PARIJS (Reuters, AFP) - De kwestie-Dreyfus zorgt honderd jaar later nog voor grote beroering in het Franse parlement.
De socialistische premier Lionel Jospin moest gisteren tegen woedende rechtse parlementariërs worden beschermd, nadat hij had vastgesteld dat rechts destijds vrijwel unaniem tegen Dreyfus gekant was.
Kapitein Alfred Dreyfus, een joodse officier in het Franse leger, werd in 1894 gearresteerd en tot levenslange gevangenisstraf veroordeeld omdat hij zou hebben gespioneerd voor Duitsland. Al snel werd duidelijk dat hij onschuldig was, maar het duurde tot 1906 voordat Dreyfus vrijkwam. De zaak verdeelde Frankrijk tot diep in de botten. Premier Jospin leidde dinsdag de plechtigheid ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van Emile Zola's krantenartikel 'J'accuse' (Ik beschuldig). Zola nam het in dit stuk op voor Dreyfus.
Premier Jospin bracht gisteren in de Assemblée Nationale de zaak ter sprake in de beantwoording van een Kamervraag. Jospin werd gevraagd hoe Frankrijk dacht over de herdenking van de afschaffing van de slavenhandel 150 jaar geleden en wat de rol was van Frankrijk daarbij in de zeventiende en achttiende eeuw. Jospin antwoordde daarop: “Links was zeker voor afschaffing en dat was niet het geval bij rechts. . . net zoals links voor Dreyfus was en rechts tegen hem”.
Na deze uitspraak leek de zaal te klein. Afgevaardigden van de oppositie schreeuwden, floten en balden woedend hun vuisten. Van alle kanten werd hem toegeroepen dat hij zich diep moest schamen en beter kon aftreden. Jospin, die beschermd moest worden door veiligheidsagenten tegen de parlementariërs, probeerde daarop wat knullig de zaak te sussen. Maar het kwaad was al geschied. Conservatieve parlementariërs verlieten schreeuwend de zaal. Jospin sputterde nog: “Ik maakte alleen een opmerking over historische waarheden. Ik zei niet dat het huidige rechts tegen Dreyfus gekant is.” De premier weigerde excuses te maken.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.