HILVERSUM (ANP) - Van kruk tot crack. In topgolf is het maar een klein stapje. Of: wie hoopt mag een wonder verwachten. Sven Strüver wist dat en bewees het in de Dutch Open. De 30-jarige professional uit Bremen ontdeed zich op de laatste holes van zijn zwaarlijvige Engelse evenknie Russell Claydon en trad in de voetsporen van de legendarische Duitse voorganger Bernhard Langer, winnaar in '84 en '92.
Strüver was het gehele seizoen een tobber. Hij kreeg zijn spel maar niet bij elkaar. Hoe hard hij ook werkte, wat hij ook probeerde, hoeveel sigaretten hij tussen de slagen door ook rookte. Toernooi na toernooi sprokkelde hij met de grootste moeite wat pondjes sterling bij elkaar. In zeventien vierdaagse wedstrijden won hij er 28 000, nog duizend minder dan Rolf Muntz die dit jaar nog niet één keer hoog in de uitslagen kwam.
Strüver's frustratie was groot, want hij wist dat hij een coryfee kon zijn, een winnaar. Per slot van rekening zegevierde hij al eens, in het Alfred Dunhill PGA Championship '96. In Johannesburg pakte hij de trofee vanuit de achterhoede met een slotronde in 63.
Voor Hilversum veranderde Strüver van stokken. Zijn nieuwe kregen een vast plaatsje in de schuur, een bestofte oude set ging mee op reis. Hij sloeg een paar lekkere ballen op het oefenterrein, kwam met een goed gevoel in Hilversum aan en produceerde, onder bepaald niet de gunstigste omstandigheden, een 'superserie': 67 64 69 66 voor een totaal van 266.
De winnaarscheque van 116 660 pond (400 000 gulden) was ruim vier keer zijn totaal dit seizoen. “Tussen de oren zat het ineens ongelooflijk goed”, vertelde hij met de trofee in de armen, “nu voelt het licht in mijn hoofd.”
Van niets naar alles, het zat natuurlijk niet alleen in de stokkenwisseling. Voor het Dutch Open begon, was Strüver niet goed genoeg voor een rondje met uitgenodigde amateurs. “Niet erg, ik had een heerlijke, rustige dag op mijn bed. Ik kon nadenken over wat me te doen stond. Ik dacht aan Langer.”
Strüver zei zijn overwinning deels te danken aan zijn landgenoot, die hem raad gaf, mentale training en hem uitnodigde voor oefensessies bij hem thuis in Florida en tijdens toernooien in Europa.
Gezien de revival van deze Duitser zou er ook iets moois in de ruimte kunnen zweven voor een Nederlandse golfer. Met vier in getal drongen ze in het 78ste Open Nederlandse golfkampioenschap door tot de elite die voor de prijzenpot van 2,4 miljoen gulden ging spelen. De verwachtingen waren hoog, de eindposities pakten bescheiden uit. De twee amateurs totaliseerden betere cijfers dan de twee professionals.
Maarten Lafeber eindigde als 30e met 279 slagen. Eind dit jaar wordt ook hij professional. De 21-jarige Eindhovenaar is een talent met een leeuwenhart. Hij wil het hoogste en is bereid daar onaardig voor gevonden te worden. Zo kreeg hij tijdens zijn laatste ronde op de Hilversumsche golfclub, net toen hij het even moeilijk had, ruzie met een fotograaf en schold de man onverbloemd uit. “Met meer spierkracht en mentale hardheid moet ik beter kunnen dan ik hier heb laten zien. Ik ga daar in de winter hard aan werken”, zei de 1,91 meter lange en 68 kilo lichte speler.
Nog achter de tweede amateur Maarten van den Berg (44ste) finishte Rolf Muntz als 48ste met 284 slagen. Op zijn cheque slechts 12 000 gulden. Een, voor profgolfbegrippen, bescheiden prijs. “Het was niet anders, geloof maar dat ik op elke slag mijn stinkende best heb gedaan.”
Laatste man van Oranje was Chris van der Velde. De uit Amerika teruggekeerde speler was zelden goed, nu was hij blij in elk geval een paar centen te hebben verdiend met zijn 59ste plaats: 7100 gulden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.