*

 
dossier

Archief

Vader

MASOEME ABBRIN − 02/02/98, 00:00

In de supermarkt riep iemand mijn naam. Ik draaide me om en zag een kennis, die nog niet zo lang met haar dochter Leila in Nederland woont. Ik heb hen hier een beetje wegwijs gemaakt, maar ze zijn nog niet volledig op de hoogte met het abc van het leven in Nederland. Zacht fluisterde ze mij in het oor, alsof Nederlanders onze taal verstaan: “Weet je, ik heb iets vreemds meegemaakt.” “Wat?”, vroeg ik. “Zachtjes, zachtjes”, zei zij.

Haar dochtertje was bij een meisje uitgenodigd voor haar verjaardag. Toen ze thuis kwam vroeg zij: “Heb ik ook een vader?” “Natuurlijk”, antwoordde zij, “je weet toch dat hij gestorven is, toen jij klein was?” “En heb jij ook een vader?”, vroeg haar dochtertje weer. “Maar dat weet je toch? Je hebt opa toch gezien?” Leila was daarna een beetje stil. Het was de eerste keer dat zij in Nederland iemands verjaardag meemaakte en mijn kennis vroeg of het leuk geweest was. “Het is hier anders”, had haar dochter gezegd. “Kreeg dat meisje veel cadeautjes?”, had zij verder gevraagd. “Zij heeft haar cadeautjes meteen opengemaakt.” Dat had haar dochter leuk gevonden. In Iran wacht je met uitpakken van je cadeautjes tot je gasten vertrokken zijn.

“Wat heeft ze van haar vader en moeder gekregen?”, vroeg mijn kennis verder. “Ze heeft geen vader”, had haar dochter gezegd, “zij heeft twee moeders en een van hen is haar vader.”

“Ik geloofde mijn dochter niet, vond het een raar verhaal en zei: 'Sommige mannen hebben hier heel lang haar.' Maar mijn dochter zwoer op de Koran dat het twee vrouwen waren en dat dat meisje hen zo had voorgesteld: 'Dat is mijn moeder en dat (wijzend op de tweede vrouw) is mijn vader.” Die vrouw was over die vreemde relatie gaan nadenken en om die te kunnen begrijpen had ze een verklaring verzonnen, waardoor het voor haar klopte. “Jij hebt het niet goed begrepen”, had ze tegen haar dochter gezegd. “Het is zo: die vader had natuurlijk twee vrouwen en nadat hij overleden was, zijn die twee samen gaan wonen. Ik vind het knap dat die vrouwen geen ruzie maken. Bij ons gaan de vrouw en de haboe (tweede vrouw) met elkaar ruzie maken. Maar zij zijn blijkbaar goede mensen.”

Die informatie was haar goed uitgekomen. Zij had gedacht: Die vrouwen hebben net als ik ook geen man. Misschien kunnen zij mij een beetje begrijpen. Misschien passen onze dochters bij elkaar en missen zij hun vaders minder.

Later nodigden die vrouwen haar een keer op de koffie. Zij verstaat nog niet zoveel Nederlands, dus liet ze haar dochter tolk zijn. Tegen Leila zei ze: “Vraag maar wie de echte moeder is.” “Ik ben de echte moeder”, zei een van hen enthousiast, klopte de andere vrouw op de schouder en zei: “En zij is vader.” Meteen zei Leila: “Zie je wel mama, ik heb het toen goed gehoord: zij is haar papa.”

De gastvrouw legde uit: “Ik ben gescheiden”, en zij maakte een gebaar van: ring af. “Wij wonen samen”, ze maakte een heen en weer wijzend gebaar tussen zichzelf en haar vriendin. Toen vroeg de moeder van Leila: “Hebben jullie samen dezelfde man gehad?” Zij had nog steeds haar Iraanse model in haar hoofd. “Nee, mijn vriendin is nooit getrouwd geweest. Zij is nu hier de vader.” Mijn kennis had die andere persoon nog eens van top tot teen bekeken om te zien of die misschien niet tóch een man was. Maar zij had overduidelijk borsten: een echte vrouw.

Ik heb mijn landgenote wat over de Nederlandse samenleving verteld. In het begin wist ik bij zulke dingen ook niet of ik het wel goed gehoord had. Toen het later in mijn opleiding ging over de vele soorten moeders die Nederland kent - biologische moeder, pleegmoeder, draagmoeder, bommoeder - had ik al het een en ander ervaren. Stiefmoeders kennen wij in Iran ook - als 'nepmoeders'. Maar die andere kunstmoeders kennen wij niet.

“Zijn die mensen niet gevaarlijk?”, vroeg zij. Zij wilde veel van mij weten, alsof ik alles weet en tussen hen geleefd heb. Ik heb haar verteld dat ik aanvankelijk ook wel een beetje bang was om met lesbische vrouwen om te gaan, maar dat ik hen niet heb meegemaakt als gevaarlijke mensen.

Ze vroeg mij wat ik dacht van de situatie van dat kind. “Geeft niet. Als het maar liefde krijgt”, was mijn antwoord. Belangrijk voor mij is dat zij een beetje gelukkig wordt. En dat de maatschappij het haar niet te moeilijk gaat maken. Ikzelf heb liever een echte vader. Als ikzelf in zo'n situatie zou verkeren zou ik hooguit zeggen: Ik heb twee moeders. Ik zou nooit een van hen mijn vader noemen.

mailIcon print |