*

 
dossier

Archief

Tevredenheid troef over hoogwater-samenwerking

Door: redactie − 23/03/95, 00:00

Van een onzer verslaggevers UTRECHT - De samenwerking politie-brandweer had beter gekund, maar verder is het allemaal erg goed verlopen bij het recente hoogwater.

Op een themadag Hoog Water '95, georganiseerd door de Raad van hoofdcommissarissen, heerste gisteren dan ook tevredenheid en de lachsalvo's scoorden hoger dan de paar bedekte sneren over en weer.

Plaatsvervangend korpschef A. Meijboom van de regiopolitie Gelderland-Zuid schetste het beeld van opa en oma die met het koffertje klaar stonden om te worden geëvacueerd. Tot hun verbazing zagen ze een karavaan van 15 bussen opdagen om hen te vervoeren. Tja, er was op gerekend dat voor 25 procent van de mensen vervoer moest worden geregeld door de overheid. Er deed echter maar een half procent een beroep op die mogelijkheid.

Politie, brandweer, bestuurders en allerlei hulpdiensten waren gekomen om hun optreden bij de wateroverlast te evalueren. Districtschef R. H. Hermans van de regiopolitie Limburg-Noord had ontdekt dat de politie naast het ramptoerisme ook te maken had gekregen met een VIP-probleem. Het bezoek van hoge gasten bleef niet beperkt tot koningin Beatrix: het werd een overstroming van horden belangrijke personen - politici, ministers, premier Kok, noem maar op - met het hele media-circus daaromheen. “Ben je lekker bezig met je commando en ineens wordt alles ontwricht omdat er een helikopter met een VIP landt.” Hij bepleitte speciale mensen te belasten met de VIP-opvang, zodat de politie gewoon door kan werken.

Burgemeester drs. J. E. van Tellingen van Tiel had ervaren dat een goede burgervader niet automatisch ook een goede burgemeester is. In zijn vaderlijke rol is de één eerder dan de ander geneigd 'ontheffing' te verlenen aan een burger om even naar zijn bedrijf te gaan voor een noodzakelijk karweitje. Zoiets leidt tot irritatie: “Waarom hij wel en wij niet?” Om die reden had Van Tellingen, als voorzitter van het Regionaal Coördinatiecentrum (RCC) van commissaris der koningin Terlouw de 'aanwijzingsbevoegdheid' gekregen, voor het geval het uit de hand zou lopen. Die bevoegdheid heeft hij overigens niet hoeven gebruiken, omdat de burgemeesters het onderling eens werden.

Van Tellingen ervoer het als een nadeel dat de waterschappen in hun advisering niet op één lijn zaten. Het éne schap kan een situatie onveilig noemen, terwijl uit het andere geluiden opklinken als: we maken ons zorgen als het water zo hoog blijft. Misschien bedoelen ze wel hetzelfde, aldus Van Tellingen. Waterschappen zouden landelijk moeten proberen tot een éénduidige risico-analyse te komen, vond hij.

Meningsverschillen waren er ook. Zo is korpschef P. Tieleman van de regiopolitie Zuid-Holland-Zuid dik tevreden, hij ervoer de nieuwe regiopolitie als een verademing. De nieuwe organisatie heeft er een eind aan gemaakt dat je ingewikkelde dingen moet doen om allerlei gemeentelijke korpsen en de rijkspolitie te mobiliseren. “Binnen de kortste keren konden we voldoende mensen optrommelen. Vroeger zou dat veel meer tijd hebben gekost.” Hij vroeg zich wel af of de politie voldoende reserves zou hebben als de dijken echt waren gebroken. “Je kunt je afvragen of we in de voorfase niet te veel hebben gegeven.”

Brandweercommandant ing. G. W. A. Cloosterman pleitte daarentegen de politieregio 'op operationeel niveau niet te groot te maken.' Hij prees zich gelukkig in een streek te wonen waar de 'oude structuur' met meldpunten op districtsniveau nog niet helemaal is afgeschaft. Die meldpunten zijn laag genoeg om 'bovenop de burger te zitten'. Dat werkt beter dan een vaag meldpunt op afstand. “Ik heb van politiemensen gehoord dat ze het niet zo goed hadden geklaard als de regionaal gespreide meldpunten er niet waren geweest.”

Daartegen voert Tieleman dan weer aan dat hij zonder problemen een lokaal meldpunt had kunnen inrichten in het gemeentehuis van Gorinchem, bemand met mensen van het centrale meldpunt van Zuid-Holland-Zuid.

De altijd latente spanning politie-brandweer klonk enkele malen door. Topambtenaar mr. G. N. Roes van Binnenlandse Zaken vond dat het samenspel tussen politie en brandweer beter moet. De brandweer is vaak zó gemotiveerd dat ze meteen overal op af wil vliegen, zonder zich te bekommeren om de coördinatie. Politie en brandweer zouden er goed aan doen te oefenen om die samenwerking te verbeteren, oordeelde hij. “Dat is van groot belang. Laten we niet vergeten dat we nu praten over een bijna-ramp, want er was slechts sprake van overvloedige wateroverlast. Alleen de watersnood van 1953 en de Bijlmerramp van 1992 vallen in de categorie echte rampen.”

Er werd een reeks punten en puntjes doorgenomen van dingen die beter kunnen worden geregeld. Maar die mochten nauwelijks naam hebben, want tevredenheid over de samenwerking was troef. En dan vooral over de eigen rol. “De politie had het rustigste aanzien, rustiger dan het bestuur”, pochte Tieleman. Dat vond hij erg belangrijk voor de goede naam van de politie, die nog met de naweeën kampt van “de ellende van 1994 en de IRT-affaire.” De bijna-ramp kwam de politie helemaal niet zo slecht uit, gaf hij eerlijk toe. “We konden nu laten zien dat we ons werk ook goed kunnen doen.”

mailIcon print |