*

 
dossier

Archief

Lekker verzadigde klank Haenchen bijzonder op dreef in zowel Haydn, Mozart als Mahler muziek

PETER VAN DER LINT − 06/06/94, 00:00

ROTTERDAM - Dat Hartmut Haenchen uit de voeten kan met de muziek uit de 18e eeuw, is zo langzamerhand algemeen bekend. Dat hij steeds beter en beter wordt in de muziek uit de late Romantiek, was naast dat bekende gegeven vrijdagavond te beluisteren in de Rotterdamse Doelen. Muziek van Haydn en Mozart werd daar geprogrammeerd naast muziek van Mahler, met Haenchen bijzonder op dreef in beide stijlperiodes.

Het Rotterdams Philharmonisch Orkest en Haenchen voelen elkaar uitstekend aan. Dat bleek in de volle Doelen meteen in de 22e symfonie (met bijnaam 'De Filosoof') van Haydn, waarin Haenchens behandeling van het strijkorkest in het eerste deel zeer bijzonder was. De opvallend fraaie klank van het kleine strijkorkest was uiterst egaal; men speelde met summier vibrato.

De rol van het strijkorkest in dat eerste deel is eigenlijk louter een begeleidende. Twee althobo's en twee hoorns spelen met een prachtige koraalmelodie de hoofdrol. In Rotterdam waren ze respectievelijk uiterst links en uiterst rechts van het strijkorkest geplaatst, met maximaal effect. Dat Haenchen juist in dit deel zoveel oor had voor de strijkers, zei heel wat over zijn inzichten in de muziek van de 18e eeuw.

Dat bleek verder op de avond in de concertaria 'Bella mia fiamma-Resta, o cara' van Mozart, waarin sopraan Alexandra Coku (blijkbaar een geliefkoosde stem van Haenchen) de soliste was. Haenchen en orkest realiseerden een zeer gedetailleerde uitwerking van het begeleide recitatief, dat naadloos overging in de fraai begeleide aria. Coku heeft een prachtige stem; Haenchens fascinatie voor haar geluid is te begrijpen. De puurheid van geluid werd echter in de allerhoogste regionen onaangenaam en bikkelhard. Het was alsof Coku daar haar projectie volledig vergat en haar tonen als gevaarlijke, ongeleide projectielen de zaal in stuurde.

Dat was minder het geval in het laatste deel van Mahlers Vierde Symfonie, waarin zij werkelijk buitengewoon fraai zong, met als hoogtepunt de passage over Sanct Martha de kokkin. Haenchens interpretatie van Mahlers symfonie was bijzonder fraai. Dezelfde symfonie deed hij ooit (ook met Coku) bij zijn eigen Nederlands Philharmonisch Orkest. Die uitvoering hoorde ik niet, maar bij de Rotterdammers bereikte hij in ieder geval een hoog niveau. De overgangen in het problematische eerste deel werden subtiel, maar volstrekt organisch gerealiseerd, en dat is voorwaar geen sinecure.

Prachtig was het verstilde slot van dit deel vóór het korte uitbundige coda. Haenchen ontlokte aan de Rotterdamse strijkers een lekker verzadigde Weense klank in het tweede deel, waarin ook kwakende klarinetten en fagotten een mooie rol speelden. In het slot van het derde deel waren er wat kleine probleempjes in zuiverheid en samenspel, maar dat nam niet weg dat deze Mahler heel bijzonder was.

mailIcon print |