*

 
dossier

Archief

muziek

ADRIAAN HAGER − 09/09/96, 00:00

DEN HAAG - Grotere tegenstelling leek nauwelijks mogelijk: een in feestelijk gala gestoken publiek bij een concert in een armlastige Anton Philipszaal door een noodlijdend Residentie Orkest. Weinig reden tot uitbundigheid zo lijkt het, maar niets bleek minder waar.

Bij deze start van het seizoen werd vrijdagavond flink uitgepakt met een Wagnerconcert door musici met Bayreuth-ervaring: dirigent Horst Stein, sopraan Gabriele Schnaut en bariton Falk Struckmann. Wat zelden of nooit in Den Haag gebeurt, gebeurde nu.

De aanwezigen bejubelden de prestaties langdurig en uitbundig en leken daarmee te willen onderstrepen dat zij zich nauw betrokken voelen bij de problemen van zaal en orkest. Dat zal algemeen directeur Bert van den Akker goed gedaan hebben, want in zijn openingstoespraak had hij met klem een beroep gedaan op betrokkenheid en gezamenlijke verantwoordelijkheid van overheid, publiek, orkest en zaal.

“Het kan toch niet zo zijn” aldus Van den Akker “dat orkest en zaal teloor gaan. Dat kan Den Haag zich niet veroorloven”. Nee, dat kan de Residentie zich niet veroorloven, maar zoals Van den Akker reeds eerder opmerkte: de Hagenaars zijn niet trots op hun stad. “Ik zou zo graag de Hagenaars er van willen doordringen dat hun stad, hun orkest zoveel moois te bieden heeft”. Misschien dat nu de nood het hoogst is, de Hagenaar toch de weg naar het Spuiplein zal weten te vinden.

De problemen zijn niet gering. Na de opening van de Anton Philipszaal, op de kop af negen jaar geleden, bleek vorig jaar een ingrijpende en kostbare verbouwing (4,2 miljoen) noodzakelijk. Ondanks die operatie liep de abonnementen-verkoop drastisch terug, niet in de laatste plaats vanwege de eindeloze troep op het Spuiplein. De achterstand in die verkoop blijkt nu reeds te zijn ingelopen, maar dat neemt niet weg, dat de eigen programmering van de Philipszaal een te groot risico is gebleken. Orkest en zaal zijn nadrukkelijk aan elkaar gekoppeld, de ondergang van de een betekent onherroepelijk de ondergang van de ander. Niemand gelooft er in dat het zover zal komen. Met twee miljoen zijn orkest en zaal gered, het wachten is alleen op de invulling van dat bedrag.

Het zal waarschijnlijk voor de eerste maal in de 90-jarige geschiedenis van het Residentie Orkest zijn dat het een geheel Wagner-concertprogramma uitvoerde. Wie niet vertrouwd is met de mythische wereld van Wagner, werd met de gekozen delen uit 'Die Walküre' en 'Götterdümmerung' wel in het diepe gegooid met een gerede kans om te verdrinken in de orkanen van geluid en de talrijke verwikkelingen. Maar met 'het goede overwint het kwade' als leidraad was men al een flink eind op de goede weg.

Dirigent Horst Stein (die in 1969 in Bayreuth debuteerde) is bij het Residentie Orkest zo goed bevallen dat hij in volgende seizoenen terugkomt. Het eerste deel van het programma gaf in feite voor zoveel enthousiasme weinig reden. Stein kent Wagner door en door, maar zijn benadering van 'Die Walküre' (Erster Aufzug: Vorspiel en Dritter Aufzug: Dritte Szene) getuigde van weinig vuur.

Hij realiseerde een milde orkestklank maar daarmee ging hij voorbij aan de dramatische uitbeelding. Wel werd duidelijk dat Gabriele Schnaut een Wagner-zangeres van groot kaliber is en Falck Struckmann met zijn stramme en stijve optreden niet de meest ideale Wotan.

In de delen uit 'Götterdümmerung' groeide Horst Stein uit tot een geweldenaar, maar de ster van de avond werd Gabriele Schnaut. Haar zang en haar uitstraling bezaten een indrukwekkende allure, zeer indringend en beklemmend gaf zij de figuur van Brünnhilde gestalte. Het Residentie Orkest, met aan de eerste lessenaar als vanouds concertmeester Zino Vinikov die vijf jaar geleden zijn heil elders zocht, leverde in 'Tagesgrauen und Siegfrieds Rheinfahrt' uitmuntend werk.

mailIcon print |