Het vorige nummer van het tijdschrift in boekvorm Raster ging over meneertjes in de literatuur en heette 'Meneer & Co'.
Het waren buitenlandse meneertjes, zoals Monsieur Teste van Paul Valéry of Palomar van Italo Calvino, figuren die door hun schrijvers in voortdurend andere situaties worden gebracht om te zien hoe zij daarop reageren: proefpersonen.
De redactie van Raster heeft nu aan een groot aantal Nederlandse schrijvers gevraagd een meneertje, of een mevrouwtje, te scheppen en aan die oproep hebben maar liefst dertig schrijvers en schrijfsters voldaan. Nicolaas Matsier heeft een zekere heer Kortom ontworpen, Doeschka Meijsing een Meneer Poer, Nelleke Noordervliet maakte Mevrouw Gigengack. Meestal zijn deze meneren en mevrouwen in een paar korte verhaaltjes in ontwikkeling of althans in beweging mee te maken: je bent geen meneertje of mevrouwtje met maar één verhaal. De toon van een meneertje of mevrouwtje kan natuurlijk heel wisselend zijn, maar ik geloof dat Piet Meeuwse wel de grondtoon heeft getroffen als hij een van de episoden uit 'Leven en lijden van Johannes Homan' als volgt begint: “Meneer Homan is een voetganger uit overtuiging. Bij het zebrapad waar hij dagelijks oversteekt, oefent hij zich in het afdwingen van zijn rechten.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.