*

 
dossier

Archief

Milieufederatie Brabant heeft twijfels over 'groene' elektriciteit

TOINE VAN CORVEN − 19/01/98, 00:00

DEN BOSCH - Het Brabantse energieconcern PNEM maakt zich grote zorgen over het imago van het paradepaardje groene stroom, nu de Brabantse Milieufederatie (BMF) in verzet is gekomen tegen de komst van een op hout te stoken bio-energiecentrale in Cuijk. Deze week praten de directies van beide organisaties met elkaar om uit de problemen te komen.

Begin maart moet volgens planning de eerste paal voor de 23 megawatt-centrale de grond in, maar onlangs diende de BMF bij de provincie een bezwaarschrift in tegen de ontwerpvergunning. Als enige. “We hebben er lang over geaarzeld”, bekent BMF-woordvoerder J. Doninga, “Op zich dragen we groene stroom een warm hart toe. Toch verzetten we ons, want in de plannen voor de centrale zitten enkele tekortkomingen”.

Een bezwaar van de BMF richt zich op het feit dat straks, naast snippers van hout uit bossen, ook zaagresten uit een nabijgelegen zagerij in de centrale worden verstookt. Van die zaagresten wordt momenteel spaanplaat gemaakt. Volgens de BMF verdient hergebruik van materiaal de voorkeur boven verbranding ervan. Bovendien zouden de zaagresten wel eens vervuild kunnen zijn met houtverduurzamingsmiddelen en dat is bij verbranding nou ook niet bepaald bevorderlijk voor het milieu en al zeker niet om er groene stroom mee op te wekken. Een ander bezwaar is dat de PNEM in de centrale uitsluitend elektriciteit gaat opwekken. De BMF is voor gecombineerde elektriciteitsproductie en warmtelevering door middel van warmtekrachtkoppeling.

Volgens een woordvoerder van de PNEM komt de kritiek van de BMF bijzonder ongelegen. Nog niet eerder was, met ruim 11 000 afnemers, de belangstelling voor milieuvriendelijke (maar duurdere) groene stroom zo groot en dat aantal wil de PNEM snel opvoeren. “Wij willen het imago graag goed houden, want het is de enige basis waarop we groene stroom verkopen. Eén smetje op het blazoen en we krijgen het niet meer verkocht”. Ook inhoudelijk weerspreekt de PNEM de kritiek. “Uiteraard verbranden wij geen vervuild hout. We hebben een contract afgesloten met Staatsbosbeheer dat we onvervuild hout aangeleverd krijgen en we hebben een geavanceerd systeem van kwaliteitszorg”.

Resthout

Het resthout uit de zagerij gaat nu naar Zuid-België, waar het volgens de PNEM-woordvoerder inderdaad in spaanplaat wordt verwerkt. “Volgens deskundigen is dat niet veel slechter of beter voor het milieu dan het te verbranden. In de ons omliggende landen is dat onderscheid bovendien al verlaten”. Dat de PNEM niet aan warmtekrachtkoppeling zou willen doen, wordt ook weersproken. “Alleen niet meteen, omdat er nog geen afnemers zijn voor de warmte. Zodra die er wel zijn, is de centrale daar direct op aan te passen. Daar wordt rekening mee gehouden.”

De PNEM heeft grootse ideeën met duurzame energie en de bio-energiecentrale in Cuijk - de eerste op een dergelijke schaal in Nederland - speelt daarin een prominente rol. Zo leeft het plan om speciale bossen met snelgroeiende bomen aan te planten om de houtopbrengst ervan te verstoken. Het streven is om in het jaar 2000 100 000 klanten voor groene stroom te hebben. Met een bijdrage van (binnenkort) 26 cent per kilowattuur (twee cent meer dan 'gewone' stroom) moeten zij de investeringen die nodig zijn voor duurzame energie financieren. “En die zal voornamelijk uit biomassa moeten komen. Waterkracht is in Noord-Brabant beperkt toepasbaar en wat windenergie betreft zijn de mogelijkheden hier zo langzamerhand ook wel bereikt”. De PNEM rekent erop de BMF van dit alles binnenkort te overtuigen, ook al opdat de houtcentrale in Cuijk, waar op jaarbasis 200 000 ton hout moet worden verstookt, geen vertraging oploopt.

mailIcon print |