T/m 9 februari, Van Abbemuseum Entr'acte, Vonderweg 1, Eindhoven, di t/m zo 11-17 uur. Cat.
Het is alsof de exposerende kunstenaars met hun werk een eigen aflevering van het televisieprogramma 'Paradijsvogels' hebben gecomponeerd. Ze stoeien in de tentoonstelling 'ID' met het begrip 'identiteit' en geven daarmee een verfrissende kijk op het individu in de hedendaagse maatschappij.
Het Van Abbe sluit met zijn expositie - een 'internationale verkenning' - aan in een lange rij van musea en galeries die zich op het populaire thema 'identiteit' storten. De keuze voor kunstenaars die met audiovisuele middelen werken - al even populair - moet de tentoonstelling een eigen tintje geven, maar het onderscheid is slechts marginaal. Het zijn niet voor niets dé media van deze tijd, dus kom je ze overal tegen.
'ID' voegt ook inhoudelijk niet iets wezenlijk nieuws toe aan wat al bekend was over het thema. Het maakt hoogstens scherper duidelijk wat de kunstenaars nu eigenlijk willen. Wat zo'n zes jaar geleden begon als een 'aardig' nieuw thema, wordt steeds meer de uitdrukking van een levensgevoel. De kunstenaars geven hun eigenzinnige visie op het functioneren van de hedendaagse mens binnen een samenleving die wordt beheerst door massamedia, futuristische biotechnologische ontwikkelingen en een enorme consumeerdrift.
Oma-lingerie
Met hun werk houden de in het Van Abbe exposerende kunstenaars ons een bont scala aan identiteiten als een wonderspiegel voor. Sommige types zijn dik aangezet, andere rechtstreeks uit het leven gegrepen. In een video van Vanessa Beecroft staat een groep vrouwen ongemakkelijk verloren in een witte ruimte. Ze hebben allemaal een identiek kapsel en dragen allemaal dezelfde weinig flatteuze oma-lingerie. Hun gezamenlijke 'dress-code' zorgt voor oppervlakkige gelijkenissen, maar iedere vrouw behoudt nadrukkelijk haar eigen persoonlijkheid. Lichaamsbouw en gelaatstrekken zorgen daarvoor.
Tony Oursler - eerder al solo op bezoek in Eindhoven - toverde zijn ruimte om in een heelal van schichtig rondblikkende ogen, die op her en der in de zaal hangende bollen zijn geprojecteerd. In ieder oog is de weerspiegeling van een televisiebeeld te zien, ondersteund door het geluid van geweldsfilms. Bij Oursler is het duidelijk hoe hij ziet dat ons referentiekader wordt gevormd.
Gillian Wearing toont op haar beurt een bijna absurdistische ontmoeting tussen drie eenzame zielen. In een drievoudige projectie introduceert zij eerst de types - een man die op een bed ligt te droogneuken, een man die in een aanval van razernij een lappenpop aan gort mept en een vrouw die met een enorme opblaas-champagnefles sexy polaroids van zichzelf maakt - en laat ze vervolgens in een café samenkomen voor een ongedefinieerde ontmoeting.
De bijdragen van Beecroft, Oursler en Wearing tonen de diversiteit aan (gechargeerde) archetypes waarmee de kunstenaars de kunstkijker bestoken. Hoe meer van deze tentoonstellingen je bezoekt, hoe meer je het gevoel bekruipt dat er ook een moralistisch tintje aan zit. De wonderspiegel moet het referentiekader scherpen. De karakters worden je als het ware voor de voeten geworpen - gekleurd door de suggestieve manier van presenteren of de onderhuidse symboliek die de kunstenaar erin heeft gelegd - met de bedoeling het denken over de identiteit van de hedendaagse mens te stimuleren. Of dat nu confronterend of louterend is.
Beecroft is op zich vrij eendimensionaal bij het aan de orde stellen van het begrip 'identiteit'. Desondanks is haar 'trucje' krachtig genoeg om aan te zetten tot nadenken over het behouden van een eigen karakter binnen uniforme omstandigheden. Om te blijven boeien zal ze echter nieuwe methodes moeten ontwikkelen om het kijkerspubliek te prikkelen.
Het werk van Oursler, Wearing en de meeste anderen in de tentoonstelling is veel gelaagder. Bij hen gaat het niet om wat je letterlijk ziet, maar om het onderhuidse gevoel. Vaak is dit een melancholisch gevoel. Ze komen voort uit het engagement van de maker, waardoor het werk soms sterk autobiografisch van aard is. De kunstenaar becommentarieert, ridiculiseert of verhevigt processen in de maatschappij, maar blijft daarbij niet op een afstand. Als kijker ervaar je dat ook zo. Het zorgt voor de spanningsboog die sommige werken zo indringend en kwetsbaar maakt.
De visie van de contemporaine kunstenaar op het reilen en zeilen van de maatschappij heeft geen optimistisch karakter, ook niet in het Van Abbe. Het toont mensen die verstrikt zitten in een draaikolk van commercie, voortschrijdende technologie en door de massamedia beheerste informatie. De melancholie is soms zo sterk voelbaar, dat zich een onvervalst fin de siècle-gevoel begint af te tekenen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.