*

 
dossier

Archief

'Wie wil zijn leven nog geven voor een medemens?'

Door: redactie − 02/02/98, 00:00

Van een onzer verslaggeefsters HARDERWIJK - “Elk jaar denk ik bij het oorlogsmonument, waar boven staat 'trouw tot in de dood': zullen er vandaag de dag nog mensen zijn die hun leven willen geven voor een medemens?”

Burgemeester J. de Groot van Harderwijk neemt zaterdag het woord bij de herdenkingsdienst van de twee omgekomen brandweermannen Erik Timmer en Harm Foppen. “Vandaag krijg ik een kraakhelder antwoord. Erik en Harm waren bereid hun leven te geven. Ze hielden er rekening mee, want ze zeiden vaak, als het gebeurt, willen we naast elkaar worden begraven.”

De anders zo onbreekbaar lijkende brandweermannen moeten elkaar ondersteunen als ze aansluiten bij de begrafenisstoet van hun twee collega's die dinsdagochtend bij een reddingsoperatie in Harderwijk om het leven kwamen. De witte handschoenen die op de ruggen van collega's blijven rusten, steken schril af tegen het blauw van de brandweerpakken. Op steenworpafstand staat het uitgebrande monumentale hoekhuis, waar planken inmiddels elke inkijk belemmeren. Het papier van de bloemen die in het hek zijn gestoken ritselt.

De Grote Kerk in Harderwijk puilt uit met familie, vrienden en collega's van de omgekomen brandweermannen. Ook de bewoners van het uitgebrande huis zijn aanwezig. Volgens voorlichter G. van der Boom van Harderwijk worstelen de elf enorm met schuldgevoelens. “Ze geven zichzelf de schuld van de brand.” Een grote hoeveelheid mensen wordt ondergebracht in het naastgelegen hotel Waars, waar een zestal televisietoestellen de herdenkingsdienst ook in beeld brengen. Tientallen mensen luisteren via luidsprekers op het Kerkplein naar de dienst. Honderden mensen rouwen in Harderwijk. Er zijn al 4000 condoleances binnen voor de dienst begint.

Als eerbetoon staan er twee brandweerwagens voor de Grote Kerk opgesteld. Eén van het korps Harderwijk en een wagen van het korps Amstelveen, waar Erik Timmer sinds kort beroeps was. In het midden pronkt een oude brandweerwagen. “Foppen zou met die wagen zijn vriendin en zoontje naar het stadhuis brengen. In mei zou hij trouwen”, aldus Van der Boom.

Tijdens de dienst blijkt wederom dat Timmer en Foppen leefden voor de brandweer. Voorganger ds. H. Klok memoreert eraan dat beiden “altijd samen waren en alles voor de brandweer over hadden. Helaas is dat echt alles geworden, zelfs het leven.” De Harderwijkse burgemeester staat ook stil bij de dood van kamerbewoner M. Sakkers, die dezelfde dag in Putten wordt gecremeerd. “Om hem en zijn elf medebewoners ging het. Iedereen van het korps wilde twaalf mensen zien.”

- Vervolg op pagina 3

BRANDWEER BEWIJST COLLEGA'S LAATSTE EER Vervolg van pagina 1

“Ze hebben geprobeerd een leven te redden, maar ze hebben hun leven gegeven. Wat een feestjaar had moeten worden, is een ramp geworden”, aldus J. Haken, commandant van de Harderwijkse brandweer.”

H. Kamphuis, burgemeester van Amstelveen trof woensdag breekbaarheid aan in de kazerne. “Iedereen sprak over hun maatje, hun benjamin, die van oor tot oor kon lachen.” Commandant A. Schippers van het Amstelveense korps vult aan dat “Erik Timmer de kracht had om als jonkie de ouderen te stimuleren.” Met een: “Erik bedankt”, sluit hij aangedaan af.

De vrijwillige brandweerkorpsen van Harderwijk, Nunspeet, Nijkerk, Putten, Ermelo en het beroepskorps uit Amstelveen, vormen een ereboog rond het Kerkplein als de lijkauto's hen passeren. Als de nabestaanden voorbij zijn, volgen zij als één groot blauw lint, dat uitwaaiert over de weg. Ze passeren de rood-wit-blauwe vlaggen die half stok hangen, een schril contrast met Amsterdam.

mailIcon print |