*

 
dossier

Archief

Panische vlucht uit Ostrozub

Door: redactie − 08/09/98, 00:00

OSTROZUB (Reuters) - Groepen doodsbange burgers ontvluchten het plaatsje Ostrozub, in centraal-Kosovo. Een wit paard trekt in galop een wagen met vluchtelingen, die zich in veiligheid proberen te brengen, gevolgd door een rij tractoren, auto's en een groep mensen te voet.

Vrouwen schreeuwen 'Politie! Politie!' naar de verslaggevers en waarschuwen hen niet de stad in te gaan. Een Servische politieman ten zuiden van Ostrozub stuurt de journalisten terug.

Servische troepen zijn zichtbaar in de beboste heuvels die Ostrozub omringen. Ze trekken naar de noordzijde van de stad, zwaargehavend door de vuurgevechten van de afgelopen weken.

De etnische Albanezen die gisteren de stad ontvluchtten, hadden alle reden zich zorgen te maken. Zij kenden het voorbeeld van het nabijgelegen Zatric maar al te goed. Dat gehucht -zestig huizen - werd vorige week bijna geheel platgebrand door Servische patrouilles.

Vijf zwartgeblakerde schoorstenen is al wat rest van de school van Zatric. Qamil Kastrati, 28 jaar oud, zijn vrouw Elfia, en hun dochtertje van drie zitten op de grond voor de puinhopen van hun volledig verwoeste huis. Ze huilen. “ Alles wat we hadden, alles waar we ons hele leven voor hebben gewerkt, is door de Serviërs in een paar uur kapotgemaakt”, zegt Qamil. “Wij zijn eenvoudige mensen die in de bergen wonen, we vielen niemand lastig, we waren niet geïnteresseerd in politiek en nu worden we tot vijand gemaakt.”

De politie kwam afgelopen vrijdag poolshoogte nemen in de stad, over de enige verharde weg die naar Zatric voert. Bewoners ontvluchtten nu de stad te voet, te paard en per tractor of auto. Totdat ze bij een klif kwamen waar ze alleen te voet verder konden. Servische soldaten volgden de groep van ongeveer 1 000 dorpelingen, dwongen hen hun voertuigen en bezittingen achter te laten, en te voet de rotsen af te dalen naar de velden en bossen buiten Ponorac.

De Serviërs verbrandden de auto's, wagens en tractoren bovenaan de rotsen, met alles wat de vluchtelingen bij zich hadden, de zakken meel, kleren, matrassen, huisraad.

Terwijl Servische soldaten Zatric afbrandden, joegen anderen op de vluchtelingen die uit een dozijn verlaten dorpen in de omgeving kwamen, totdat dezen vast kwamen te zitten buiten Ponorac. Honderden werden er meegenomen naar de school van Ponorac en ondervraagd. De meesten werden vorige week vrijgelaten, maar ongeveer zestig van hen zitten nog vast in Pec of Prizren.

“Ze namen ons één voor één mee om ons te ondervragen in aparte ruimtes”, vertelt de 46-jarige Lufti Luta, een vluchteling uit Radoste die bij een groep zat, die buiten Ponorac met een groep werd meegenomen naar de lokale school.

“Bij iedereen hadden ze dezelfde routine”, zegt Luta. “Ze vroegen: 'Waar is je geweer? Je bent een terrorist. Wil je sterven door ophanging, of wil je liever dat we je ophangen of je keel doorsnijden?' Ze hebben mijn broer en zoon meegenomen om ze te ondervragen en ik heb ze sindsdien niet meer gezien.”

mailIcon print |