afstand van één van de belangrijkste maatregelen die de auteurs van het CDA-gezinsrapport eertijds opperden voor een eerlijker verdeling van betaald werk en zorg binnen het gezin. Het bestuur vreest dat de middeninkomens bij een nivellerende maatregel als deze erop achteruit gaan. Een zorgloon is volgens het partijbestuur pas denkbaar in een ander belastingstelsel, dus niet eerder dan na de eeuwwisseling. Het meest vergaande wijzigingsvoorstel, van het Vrouwenberaad, pleit voor invoering van het zorgloon op korte termijn.
De torpedering van de deeltijdwet in de senaat, door toedoen van het CDA, zit een deel van het kader dwars. Met steun van een aantal afdelingen pleit het Vrouwenberaad voor een wettelijk recht op deeltijd. Het partijbestuur vraagt geduldig de 'brede kaderregeling' voor zorgverlof en deeltijdwerk af te wachten die de Tweede-Kamerfractie voorbereidt. Discussie kan tot slot eveneens worden verwacht over het pleidooi van de Basisgroep sociale zekerheid, een interne partijwerkgroep, om de uitkeringen van langdurig werklozen met 10 procent te verhogen.
De Hoop Scheffers harde opstelling in het vreemdelingendebat contrasteert met de grondgedachte in het ontwerpverkiezingsprogramma. De christen-democraten willen met de christelijk-sociale koers die zij in het programma uitzetten hun sociale gezicht herstellen. Dat herstel was volgens de commissie-Gardeniers een absolute voorwaarde voor de herrijzenis van het CDA zelf. De kern van de benadering is dat het CDA vertrouwt op de offervaardigheid van bevoorrechte groepen jegens kansarmen. Om die reden zien de christen-democraten als enige van de grote partijen af van een belastingverlaging voor iedereen en wenden zij de financiële ruimte voor lastenverlichting in hoofdzaak aan voor steun aan de lage-inkomensgroepen.
Het CDA stoelt dat vertrouwen in de offervaardigheid van mensen en hun mededogen met anderen op de christen-democratische ideeën over het gemeenschapsdenken. Nederland kent volgens het CDA een 'waardevolle cultuur van zorgen voor elkaar'. Niet wettelijke regels of marktverhoudingen, wel het gevoel van wederkerigheid bepaalt in die cultuur de relaties tussen mensen.
Die laatste notie lijkt te ontbreken in De Hoop Scheffers benadering van het asielvraagstuk, ondanks diens pretentie dat het CDA uitdrukking geeft aan het 'groeiend ethisch besef' dat hij in de samenleving signaleert. De meest voor de hand liggende verklaring voor deze ongerijmdheid is dat het CDA tegelijkertijd met de christelijk-sociale koers, electoraal met de VVD wil concurreren. Ook die tweeslachtigheid verklaart de moeite die De Hoop Scheffer heeft met een richtinggevend leiderschap.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.