*

 
dossier

Archief

De kardinaal zet zich schrap

L. LAEYENDECKER − 30/05/98, 00:00

Het huwelijk van Prins Maurits en Marilène van den Broek heeft de kerken in problemen gedompeld. Zouden de katholieken wel ter communie mogen in een dienst waarin een priester en een dominee samen het tafelgebed uitspreken? Officieel niet. Dus was kardinaal Simonis bezorgd. Maar hij werd gauw gerustgesteld: dominee Ter Linden doet niet mee als het tafelgebed wordt uitgesproken en de aanwezige katholieken kunnen dus rustig ter communie gaan. De preses van de Hervormde Synode is minder gelukkig. De aanwezige protestanten moeten zelf maar beslissen of zij wel of niet deelnemen aan de communie.

Natuurlijk is de officiële verhouding tusen de katholieke kerk en de protestanten met hun uiteenlopende standpunten inzake ambtsbediening en sacramenten geen eenvoudige zaak. Er heeft al decennia moeizaam overleg plaats, waaruit soms optimisme, dan weer pessimisme opborrelt. Maar dat is slechts één kant van de zaak. De andere kant is, dat al dit overleg tussen kerkleiders en theologen ver af staat van de kerkelijke praktijk en het geloofsbeleven van de mensen.

De kerkleiders weten maar al te goed wat er zich op het grondvlak van de kerk afspeelt. In talloze huwelijkssluitingen tussen katholieken en protestanten, bij begrafenissen en in vele zondagse vieringen op vele plaatsen in Nederland gebeurt precies datgene dat nu tot probleem verheven wordt: protestanten en katholieken nemen deel aan elkaars eucharistievieringen en hun voorgangers spreken beurtelings of gezamenlijk het tafelgebed uit. Zo heb ik zelf jarenlang ervaringen met oecumenische gemeenten - in het gehele land te vinden - waarin afwisselend dominees en priesters voorgaan, zonder dat dit enig verschil maakt voor het liturgische gebeuren of de deelname van zowel katholieken als protestanten. De rk kerk benoemt de katholieke voorgangers in zulke gemeenten veelal zelf en de bischoppen, ook de kardinaal, moeten dus wel op de hoogte zijn van deze feiten. Maar nu dus dit vreemde formalisme.

Of misschien toch niet zo vreemd? Enige overwegingen, in samenhang met elkaar, kunnen wat licht op de zaak werpen. Zo is er al een decennia lang groeiende kloof tussen de kerkhiërarchie en het kerkvolk. De bisschoppen hebben dan ook de laatste decennia schrikbarend aan gezag ingeboet. Hun krampachtigheid heeft ertoe geleid dat de meeste gelovigen hun eigen weg gaan; zij beslissen zelf wel over hun kerkelijk gedrag, inclusief het al dan niet deelnemen aan de liturgie. Die wordt heel vaak voorbereid door priesters en gelovigen samen.

En de priesters, officieel de helpers van de bisschop genoemd, voelen het beter aan waar het de kerkleden om gaat en handelen dienovereenkomstig. Het is al heel vaak gezegd: de (meeste) bisschoppen in Nederland bevinden zich wat de binnenkerkelijke problematiek betreft in een treurig isolement. Nu kan geen kerkelijk leidsman gelukkig zijn met zo'n situatie. Maar elke poging van hen om het kerkelijk leven weer in de greep te krijgen, is vrijwel tot mislukken gedoemd. Zij hebben de macht over het benoemingsbeleid: door het tekort aan priesters valt er steeds minder te benoemen. Ook kunnen zij nieuwe organisatieschema's opzetten om in het priestertekort te voorzien: het liturgisch leven dat zich binnen die kaders afspeelt kunnen zij niet volgens hun richtlijnen laten verlopen. In steeds meer gevallen gebeurt dat dan ook niet.

In zo'n situatie blijven er slechts enkele reacties over. De meest botte is de toestand simpelweg te ontkennen door net te doen alsof het liturgisch leven niet in zeer veel opzichten van de officiële richtlijnen afwijkt. Dat gebeurt momenteel helaas en niet alleen met betrekking tot de liturgie. Het gebeurt ook als de kardinaal bijvoorbeeld verklaart, dat het merendeel der priesters zich aan de celibaatsverplichting houdt; maar dat terzijde.

Een meer strategische reactie is, de situatie niet te ontkennen maar er zo weinig mogelijk ruchtbaarheid aan te geven. Als het dan toch onvermijdelijk is, laat het dan in hemelsnaam niet algemeen bekend worden. Dan zal het zo weinig mogelijk navolging vinden.

Zodoende wordt een sfeer van onoprechtheid geschapen die zeer nadelig is voor een serieuze omgang met de problematiek van het kerkelijk leven. Bovendien wordt de kloof tussen leiding en leden vergroot; een scherm van schijn tussen beide staat eerlijk overleg in de weg staat.

Maar soms is het onmogelijk ruchtbaarheid te vermijden. Vrijwel elk conflict in de laatste decennia waarbij de bisschoppen hebben ingegrepen, kwam voort uit het feit dat verboden afwijkingen in brede kring openbaar werden.

Vandaar dat sommige bisschoppen van zulke afwijkingen liever niet officieel op de hoogte worden gebracht, dan behoeven ze ook niet in te grijpen. Dat laatste zorgt namelijk bijna altijd voor nog meer problemen.

Een prinselijk huwelijk trekt echter brede belangstelling. Zeer vele Nederlanders zijn getuige van de kerkelijke plechtigheid. Als bij zo'n huwelijk de regels niet gelden, ontvalt aan elk officiëel verbod het laatste restje zeggingskracht. Daarom zet de kardinaal zich schrap, zoals hij en zijn collega's ook deden bij de liturgie op de Acht Mei manifestaties, eveneens op tv.

Het is jammer dat de bisschoppen de spanning tussen leer en leven, het feit dat de officiële leer van de kerk haaks is komen te staan op het geloofsbeleven van de mensen en op de kerkelijke praktijk, niet openlijk kunnen bespreken. Nu bewegen zij zich tussen onechtheid en formalisme en dat biedt weinig perspectief.

mailIcon print |