De winnende collectie van Gert-Jan Kazemier is op 9 juni om 16 uur te zien als een extra ingelaste show vóór de eindexamenshows van de Hogeschool voor de Kunsten in Arnhem. Informatie: 085-535605.
Wat Kazemier fascineert in mode is het mathematische. “Patronen kunnen je verrassen. Als je patronen openlegt krijg je op onverwachte plaatsen plooien en vallingen en ook de balans van het kledingstuk wordt anders”, vertelt hij enthousiast. Zijn medestudenten hadden die obsessie al eerder door dan hijzelf en noemden hem 'het patronenjongetje van de klas'. Achteraf verbaast hij zich er weleens over hoe het kan dat hij wiskunde nooit een leuk vak gevonden heeft.
Eind april won Kazemier (26) in het Zuidfranse Hyères op het Festival des Jeunes Stylistes, debelangrijkste modeprijs voor jonge modeontwerpers. Een jury met daarin twintig kopstukken uit de internationale modewereld (onder meer Martin Margiela, Véronique Leroy, Martine Sitbon en Andrée Puttman) vond Primair Lila van Kazemier unaniem de beste vrouwen-collectie. Eerder ging die prijs al eens naar Xuly Bët en Nederlandse duo Viktor & amp; Rolf en dat legde hun geen windeieren. Xuly Bët stond zelfs model voor een van de hoofdpersonages in Robert Altmans Prêt-à-Porter, die op dit moment in de bioscopen draait.
ZOIETS SIMPELS “Dat zoiets simpels zo intens kan zijn. De jury was er verbijsterd over”, zegt Gert-Jan Kazemier met de foto's van de show in de hand. “Wat wij hier normaal vinden, wordt in het buitenland kennelijk extreem sober en abstract gevonden.” Met Primair Lila wilde hij vooral laten zien hoe de kleur van lila leer onder invloed van felle kleuren steeds van tint en uitstraling verandert.
Kazemier: “Met rood gecombineerd lijkt lila ineens grijs, maar met felblauw krijgt het een roodachtige zweem. Dat probeerde ik met allerlei variaties in stoffen en kleur zo goed mogelijk zichtbaar te maken, de kleding zelf hield ik daarbij heel eenvoudig.”
“Weet je”, vertrouwt hij me toe, “er zit zoveel variatie in dat lila leer dat ik er mijn hele leven mee verder kan gaan. Mijn vorige collectie was met lila leer en in mijn volgende gebruik ik het weer. Dat is het enige wat ik zeker weet.”
“In het buitenland gaat mode vooral over sferen, thema's en betekenis. Als je dan ineens alleen een studie over vorm en kleur maakt, vinden ze dat erg gewaagd”, meent Kazemier de jury te begrijpen. Maar dit soort ontwerpen worden in de modewereld intussen al als typisch Nederlands herkend. Sinds ontwerpers als Orson & amp; Bodil en Le Cri Néerlandais er internationaal furore mee maken is er zelfs een naam voor bedacht: 'Dutch modernism'. Deze invalshoek op mode is nieuw en aangezien de modewereld altijd op zoek is naar 'het nieuwe' is de belangstelling ervoor ineens groot. Van de twintig finalisten in Hyères (die weer uit honderden inzendingen waren geselecteerd) waren er dit jaar opeens vijf afkomstig uit Nederland.
En volgens Kazemier kon je ze er op het podium allemaal zo uitpikken.
Als je hem hoort praten, zou je bijna gaan denken dat de modeontwerper nieuwe stijl een kluizenaar is die wat experimenteert op een achterkamertje en het moderne leven helemaal aan zich voorbij laat gaan. “Nou”, antwoordt Kazemier die ook een fanatieke turner blijkt, “ik neem geen sfeerbeelden of stijlen over, maar laat me wel door details beïnvloeden. De turnpakjes van de Roemeense meisjes bijvoorbeeld hebben een ingeregen elastiekje in de taille om wat extra vrouwelijkheid te suggereren. Dat vind ik zo'n geweldig detail, dat gebruik ik dan in mijn collectie. Of ik vind toevallig een gele regenbroek, waarvan ik het materiaal zo mooi vind dat ik hem uit elkaar haal en vermaak.”
ISSEY MIYAKE Kazemiers talent werd trouwens al eerder opgemerkt. Met een 'vouw'-collectie geïnspireerd op Japan won hij vorig jaar - hij studeerde toen nog aan de Arnhemse Hogeschool voor de Kunsten - de prestigieuze Daphne Brooker-Award. Die prijs bracht hem in Japan, waar hij de belangrijke fabrikanten van geavanceerde stoffen bezocht en te gast was bij meester-ontwerper Issey Miyake. Die zag wel wat in zijn collectie en nodigde hem uit voor een stage, maar verbond daar wel als voorwaarde aan dat Kazemier in Europa eerst maar eens twee jaar intensief Japans moest leren.
Wel een wat grote omweg om hogerop te komen in het modevak, vindt Kazemier. Bovendien biedt de prijs in Hyères hem voldoende nieuwe perspectieven: “Ik kies nu voor een stage bij Martin Margiela en Martine Sitbon. Zij laten me heel vrij, heb ik in Hyères al gemerkt. Bij hen wil ik gaan kijken of ik via hun kanalen iets van mijn eigen collectie kan produceren. Het zijn tenslotte hele draagbare kleren.”
Behalve de twee stageplaatsen naar keuze krijgt Kazemier van het Festival des Jeunes Stylistes in september een eigen stand op de prêt-à-porter-beurs aangeboden. En tijdens de najaarsshows is zijn collectie ook te zien in de etalage van de befaamde mode-agente Maria Luisa. Kortom, de modewedstrijd van Hyères is wel een ideale prijs om te winnen. Als veelbelovend ontwerper word je én op de goede plek én op het juiste moment in de schijnwerpers gezet. Men helpt je bovendien aan een intensief contact met die modeontwerpers die jijzelf belangrijk vindt. Wat wil Kazemier nog meer?
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.