VVD-fractieleider Bolkestein heeft premier Kok voor de voeten geworpen met diens pleidooi voor een politiek van kleine stapjes risicomijdend gedrag te vertonen. In de Nederlandse politiek is dat een onzinnig verwijt aan een minister-president die leiding moet geven aan een kabinet dat bestaat uit drie partijen, waarvan er twee elkaar tot voor kort op leven en dood bestreden. Zo'n combinatie vergt van een premier het uiterste aan evenwichtskunst om de boel bij elkaar te houden. Kok zal er vermoedelijk om die reden niet te zwaar aan tillen. Misschien, al zal hij dat niet hardop zeggen, beschouwt hij het verwijt zelfs als compliment. Als geen ander moet een premier in dit land doordrongen zijn van de smalle marges van de politiek.
Nu mag ook niet worden aangenomen dat het Bolkesteins bedoeling was de premier te treffen. Hij heeft van Kok een hoge pet op en is tot nu toe niet zuinig geweest met complimenten over de wijze waarop de PvdA-leider aan zijn functie inhoud geeft. Anders dan Lubbers, onder wiens dominantie de liberalen in de jaren tachtig dikwijls kreunden, geeft Kok sterk uitdrukking aan de Nederlandse traditie van collegiaal bestuur. Bovendien heeft hij, gezien het brede vertrouwen dat hij onder de kiezers geniet, de belofte bij zijn aantreden gestand gedaan premier van alle Nederlanders te willen zijn.
De kritiek van Bolkestein heeft dan ook een andere achtergrond. In de paarse coalitie begint het te spannen. Het verzet van de PvdA-senatoren tegen het afschaffen van de ziektewet heeft laten zien dat de denk-omslag die Kok al in de vorige regeerperiode heeft ingezet, nog maar moeizaam wordt gevolgd. Het valt velen in de partij toch kennelijk zwaar afscheid te nemen van de verzorgingsstaat oude stijl, hoezeer ook duidelijk is geworden dat juist dat ruim opgetuigde stelsel van sociale regelingen de solidariteit heeft ondergraven. De komende periode zal moeten uitwijzen wat de betekenis van dit verzet is. Is er slechts sprake van oude reflexen of gaat er achter het tegenstribbelen van de senatoren een dieper liggende weerstand schuil?
Het congres van de PvdA, vandaag in Zwolle, zal voor het antwoord op die vraag een aanwijzing geven. Voor het tegenhouden van de privatisering van de ziektewet is het weliswaar te laat, maar de opstelling van het congres kan wel repercussies hebben op het debat over de andere opzet van de WAO en op de discussie over de sociale zekerheid op wat langere termijn. Bolkestein is daar niet gerust op en heeft, zoals coalitiepartners van de sociaal-democraten vanouds gewend zijn aan de vooravond van een PvdA-congres, een waarschuwingsschot gelost.
Misschien heeft in zijn achterhoofd de gedachte meegespeeld dat het in Zwolle al gauw verkeerd kan gaan. Ging zes jaar geleden zijn eigen partij er niet bijna ruziënd ten onder en blokkeerden de vroege sociaal-democraten in 1913 in deze stad niet de kans om het eerste paarse kabinet tot stand te brengen, om dat besluit met nog een kwart eeuw oppositievoeren te bekopen? Maar ook los van de plaats, hoe volgzaam zij zich de laatste jaren ook hebben opgesteld, PvdA-congressen dragen nog altijd de reputatie van onvoorspelbaarheid mee. Begrijpelijk dus dat de VVD-leider heeft aangegeven waar voor zíjn partij de grenzen liggen. Dat onderstreept eens te meer dat de marges voor dit kabinet smal zijn en dat de premier terecht waakt voor te drastische stappen.
Het moet de PvdA intussen te denken geven dat zij zich in deze coalitie, evenals in de vorige, in een defensieve rol heeft laten dringen. Dat maakt op de kiezers geen sterke indruk, zeker niet als daarbij het beeld wordt opgeroepen van een partij die vuile handen maakt en zelfs in het riool moet afdalen. Er ligt vandaag dan wel een resolutie van het partijbestuur met enkele offensieve nieuwe ideeën, maar na het tumult in de senaat over de ziektewet zal daarop weinig licht vallen. Hoewel hij anderhalf jaar geleden massale steun van het congres kreeg voor zijn paarse kabinet, inclusief het ingrijpende regeerprogram dat over de afschaffing van de ziektewet geen woord Spaans bevatte, moet Kok zich opnieuw afvragen of hij niet te ver voor zijn troepen uitloopt.
In die zin heeft Bolkestein in ieder geval geen gelijk met zijn opmerking dat Kok risicomijdend is. Als PvdA-leider heeft hij juist grote risico's genomen en op cruciale momenten van politieke durf getuigd. Het fenomeen is dat hij daarvoor in de eigen partij weinig handen op elkaar heeft gekregen. De verhouding tussen hem en de partij is nog altijd, van beide kanten, een enigszins afstandelijke. In dat opzicht is er een groot verschil tussen hem en Joop den Uyl. Kok is dan ook niet in de partij omhoog geklommen. Hij kwam in 1986 van buiten en dat is niet alleen maar nadelig gebleken. Vermoedelijk juist daardoor kon hij een einde maken aan de polarisatie-strategie van de partij en vertrouwen wekken bij politieke tegenstanders, in 1989 christen-democraten en in 1994 liberalen.
Het is dan ook niet zo vreemd dat Kok als premier onder veel kiezers, ook van andere partijen, en ook onder werkgevers veel vertrouwen geniet. Hij wordt niet als een partijman gezien, ofschoon paradoxaal genoeg wel als een authentieke sociaal-democraat. Niettemin steekt het Kok, zo blijkt vandaag in het vraaggesprek van deze krant met hem, dat vanuit zijn partij twijfel wordt gezaaid over de juistheid van de koers die hij in de vorige periode heeft ingezet. Hoewel hij die tegenstand uit eigen kring met veel omhaal probeert weg te praten ('Ik hou van tegen de wind in fietsen'), komt de aap uit de mouw in de opmerking dat hij op dat punt wel kwetsbaar is.
Los daarvan, Kok brengt vandaag naar Zwolle sterke politieke papieren mee. De partij wist waar ze aan begon, toen ze anderhalf jaar geleden het paarse regeerakkoord accepteerde, dat alleen tot stand kon komen door een grote uitruil tussen PvdA en VVD. De liberalen beloofden de hoogte en duur van de uitkeringen ongemoeid te laten, als de sociaal-democraten meewerkten aan het privatiseren van de werknemersverzekeringen.
De stand van zaken nu maakt duidelijk dat de komende maanden cruciaal worden voor de vraag of het paarse kabinet zal standhouden. Daarbij gaat het niet alleen om de WAO, maar ook om de volgende begroting, waarin de liberalen een sterk accent willen leggen op het aflossen van de staatsschuld, terwijl de PvdA meer oog heeft voor de koopkracht, vooral van de lage inkomens. Op zich is daar wel uit te komen, als de politieke wil om de samenwerking voort te zetten aanwezig blijft. Vandaag moet in Zwolle blijken in hoeverre de PvdA bereid is daarin te investeren.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.