Het komt niet zo heel veel voor dat je bij het lezen van een artikel onmiddellijk geïnteresseerd bent in de leeftijd van de schrijver, maar na twee alinea's 'Vergrijzing: generaties horen we niet tegen elkaar op te zetten' (Podium, 5 december 1997) dwaalden mijn ogen onmiddellijk af naar de personalia. G. J. Hazenkamp en H. G. van de Grift blijken dan voorzitter respectievelijk beleidsmedewerker te zijn van de Protestants-christelijke ouderenbond (PCOB).
Zij becommentariëren in hun bijdrage de opvattingen van onder anderen de socioloog H. Becker, die aandacht heeft gevraagd voor gerechtigheid tussen de generaties. De babyboom-generatie, die nu vele banen bezet houdt, is dubbel zo groot als de daarop volgende generatie. De jongeren die tien tot vijftien jaar later aan een redelijk betaalde baan komen dan de oudere generatie, moet dus straks ook nog eens dubbel betalen voor de pensioenen van al diegenen die hen decennia lang voor de voeten hebben gelopen. Hazenkamp en Van de Grift hebben daarmee geen moeite. 'Vanuit de christelijk-sociale traditie' pleiten zij 'voor een benadering waarin de generaties niet op een balans met debet- en creditposten worden gezet. Generaties moeten niet tegen elkaar worden opgezet. Solidariteit tussen jong en oud staat bij ons hoog in het vaandel.'
Gezien de functies en (vermoedelijke) leeftijd van deze christelijk-sociale solidariteitsapostelen kunnen wij hun standpunt best begrijpen. Maar hoe een generatie werkloze historici van rond de 35 daarover denkt behoeft evenmin verbazing te wekken. Die laatste generatie zal het stukje van deze vertegenwoordigers van de ouderenbond met een stijgende verbazing hebben gelezen. In het bijzonder schrijnend was dat de heren niet alleen de bestaande onrechtvaardigheid wensen goed te praten, maar deze zelfs willen bestendigen. Zij vinden dat in Nederland een 'cultuuromslag' nodig is: 'ouderen dienen niet vroegtijdig te worden afgeschreven.'
Lieve help, dat hangt die generatie van aio's, oio's en werkloze academici dus óók nog boven het hoofd. Wanneer zij eindelijk aan de beurt lijken te zijn, moeten ze nóg eens een jaartje of tien - uit solidariteit, wel te verstaan - in de wachtkamer. De pretgeneratie van de jaren zestig is immers nog niet moe. Men wil nog wel een beetje doorwerken (mits goed gesalarieerd, dat spreekt voor zich).
Ik geloof niet dat ik lid word van de Protestants christelijke ouderen bond. Ik denk dat het Openbaar ministerie een procedure in werking zou moeten zetten om deze bond te vervolgen. Juridische grondslag: generatie-discriminatie. Het laatste zou ik graag door de rechter gehonoreerd zien als een uitvloeisel van het algemeen discriminatieverbod van artikel 1 van de Grondwet.
Naschrift redactie: De heren Hazenkamp en Van de Grift gaven bij de inzending van hun artikel aan Podium aan dat zij resp. 65 en 26 jaar waren. Dit werd door de redactie weggelaten.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.