Het bedrijfsleven in Nederland bulkt van het geld. Dat is bijzonder, maar misschien ook wel een veeg teken. Daar komt bij dat nieuw geld aantrekken door de hoge beurskoersen voor concerns aantrekkelijk is.
Op de valreep van het nieuwe jaar koopt Aegon 'even' een Amerikaanse verzekeraar op voor 6,1 miljard gulden. Ahold had al vriend en vijand verbaasd met de aankoop van een gigantische winkelketen in de VS. Zo zijn er in 1996 nog een paar grote overnames over de grens geweest. Nederlanders zijn enorme spaarders. Via werkgevers, verzekeringspolissen, bankrekeningen en beleggingen zetten ze geld opzij voor later. Dat geld komt vooral terecht bij grote marktpartijen. Vaak zijn dat concerns die menen aan Nederland als thuismarkt niet genoeg te hebben en zich een betere uitgangspositie op de wereldmarkt willen veroveren. Daarmee lijkt niets mis, zolang die concerns tenminste goed uit hun ogen kijken. Toch is er bij het bezien van de enorme omvang van Nederlandse aankopen in het buitenland, wel enig onbehagen. En dat is niet alleen omdat maar weinig concerns erin slagen om de fusievoordelen daadwerkelijk binnen te halen. Dat onbehagen heeft vooral te maken met het feit dat kapitaal accumuleert bij grote instellingen. Juist die voeren per definitie, dat voelen ze zich aan hun klanten verplicht, een behoudende koers. Van dat 'rentenieren' profiteren de kapitaalbezitters en spaarders, maar bijvoorbeeld de werklozen in Nederland schieten er niets mee op. Die zouden er baat bij hebben als ondernemende zakenmensen in Nederland gemakkelijker aan geld kunnen komen om een zaak op te zetten. De overweldigende overname-golf door Nederlandse bedrijven in het buitenland maakt glashelder dat er heel wat geld beschikbaar is. Het ware wenselijk die rijkdom ook beter te benutten in eigen land. Het lijkt nu nogal onevenwichtig: de Nederlandse samenleving zit kennelijk zo in elkaar dat het geld vooral naar de grote hoop stroomt.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.