*

 
dossier

Archief

Armenië kan niet voort zonder compromis over Karabach

Door: redactie − 05/02/98, 00:00

Van onze redactie buitenland AMSTERDAM - Tien jaar geleden, in februari 1988, begon in de Sovjet-republiek Armenië de campagne voor de onafhankelijkheid van Nagorni Karabach. De beweging maakte de gevaarlijke kant van Gorbatsjovs glasnost en perestrojka zichtbaar.

Voor het eerst in tientallen jaren kreeg het in de Sovjet-Unie allemaal weer een kans: extreem nationalisme, pogroms tegen Armeniërs in Azerbeidzjan en tegen Azerbeidzjanen door Armeniërs, burgeroorlog, vluchtelingenstromen. Er is heel wat te zeggen voor de stelling dat 'Karabach' het begin van het einde van de Sovjet-Unie en van Gorbatsjov betekende. Er ging een schok door de Sovjet-Unie. Met ongekende felheid gingen de Armenen als één man de barricade op voor de 'bevrijding' van een stuk grond dat zij als hun nationale erfgoed beschouwden. De Sovjet-leiders werden er door overvallen, zij hadden Armenië leren zien als de trouwste en meest Russofiele republiek in het imperium.

Beschermers

Die faam van braafheid berustte niet op een vergissing. Armenen kennen de Russen vanouds als hun enige beschermers tegen het Turkse en Perzische gevaar. Maar Karabach - voor meer dan driekwart door Armenen bevolkt - is in Armeense ogen zonder enige rechtsgrond verkwanseld aan de 'Turken' zoals de inwoners van de buurrepubliek Azerbeidzjan worden genoemd. Alle energie, door glasnost en perestrojka vrijgemaakt, werd door de Armenen in 'Karabach' gestoken. Hun haat tegen de 'Turken' was zo vers, als had de genocide door de échte Turken op de Armenen gepleegd niet in 1915 plaats, maar gisteren.

Levon Ter-Petrosian, academicus en dissident, was één van de leiders van de beweging die in 1988 Armenië in de greep kreeg. Na de ineenstorting van de Sovjet-Unie in 1991 was Ter-Petrosian een gevierde held en onbetwist de meest voor de hand liggende kandidaat voor het presidentschap van de nieuwe, onafhankelijke republiek Armenië. Toen was Karabach al het terrein van een regelrechte, moorddadige oorlog.

De tien jaar die op de massademonstraties van februari 1988 volgden, brachten (wat) goeds en (veel) kwaads, maar géén definitieve oplossing voor Karabach. De kwestie heeft Ter-Petrosian ingehaald: dinsdag jongstleden moest hij - samen met de hem welgezinde parlementsvoorzitter - aftreden, zéér impopulair, afgedankt door overgelopen oud-medestanders in regering en parlement vanwege zijn - in hun ogen - te verzoeningsgezinde houding in de kwestie-Karabach.

Tot de verkiezingen over anderhalve maand wordt Armenië bestuurd door premier Robert Kotsjarian. Deze nationalist van de harde lijn is in Karabach geboren en getogen en in de oorlog tegen Azerbeidzjan uitgegroeid tot een politieke en militaire leider van formaat.

Kotsjarians naam en capaciteiten worden in verband gebracht met de militaire overwinning op Azerbeidzjan. Een verzameling Karabachse huisvaders met jachtgeweren, werd tot een stevig en goed bewapend leger omgevormd, dat zonder enige scrupules jacht maakte op de Azerbeidzjaanse burgerbevolking. Het leger van Karabach veroverde de hele enclave, het breidde Karabach uit met een 'corridor' naar de Armeense republiek, en nam in 1993 in een flitsende opmars ook nog eens eens enorme lappen Azerbeidzjaanse grond in die nooit bij Karabach hadden gehoord. Sindsdien wachten meer dan een half miljoen Azerbeidzjaanse vluchtelingen in tenten en barakken op betere tijden.

Door een militaire bril bekeken is de jongste geschiedenis van Karabach een succesverhaal dat de superioriteit van de christelijke Armenen boven de 'Turken' voor eeuwig bevestigt. Maar de offers die Armenië voor het militaire succes heeft gebracht en nog iedere dag brengt zijn groot, in de ogen van Ter-Petrosian kennelijk te groot.

In 1991 begonnen Turkije en Azerbeidzjan een olie- en gasblokkade. Er volgden drie vreselijke winters die de Armenen hongerend, kleumend en in het donker moesten zien te overleven. Minstens een half miljoen Armenen emigreerde (van de 3,9 miljoen).

De productie stortte volkomen in. Met zoveel schaarste verwerd de politiek tot een corrupte bende, waarin niemand nog tijd had voor democratie. Van een economie was nauwelijks nog sprake, om van economische hervormingen maar te zwijgen. Pas in 1994 begon er heel voorzichtig een kleine opleving, onder extra ruimhartige begeleiding van het Internationale Monetaire Fonds.

Het 'arme', verslagen Azerbeidzjan intussen begon na de wapenstilstand in 1994 te bloeien en te groeien zoals een echte oliestaat betaamt. Azerbeidzjan leeft met veel meer gemak om het probleem-Karabach heen dan de Armeense overwinnaars.

Armenië heeft economisch niets om op terug te vallen, behalve de Armeense diaspora. Militair is het geheel afhankelijk van Rusland. Armenië is de enige voormalige Sovjet-republiek waar het Russische leger bases heeft mogen houden. De grens met Turkije en Iran wordt door gezamenlijke Russisch-Armeense grenstroepen bewaakt. Rusland gebruikt Armenië als veiligheidsbuffer en als hefboom om het rijke Azerbeidzjan mee onder druk te zetten. Met deze 'troeven' kan Armenië overleven, maar voor een economische opbloei is het te weinig.

Mafia-methodes

De preciese achtergronden van het vertrek van president-Ter-Petrosian zijn niet duidelijk. Zijn naam wordt de laatste jaren niet met democratie en heldenmoed in verband gebracht, maar met mafia-methodes om tegenstanders uit de weg te werken, verkiezingsfraude, het bespelen van belangengroepen en corruptie. Maar één ding is zeker: op de lange duur kan Armenië niet voort zonder een compromis over Karabach. Ter-Petrosian was bereid zo'n compromis te aanvaarden: volledige autonomie voor Karabach onder Azerdbeidzjaanse vlag. Zijn voorlopige opvolgers willen er niet van weten.

mailIcon print |