*

 
dossier

Archief

Het gaat ouderen om veel meer dan hun AOW

ROB OUDKERK − 10/03/94, 00:00

De auteur is huisarts en kandidaat voor de Tweede Kamer voor de PvdA.

Ik geloof echter niet in dat woord. Vanzelfsprekend raakt de discussie mensen die altijd hard hebben gewerkt. Maar er is meer. Het 'protest' komt eerder voort uit een diffuse angst. Voor wat er komen gaat. De felle reacties van ouderen op alle AOW-verhalen worden versterkt, zo niet ingegeven door het feit dat honderdduizenden zich angstig gaan voelen.

Dat komt lang niet altijd omdat ze zich te kort voelen gedaan met een schamele AOW-uitkering, maar zich met dat geld afgekocht voelen door de rest van de maatschappij. Want reken maar dat de meer dan 2 miljoen mensen die ouder zijn dan 65 jaar goed door hebben waarom wij in de loop van de afgelopen jaren het woordje bejaarden hebben vervangen door ouderen en nu besmuikt en eufemistisch van 'senioren' zijn gaan spreken. Reken maar dat velen het CDA-voorstel om 450 miljoen gulden beschikbaar te stellen aan financieel zwakkere ouderen, hebben opgevat alsof ze weer naar de bedeling moesten. Reken maar dat veel ouderen de plannen om bejaardenoorden om te vormen tot woonzorgcomplexen hebben opgevat als een rechtstreekse aanval op de sociale functie van een bejaardentehuis. En dus op hun soms zo marginale sociale leven.

Ontheemd

Sommige ouderen in de buurt waar ik huisarts ben - of ze nou in een bejaardentehuis, verzorgingstehuis of thuis wonen - voelen zich meer en meer ontheemd binnen onze Nederlandse cultuur. Surinaamse patienten vragen mij hoe het toch mogelijk is dat wij het hele leven van onze ouders zijn gaan institutionaliseren. Zij vragen mij waarom mijn moeder niet bij mij in huis woont. Ze vragen waarom in Nederland voor ouderen die wat voor hulp of zorg dan ook nodig hebben, voor bijna alles een aparte regeling of formulier is. Waarom er voor alles een mechanische, bureaucratische oplossing wordt gezocht, met tientallen verschillende loketten. En waarom er voor veel oudere mensen zo weinig buren, vrienden of kennissen en soms alleen geprofessionaliseerde aandacht voor handen is.

Ik heb meestal geen antwoord.

Wel heb ik de ervaring dat 'de' oudere niet bestaat. Dat iemand van 68 zich oud kan voelen en iemand van 72 piepjong. Wel zie ik dat ouderen met een goed aanvullend pensioen een veel betere gezondheid hebben dan ouderen met alleen AOW. Dat bij die laatsten het aantal chronisch zieken anderhalf keer zo hoog is. Dat ouderen die slecht wonen zieker zijn.

Ik zie dat sommige ouderen die slecht ter been zijn of pijn hebben, de deur niet meer uitkomen, omdat zij niet in staat zijn om twee trappen op en af te gaan. Ik merk dat ik ze veel - teveel - pijnstillers en tranquillizers voorschrijf. Van het geld dat dat kost zou je - als huisvesting en zorg voor ouderen uit een bron werden gefinancierd - zeker twee aangepaste, goed toegankelijke woningen kunnen maken.

Van de hoeveelheid slaapmiddelen die ik voorschrijf omdat sommigen er niet van kunnen slapen dat vrijwel niemand zich met hen bemoeit, zou er - als er niet zoveel financieringsschotten zouden bestaan - zeker voor tien van hen een creatieve dagopvang kunnen worden betaald.

Prof. Bierik, vice-voorzitter van de raad van commissarissen van zorgverzekeraar VGZ, zegt dat van de aan ouderen verstrekte geneesmiddelen 80 procent zonder enig nadelig effect rechtstreeks de prullenbak in zou kunnen. Wellicht heeft hij gelijk. Het geneesmiddelengebruik onder ouderen is irrationeel. Het is vaak substituut voor de zorg en de aandacht die we als samenleving niet meer (willen of kunnen) geven.

Integraal

De eerste grote 'grijze golf' die over zo'n 10 jaar op ons afkomt, heeft Zweden en Duitsland in de afgelopen jaren al bereikt. Misschien valt er van die landen nu al iets te leren. Waar we naar toe moeten is een meer integraal beleid ten aanzien van ouderen. Waarbij koopkracht (wat iets anders is dan inkomen), huisvesting, veiligheid, maatschappelijke participatie, hulp en ziekenzorg onlosmakelijk met elkaar verbonden kunnen worden.

Want waar draait het straks allemaal om? Ten eerste om de zorg. Over nog geen 15 jaar zullen, volgens cijfers van het CBS, mannen vijftien en vrouwen eenentwintig jaar van hun laatste levensfase in minder goede gezondheid gaan doorbrengen. Daarbij gaat het voornamelijk om de gevolgen van chronische ziektes, zoals gewrichtsslijtage, cara, suikerziekte, dementie, depressies, doorgemaakte infarcten en beroertes. Deze ziektes betekenen nauwelijks een aanslag op de collectieve 'cure' lasten, zo leert onderzoek in Zweden. Het geld zal voornamelijk naar de 'care' gaan.

Omdat ouderen - ook chronisch zieke ouderen - niet allemaal gelijk zijn, is het van essentieel belang dat het grote aantal verschillende financieringsregelingen voor deze vormen van zorg wordt gedecimeerd. Dat allerlei regeltjes op het terrein van financiering en planning afgestemd worden op de 'needs en demands'. Een mogelijkheid tot tijdelijk zorgverlof voor werkenden is daar een voorbeeld van. Anders gezegd: het geld moet de zorg volgen en niet de zorg het geld.

Ten tweede zullen we veel meer dan nu ouderen moeten betrekken bij maatschappelijke ontwikkelingen. Met een mooi woord heet dat: faciliteren van participatie van ouderen. In goed Hollands: mee doen. In besturen, in adviescolleges, in specifieke belangenorganisaties, in de buurt. Als huisarts heb ik de ervaring - hoe oubollig dat ook klinkt - dat je van oudere mensen in het algemeen zo ontzettend veel kan leren.

Mensen die zich goed voelen zouden, waar mogelijk, veel langer deel moeten kunnen uitmaken van het arbeidsproces. Omgekeerd moet iemand die eerder met pensioen wil, dat, met een lagere uitkering, ook kunnen doen.

Maar ook mensen die geen betaalde arbeid meer verrichten of chronisch ziek zijn, moeten actief kunnen blijven deelnemen aan onze samenleving. Voor iedereen geldt, dat er een afschuwelijk soort gevoel is: dat je er niet bijhoort. Dat onvolwaardige gevoel is een gesel, die iemand uit balans kan brengen. Een AOW-discussie zoals die nu daarbovenop wordt gevoerd, laat velen wankelen.

Zo veel mogelijk mensen aan werk helpen is natuurlijk de beste manier om de AOW te blijven betalen. Maar als dat nou niet lukt? Dan zijn er andere oplossingen denkbaar. AOW-premie in de tweede en derde belastingschijf heffen is een voorbeeld. Maar er is meer dan de hoogte van de AOW alleen om koopkracht te behouden.

Zo bestaat er een relatief grote groep ouderen met een laag inkomen (AOW alleen of met een klein pensioen), die vanwege de 'wet toegang ziektekostenverzekeringen' uit 1986, particulier verzekerd moet blijven tegen ziektekosten. Soms zijn zij bijna 20 procent van hun inkomen kwijt aan die particuliere premie.

Al een tijd ligt er een wetsvoorstel van het Kamerlid Van Otterloo klaar om dit probleem aan te pakken. Dan zou voor deze ouderen inkomen de ziektekostenpremie - zij worden dan weer ziekenfondspatient - soms met meer dan 200 gulden per maand omlaag kunnen. Het lijkt mij noodzakelijk dat politieke partijen nog voor de verkiezingen kleur bekennen om de huidige regelgeving om zeep te helpen. Als het voorstel van Van Otterloo - of een aangepast equivalent - sneuvelt, zou je mogen spreken van het bewust in stand houden van sociale onrechtvaardigheid.

De nota 'Ouderen in tel' van het ministerie van WVC hamerde op niets anders dan veel meer maatschappelijk integratie van ouderen in onze maatschappij. Door bijvoorbeeld meer geld te pompen in de thuiszorg, verpleeghuiszorg of in vele extra banen in de care sector. Die voorstellen werden volledig overvleugeld door de paniek die ontstond door onvolledige en deels onjuiste informatie over de voorgenomen bezuiniging op bejaardenoorden.

Die bezuiniging ging een eigen leven leiden. Een integrale kijk aldus verdoezelend. Zoals dat ook gebeurde bij de discussies over inhoudelijke vernieuwingen in de gezondheidszorg, die al snel over niks anders meer gingen dan verzekeringsdiscussies in plaats van zorgvernieuwing.

Uitdaging

De parallel van bovenstaande gebeurtenissen met de AOW-discussie vind ik evident. Want ook nu gaat het over een - overigens zeer wezenlijk - deel van het geheel. Maar er is veel meer. Dat mag door deze discussie, hoe die ook eindigt, niet worden weggedrukt. Het wordt de hoogste tijd om een echt integraal beleid van de grond te tillen . Misschien moet dat wel met een verantwoordelijke staatssekretaris voor het ouderenbeleid. Waarbij vergrijzing niet langer als probleem, maar als verrijking en uitdaging wordt gezien.

Het is te hopen dat de commissie onder voorzitterschap van de Eindhovense burgemeester Welschen, die de opdracht heeft te bekijken hoe de vernieuwingen in de ouderenzorg het beste tot stand kunnen komen, zal concluderen dat een aanvaardbare koopkracht, meer keuzevrijheid in wonen en woonomgeving en wettelijke mogelijkheden voor zorg op maat onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Alleen zo'n beleid kan de boel zowel letterlijk als figuurlijk een beetje bij elkaar houden, om met Den Uyl te spreken.

Want als ik mensen hoor praten over een 'ouderenplaag', zit er iets fundamenteels verkeerd in onze hoofden.

mailIcon print |