*

 
dossier

Archief

Kustwacht Antillen gaat op drugsjacht

HARO HIELKEMA − 22/01/96, 00:00

WILLEMSTAD - Lang gewacht en toch gekregen: de Nederlandse Antillen en Aruba beschikken vanaf morgen over een kustwacht. Formeel is de oprichting pas 1 februari van kracht, maar de vloot- en vliegshow die morgen ter zee en in de lucht wordt gehouden is alvast een signaal dat de strijd tegen de drugssmokkel nu menens wordt.

Minister Voorhoeve van Antilliaanse en Arubaanse zaken, die present zal zijn bij de indienststelling van de kustwacht op Curaçao en Aruba, heeft tenminste al de hoop uitgesproken dat de show al enig effect zal sorteren. De drugsmafia is gewaarschuwd. De verwachtingen zijn hoog gespannen, zo lijkt het. Vooralsnog te hoog, vindt procureur-generaal mr. Robert Pietersz in Willemstad.

Het heeft lang geduurd, voordat er een feestprogramma voor de oprichting van de kustwacht kon worden bedacht. Er is jaren gepraat en ruzie gemaakt tussen de regeringen van Nederland en de Antillen. Den Haag heeft steeds druk gezet op het instellen van een organisatie die belast zou worden met de bewaking van een afgebakend deel van de zee rondom de eilanden.

Ook Curaçao zag het belang in van een kustwacht, maar was Spaansbenauwd voor de toenemende invloed die Nederland daarmee in de regio zou krijgen. De bevelvoering van de nieuwe organisatie was een heikel punt voor de Antillianen.

Zeebenen

Dat de dagelijkse leiding van de kustwacht bij de (Nederlandse) commandant van de Zeemacht in het Caraïbisch gebied zou komen, was vrij logisch. Zoveel zeebenen en maritieme ervaring hebben de Antilliaanen niet dat ze die positie zouden kunnen uitoefenen. Maar de aansturing van de commandant, het beleid achter de kustwacht, mocht zeker geen Nederlands dictaat worden. En daar leek het volgens de regering in Willemstad wel op, die zich altijd op het standpunt heeft gesteld dat de kustwacht een zaak van de Nederlandse Antillen zelf was - en niet van het koninkrijk.

De houding van Den Haag leidde overzee tot 'tropische stormen'. “Het gaat om onze wateren en om onze autonomie”, waren ook steeds de woorden die mr. Pietersz in het verleden gebruikte. “We geven de autonomie over onze wateren niet uit handen aan Nederland, alleen omdat er internationale aspecten aan zitten die onder de Koninkrijksregering vallen”, zei hij een jaar geleden in het Antilliaanse dagblad Amigoe. “Dan maar geen kustwacht.”

Vertrouwen

Voor Pietersz heeft de Nederlandse regering nooit duidelijk gemaakt waarom de rechtshandhaving binnen de territoriale wateren van de Antillen en Aruba een zaak van het koninkrijk zou moeten zijn. “Juridische argumenten zijn nooit naar voren gebracht. Vertrouwen zij ons niet in Den Haag? Dan moeten zij zeggen waarom. Daar hebben wij recht op. Is het omdat ze denken dat we overmorgen overspoeld worden door de Colombiaanse mafia? Of omdat ze al harde afspraken heeft met andere landen, bijvoorbeeld de VS. Hebben wij niet het recht te weten waarom en aan welke criteria een oordeel of veroordeling wordt opgehangen?”

De tropische storm is geluwd en de procureur-generaal ook. Aan de vooravond van het in dienst stellen van de kustwacht heeft hij zijn kritische toon laten varen. Het heeft lang geduurd, geeft hij toe, maar het was dan ook een principiële kwestie. “Het voordeel is dat er nu een hoogstaande juridische afspraak ligt. Wij hebben uiteindelijk van de Raad van State gelijk gekregen dat de kustwacht geen koninkrijkszaak is, maar een samenwerking tussen de Antillen en Nederland op vrijwillige basis. Niet artikel 3 van het Koninkrijksstatuut is hier van kracht, maar artikel 38.”

Pietersz zorgde zelf voor een doorbraak in de impasse met het voorstel van een 'drietrapsraket'. De rechtshandhaving op zee is een landelijke zaak, die uitgevoerd wordt door de procureurs-generaal. Bij internationale kwesties die het koninkrijk raken, maken de drie ministers van justitie de dienst uit. En mochten die drie het niet eens kunnen worden, dan neemt de koninkrijksregering een besluit. De Antillen hebben de pech van hun geografische ligging, heeft Pietersz steeds benadrukt: “Daardoor lopen veel drugstransporten via onze eilanden. Je wordt gebruikt. Al is het maar om hier te tanken. Er is vrij veel scheepvaartverkeer dat vanuit de steden op het vasteland vertrekt en hier passeert. Om nu te zeggen dat alle scheepjes die onze eilanden aandoen beladen zijn met narcotica, is een slag in de lucht. Ik zal de laatste zijn om te ontkennen dat het niet gebeurt; sommige vangsten duiden erop dat de georganiseerde misdaad zo werkt. Maar het is ondoenlijk elk schip dat hier vaart, aan te houden. Dat is zo arbeidsintensief. Bovendien loop je het risico van een schadeclaim, als je een schip ten onrechte vertraging bezorgt.”

De p.g. zegt het zo om aan te geven dat er op de Antillen ook zonder kustwacht successen zijn behaald in de strijd tegen de drugshandel. “Dat aspect krijgt in Nederland nooit zoveel aandacht. De douane en de politie doen soms hele goede vangsten. En heel vaak worden op Schiphol drugskoeriers gepakt in nauwe samenwerking met de Antillen. Dan zijn ze hier doorgelaten en hebben wij de informatie doorgespeeld, in de hoop dat er meer leden van de organisatie kunnen worden aangehouden. Het was wel eens verdrietig te zien dat in Nederland geschermd werd met een drugsvangst, terwijl de informatie van de Antillen afkomstig was.”

Voorlopig wordt de kustwacht gevormd door een stationsschip en drie vliegtuigen die door de Koninklijke Marine beschikbaar gesteld worden, een aantal kleinere boten voor binnenwateren en helikopters. De investeringskosten bedragen zo'n 60 miljoen gulden, de exploitatie wordt geraamd op 40 miljoen per jaar en de organisatie zal uiteindelijk 163 medewerkers tellen.

Pietersz tempert de verwachtingen waarmee de kustwacht tegemoet gezien wordt. “Natuurlijk kun je straks met drugsvangsten aantonen dat de instelling van een kustwacht helpt. Als je jarenlang op snelwegen nauwelijks de snelheid hebt gecontroleerd, heb je het idee dat het met de overtredingen wel meevalt. Ga je ineens doelbewust op één weg met een camera staan, dan zal blijken dat er ontzettend vaak te hard wordt gereden. Dat geldt hier op zee ook.”

mailIcon print |