*

 
dossier

Archief

Coach van schaatskernploeg heeft wel eens meer lol in het leven gehad

JOHAN WOLDENDORP − 10/01/97, 00:00

HEERENVEEN - Dat er op een aansprekend toernooi meer bobo's dan sporters opduiken, is heel normaal. Dat zich op een persconferentie meer trainers dan schaatsers rond een tafel groeperen, is voor Nederlandse begrippen nieuw.

Ziehier een niet alledaags tafereel: een immer stralende Wopke de Vegt (Ritsma), dan Henk Gemser (Postma) die wel eens meer lol in zijn leven heeft gehad en tenslotte een nerveuze, onwennig in het rond kijkende Sjoerd de Boer (Zandstra); gesecondeerd door ceremoniemeester én topsportcoördinator Ab Krook, die het coachen nog niet helemaal kan laten.

Op het EK allround heeft zodoende iedere schaatser zijn eigen begeleidingsteam. De Boer en De Vegt zagen de eis van hun pupil ingewilligd voor aanwijzigingen het Thialf-ijs te mogen betreden, Gemser schikt zich ogenschijnlijk blijmoedig in zijn tragische lot dat het nobele ambt van kernploegtrainer behoorlijk is uitgekleed. Het lijkt de voorbode van een nieuwe situatie in schaatsland; uitgerekend op een moment dat hij zich los heeft gemaakt van het Cios en tot zijn vut-leeftijd (61 jaar) de sociale zekerheid bij de KNSB zoekt. Vijf jaar heeft hij in welke dienende en innoverende functie dan ook te gaan, maar het plezier is hem vergald. Zo raakte het Gemser diep dat Falko Zandstra in het openbaar kwaad mocht spreken over zijn trainingsaanpak zonder dat de bond zich ook maar één moment geroepen voelde de coach in bescherming te nemen. Het stak hem verder dat hij niet in het besluit van het sectiebestuur langebaan werd gekend de 'gespierde spijker' te laten aantreden op de wereldbekerwedstrijd in Heerenveen, terwijl dezelfde sectiebestuurders een week daarvoor in Berlijn nog zo hard riepen dat Romme het op de 1500 meter zo goed had gedaan. Hij ervaart het als een stoot onder de gordel, als een halve motie van wantrouwen.

“De afgelopen herfst ben ik in mijn zelfrespect geraakt,” is het enige dat hij er over kwijt wil. “Ik beweer niet dat ik meer verstand van schaatsen heb dan een andere trainer. Mijn kracht ligt in het feit dat ik er voor 101 procent induik. Ik kan sporters zo gek krijgen dat ze in hun reserve tasten.” Gemser zat de afgelopen maanden echter niet goed genoeg in zijn vel om zelf die verborgen bronnen aan te boren. “Buiten mijn medeweten zijn er allerlei selectieregels veranderd. Daar heb ik intern enkele fikse gespekken over gevoerd. Ik wil niet werken op het niveau van zakkenvuller in de postkamer.”

Elstedentocht-kruisje

Het leukste moment van het schaatsseizoen beleefde Gemser afgelopen zaterdag, toen hij na tien uur toerschaatsen zijn derde Elfstedentocht-kruisje verdiende. Hij had onderweg Koss en Karlstad nog van advies gediend; vooral Koss die amper wist waar hij mee bezig was. Voor de allroundcoach werd het niet de zwaarste tocht. “In 1963 reed ik grote stukken alleen. Toen was het echt overleven.”

Drie trainers, drie verschillende persoonlijkheden. Gemser werd helemaal gek, toen hij op 2 januari in Inzell hoorde dat het oan ging. “Iedereen in mijn omgeving weet dat ik behoorlijk gestoord ben. Mijn eerste reactie was evenwel: nee, het kan niet. Mijn eigenbelang komt pas na dat van de jongens, op de zesde plaats. Ik kan het trainingskamp niet in de steek laten. Maar Ids Postma en Gianni Romme stelden voor dat ik op en neer zou vliegen om de Elfstedentocht te rijden. Het programma liet het toe. Maar ik werd vooral over de drempel getild door een kernploegschaatser die tegen me zei: Henk, ga asjeblieft weg, want anders zitten we twee dagen tegen die chagrijnige kop van jou aan te kijken.”

Henk Gemser wel, dan Wopke de Vegt niet. Zo liggen de verhoudingen een beetje. “Voor mij was de Elfstedentocht geen hot item,” zegt de laatste, die op het uur U in Davos verbleef. “Ik vond het niet verantwoord om Rintje drie dagen alleen te laten. Was ik in Friesland geweest, dan had ik hem gereden, dat is zeker. Maar ons trainingskamp duurde maar elf dagen. Dan komt het ook niet bij me op om naar Friesland te gaan, ook al staat heel Nederland op zijn kop.” Maar Ritsma wordt toch fluitend Europees kampioen? De Vegt, met een ernstig gezicht: “Je kunt pas na de tien kilometer zeggen: dat wordt 'm. Het wordt een mooi toernooi tussen drie Friese jongens.”

Liters wonderolie

De fysiek kwetsbare Postma heeft deze winter echter nog geen volwaardig toernooi geschaatst en moet derhalve liters wonderolie hebben geslikt, wil hij een serieuze bedreiging voor de zelfverzekerde Beer van Lemmer vormen. En Zandstra ligt enkel door het gegeven dat hij EK-ganger is, voor op het schema dat privé-trainer Sjoerd de Boer en zijn vrouw Akke, die zelfs ontspanningsoefeningen en massages op afstand geeft, voor hem uitstippelden. De Boer is de grote onbekende van het trio. Iedereen kent zijn naam, niemand weet hoe hij er uitziet. “We zijn dit seizoen steeds een stapje verder gekomen, vooral door het programma dat Falko kon rijden. Op het EK mikken we op een plaats bij de eerste vijf. Ik ken Falko al zes jaar. Hij kon in het najaar van 1995 misschien met Ritsma mee naar diens nieuwe ploeg, maar ik vond het goed dat hij dat seizoen lid van de kernploeg bleef. Ik dacht dat hij goed met Gemser overweg kon.” De huidige situatie is beter, al noemt De Boer die door het late tijdstip waarop Zandstra een sponsor vond (eind november) verre van ideaal. “Er moet een tweede schaatser voor de korte afstanden komen. Dat is Falko's zwakke punt. Je kunt het vergelijken met een 800 meterloper. Die heeft in de training ook een haas nodig om zijn niveau te verbeteren.”

De Boer vond het moeilijk zich als hoofdverantwoordelijke over Zandstra te ontfermen. “Hij was een jaar ziek geweest, dan weet je niet hoe iemand er voorstaat. Dus weet je ook niet precies wat je moet doen. Of Falko ooit terugkomt op zijn oude niveau? Dat is moeilijk te zeggen. Wat ik er in vergelijking met anderen aan toevoeg is dat ik hem kan uitdagen meer te doen dan wat hij zelf wilde. Hij moet over grenzen heen leren stappen. In de zomer en in de winter. Dat betekent tijdens de droogtraining dat hij niet met de racefiets weg moet, omdat hij zich dan kan verschuilen. Op een ATB-fiets is de hartslag hoger, en moet hij het bovendien alleen doen.”

Nieuwe ervaring

De persconferentie aan de vooravond van het EK was voor Sjoerd de Boer een geheel nieuwe ervaring. “Ik zag er een beetje tegenop. Voor een rijder die uit de kernploeg is gevallen, is het sowieso moeilijk om allerlei beloftes waar te maken. Voor een EK wordt er altijd naar een prognose gevraagd. Of er een zware druk op mijn schouders ligt? Als je veel zegt, moet je ook veel waarmaken.”

Zandstra eiste na het NK allround in Assen, toen hij zijn EK-ticket verdiende, dat De Boer hem in Thialf mag coachen. De KNSB deed er niet moeilijk over, alhoewel Gemser in eerdere stadia had laten doorschemeren zonder morele bezwaren zowel Ritsma als Zandstra aanwijzingen te kunnen geven. “Dat heb ik niet gezegd, omdat ik onder druk zou zijn gezet door de bond of de sponsor. Ik laat mij nooit onder druk zetten. De kernploeg is van de KNSB, niet van Gemser. Als er met betrekking tot het coachen van rijders beslissingen worden genomen, hoeven ze geen rekening met mijn gevoelens te houden.”

Of Henk Gemser tot slot voor Trouw met Sjoerd de Boer en Wopke de Vegt op één foto wil? “Ja natuurlijk, geen enkel probleem.”

mailIcon print |