*

 
dossier

Archief

Koolhydraten en nog eens koolhydraten

Door: redactie − 04/01/97, 00:00

Eten. Iedereen doet het. Maar waar, hoe, wat en met wie? Een kleine serie met min of meer willekeurige antwoorden.

Ruim voor de start om half zes, wordt niet zoals vroeger een Italiaanse pastahap verorberd. De ploeg van Heetenbrij houdt het bescheiden met een flinke hoeveelheid thee en bruinbrood met jam of kaas. “Of met honing, want dat is goed spul voor een marathonschaatser. Ook onderweg doen we dat overal door.”

Als het schot is gevallen, schiet ook de verzorger weg. Achterop de motor volgt hij het hele parcours zijn rijders. De motor is volbeladen met koffers met eten en drinken. Want, als er een van de rijders met zijn middelvinger of duim naar zijn mond wijst, moet Heetenbrij snel kunnen handelen. En hij kent ze: “Henk Angement is een echte zoetekou. Die lust wel een taartje met jam onderweg. Jan Eise Kromkamp is een boterhammenman met warme thee erbij.”

Heetenbrij rekent erop dat hij zit te vernikkelen op de motor. “Maar ik heb het er graag voor over. Het heeft iets te maken met je solidair voelen met de jongens. En ik kan me tenslotte onderweg nog opwarmen. We hebben namelijk vijf eigen posten waar onze rijders terecht kunnen. Die zijn gemakkelijk herkenbaar aan de kleuren van de sponsor.”

Het is niet de bedoeling dat de concurrentie bij de Netwerk/VSP-kraam aanklopt. Er zullen tasjes aan de rijders worden gegeven met hun persoonlijke wensen erin. Heetenbrij: “In het zakje zit in ieder geval thee met honing. Dat moet gloeiend hete thee zijn, want in een bidon wordt het drinken zo koud. Daarom moeten ze het redelijk snel opdrinken.”

Dat gebeurt ook, normaal gesproken, weet de verzorger. Want hoewel het koud is, krijgt de lange afstandschaatser het toch warm van de inspanning. “En als rijders koud gaan drinken zijn ze verloren. Dan gaat het licht uit, is het echt over. Daarom rijden we met de motor mee om snel warm spul te kunnen leveren. Voor noodgevallen hebben we ook nog een mobiele post. Een bus die we naar een punt waar dringend warm drinken nodig is kunnen dirigeren.”

Heetenbrij geeft onderweg niet alleen thee met honing. De rijders krijgen ook koekjes en kleine vlaaien. “Die vlaaien hebben vaak een goed effect. Er zit jam op wat energie geeft en het geeft een vol gevoel en dat hebben de schaatsers na een tijdje nodig. Het is ook al rijdend makkelijk op te eten. Wat alleen bij de kramen uitgedeeld kan worden, is de warme energiedrank. Born Finale gebruiken we daarvoor. Daar zitten ook weer, jawel koolhydraten in. In een fles doen we half/half.”

Heel belangrijk, benadrukt de verzorger, is dat er onderweg genoeg Bounty's genuttigd worden. “Die stillen de lekkere trek en hebben de essentiële eigenschap dat ze niet bevriezen. Door de kokos blijft de reep onder nul ook te eten.” Dat geldt niet voor andere chocoladerepen. Die zouden de renners misschien ook wel lekker vinden en nieuwe energie geven, denkt Heetenbrij, maar zijn niet te eten.

“Speciale wensen? Niet veel. Schaatsers zijn niet zulke gecompliceerde mensen”, weet Heetenbrij. En hij kán het weten, want hij houdt ze al jaren op de motor in de gaten. Tenminste als hij niet kijkt naar zijn kunstig gemonteerde televisietje of te druk is met bellen met de volgende post.

mailIcon print |