*

 
dossier

Archief

LODEWIJK CRIJNS

MARK DUURSMA − 04/04/98, 00:00

“Vandaag begonnen we later dan normaal, omdat een van de acteurs vanochtend uit Londen moest komen. Normaal draaien we van acht uur 's ochtends tot acht uur 's avonds, vandaag van elf tot elf. Twaalf uur werken op een dag, dat is wel representatief voor de draaiperiode. De afdeling productie streeft naar twaalf uur uit en thuis, dus inclusief reistijd, maar in de praktijk wordt er bij een speelfilm tussen de elf en veertien uur per dag gewerkt.

Goed eten is heel belangrijk, maar aan de pauzes heb ik niet zoveel. Er zijn zoveel mensen die aan de film meewerken, er zijn altijd wel dingen die ik met hen moet doorspreken voor de volgende dag. Voor de dag zelf ligt alles vast en weten we precies wat we moeten doen, maar ik moet steeds vooruit kijken. Er zijn op dit moment al mensen bezig met de montage en de muziek, dus die komen met vragen. Of ik wil even bijkletsen met acteurs: Edo Brunner speelde de hoofdrol in 'De baby en de bakfiets' en hier heeft hij een rolletje van niks, hem wil ik wel even spreken.

Het werkt alleen met een goede taakverdeling. Wat de techniek betreft vertrouw ik op Menno, de cameraman met wie ik sinds de Filmacademie samenwerk. Achter de schermen wordt alles geregeld door productieleidster Iris en de baas op de set is Tom, de opnameleider. Eigenlijk hoef ik niets te doen, ik hoef nog geen boterham te halen. Vanmiddag hadden we een opname op de Prins Hendrikkade, met vier auto's die tegelijk moesten rijden en tussen het gewone verkeer door een inhaalmanoeuvre moesten uitvoeren. Behoorlijk ingewikkeld voor wat ik gewend ben. Maar ik hoefde alleen maar op de monitor te kijken of het er goed uitzag, de opnameleider, de cameraman en de chauffeurs doen de rest.

Al die techniek, dat is nieuw voor mij. Bij 'Kutzooi' en 'Lap rouge', mijn vorige films, ging het alleen maar over de acteurs, daar was helemaal geen sprake van techniek. Ik heb meer affiniteit met het acteren, maar nu sta ik opeens tussen een woud van lampen en andere apparatuur. Omdat ik nog geen speelfilm had gemaakt, duurde het even voordat ik het evenwicht had gevonden in aandacht geven aan de acteurs en aan de techniek. Vooral bij het repeteren botste dat nogal.

Ruzie op de set komt voort uit onduidelijkheid. Dat kun je voorkomen door alles heel goed vooraf door te spreken. Als er bij mijn vorige films conflicten ontstonden op de set ging dat altijd over dingen die van tevoren niet waren bedacht of besproken. Dat werd dan uitgesteld tot tijdens het draaien en dat moest dan ter plekke worden opgelost. Dan gaat het mis. Of als mensen zitten te klooien of de slappe lach krijgen, dan is mijn geduld heel snel op.

Als je echt gaat improviseren, zoals bij mijn vorige films, dan ben ik de absolute baas. Daar was ik de film en iedereen vormde zich rondom mijn ideeën. Hier is het scenario veel meer de film. Nou heb ik toevallig zelf het scenario geschreven, dus eigenlijk ben ik weer de film. Maar het is toch anders, want nu kan ik het niet meer op het laatste moment helemaal omgooien. We hebben nu te maken met producenten, decorbouwers, figuranten, noem maar op. Alles staat vast, van uur tot uur.

De voorbereiding voor deze film was de moeilijkste periode uit mijn leven. De stap van student naar professional is me erg zwaar gevallen. Iedereen heeft me dat voorspeld, maar ik was erg bang om zonder werk te zitten. Het resultaat is dat ik nu een paar stappen oversla en meteen een grote film aan het maken ben. Ik ben niet zo bang voor die schaalvergroting of voor de hooggespannen verwachtingen na het succes van 'Lap rouge'. Het enige wat me echt beangstigt, is het mogelijke verlies van mijn eigen kwaliteitsnormen.

Toen ik het scenario had geschreven, besloot ik dat ik deze film alleen wilde maken als alle betrokken partijen - de producent, de distributeur, het Filmfonds en de VPRO - mij de kans zouden geven de film zodanig voor te bereiden dat hij net zo goed zou worden als mijn vorige films. Ik was bang dat ik die kans niet zou krijgen, maar uiteindelijk heb ik hem wel gekregen door ervoor te vechten. Het budget was het probleem niet, het ging om de voorbereidingstijd die ik nodig had.

Dat ik nu op de set precies weet wat ik wil, komt doordat ik zes weken lang met mijn cameraman en art director heb zitten vergaderen over plattegrondjes van elke scène. Decor, camera, acteurs, alles hebben we vooraf uitgetekend, ieder shot hebben we doorgesproken. Zonder die voorbereiding had ik zeker ruzie gekregen met een aantal mensen. Als ik Dick Maas was, zou het anders zijn. Die man heeft zo'n naam opgebouwd, ik denk dat iedereen op de set meteen doet wat hij zegt. Maar ik werk met mensen die meer ervaring hebben dan ik. Ik moet dus wel verdomd goed uit de hoek komen, wil ik serieus genomen worden. Tot nu toe lukt dat. Niemand spreekt me tegen, iedereen zorgt goed voor me. Ach, eigenlijk willen we toch alleen een film maken omdat we het leuk vinden. Daarom moet het draaien ook leuk zijn. Ik voel me de afgelopen drie weken beter dan de afgelopen twee jaar.

Spiritualiteit is voor mij een raadsel. Ik begrijp er niets van, maar in mijn omgeving is iedereen ermee bezig en dat contrast fascineert me. Ik heb op school gezeten bij de katholieken en bij de antroposofen, dus ik heb wel een paar invloeden meegekregen. Maar ik ben er niet mee bezig. Ik zou hooguit willen dat ik er ontvankelijk voor ben, maar het werkt gewoon niet bij mij.

Ik heb een Bijbel gekocht, ik heb er nu vier thuis. Meteen die eerste zin: 'God schiep de aarde', nou dat snap ik al niet. Ik weet echt niet wat ik me daar bij moet voorstellen. Hoe je het ook wendt of keert, het jaar 2000 gaat over de Here Jezus: als Jezus er niet was geweest, was het jaar 2000 er ook niet geweest.

'Jezus is een Palestijn' gaat over de Verlosser, maar naar christelijke normen gaat het om een zeer amorele vorm van verlossing. Het is mijn interpretatie van verlossing. Waar het om gaat, is verrassend uit de hoek komen. Een film waarin Jezus redt, is er al, daar zit niemand op te wachten. Films waarin een sekteleider misbruik maakt van zijn volgelingen zijn er ook al, die hoef ik ook niet meer te maken. Dus dacht ik: laat ik nou eens een film maken over een enge sekteleider die wel goed is voor zijn volgelingen en over Jezus die niet redt. Over Jezus die alles in de soep laat lopen. Christus was tenslotte een mens en dus heeft hij ook fouten gemaakt. Dat lijkt me een blikverruimende benadering. Tja, laat ik het zo zeggen... als mijn film niet als satire wordt opgevat, dan word ik vermoord.''

mailIcon print |