De reclamespreuk 'Er is er altijd wel een in de buurt' gaat ook op voor bedevaartplaatsen. Volgens deel één van het lexicon Bedevaartplaatsen in Nederland zijn er alleen al 210 bedevaartsoorden in Noord- en Midden-Nederland. De evenzovele oorden in Noord-Brabant en Limburg komen respectievelijk in de delen twee en drie aan de orde.
Het P.J. Meertens-Instituut vult met het lexicon van bedevaartplaatsen een lacune in het wetenschappelijk onderzoek naar dit onderdeel van de religieuze cultuur. Dit instituut heeft een enigszins onbenullig imago gekregen door J.J. Voskuils romancyclus Het Bureau. Maar wat die wetenschappers daar nu precies uitvoeren en hoe onnuttig dat soms ook moge zijn, het doet er niet toe. De werkzaamheden waarover Voskuil met een zekere minachting schrijft, hebben bij dit bedevaartproject geleid tot een prachtig naslagwerk.
Bedevaartplaatsen in Nederland is niet alleen een waardevol wetenschappelijk werk over slapende en actieve bedevaartsoorden. Het is ook de gespecialiseerde collega van boeken als Lekker weg in eigen land en Er-Op-Uit. Er vallen talloze uitstapjes en alternatieve stadsbezichtigingen uit af te leiden. De vele illustraties maken het bovendien een heerlijk bladerboek en verhalen over de herkomst van de verering en over de mirakels zijn vaak hoogst vermakelijk.
Het mirakelverhaal van de kapel op het Begijnhof in Amsterdam - onderdeel van de Stille Omgang - draait om een miraculeuze hostie. In 1345 kreeg een man het heilig sacrament toegediend. De zieke kon een braakneiging niet onderdrukken en spuwde de hostie uit in de brandende haard. Hij had de hostie onbeschadigd uitgebraakt, maar nog opmerkelijker was dat het haardvuur het brood niet had aangetast. Een priester nam de hostie de volgende dag mee naar de Oude kerk te Amsterdam. De hostie keerde echter bij herhaling op wonderlijke wijze terug naar het huis van de man. Deze terugkeer maakte duidelijk dat het huis een heilige plaats betrof die in ere gehouden moest worden. Zo is de devotiekapel ontstaan en een van de bedevaartsplaatsen in Amsterdam.
Het lexicon Bedevaartplaatsen in Nederland bestaat uit individuele beschrijvingen van de bedevaartsplaatsen. Die cultusbeschrijvingen zijn op dezelfde manier opgebouwd: kerngegevens, topografie, cultusobject, verering en bronnen. De structuur van de lemma's is weliswaar uniform, de behandeling is verschillend.
Deze verschillen zijn ontstaan doordat meer dan honderd auteurs uit diverse wetenschappelijke disciplines aan het lexicon hebben gewerkt, doordat de oude bronnen niet op dezelfde manier getoetst of gebruikt zijn en doordat de gevonden hoeveelheid devotioneel drukwerk en ander materiaal per bedevaartsoord verschilt. Er is een goede reden om het lexicon zo te publiceren: “Een streven naar perfecte beschrijvingen zou de verschijning van dit lexicon naar de (verre) toekomst hebben doen verschuiven.” Voor de niet-wetenschappelijke lezer zijn deze verschillen niet belangrijk, als hij ze al opmerkt. Die lezer zal Bedevaartplaatsen in Nederland vooral gebruiken als naslagwerk om over die bedevaartsoorden te lezen waarin hij geinteresseerd is.
Je kunt je interesseren voor een bepaalde plaats omdat die in de buurt is of omdat je die gaat bezoeken. Het boek zelf wekt ook interesse op voor bepaalde plaatsen door de lijsten achterin. Uit de lijst van chronologisch geordende bedevaartplaatsen blijkt bijvoorbeeld dat de oudste tot op de dag van vandaag actief is. De heilige Adalbert wordt al vanaf de achtste eeuw vereerd in Egmond-Binnen in de St. Adelbertabdij en op de St. Adelbertakker.
Adalbert was in onze streken als missionaris werkzaam. Na zijn dood, omstreeks het midden van de achtste eeuw, werd hij in Egmond begraven. Toen men in 922 zijn gebeente opgroef, bleek de wade waarin het lichaam was gewikkeld geheel intact en onaangetast en er ontsprong een bron met geneeskrachtig water. Dit bewijst Adalberts heiligheid en was voor veel al dan niet zieke pelgrims reden om deze plaats te bezoeken.
Uit de Vita Sancti Adalberti (ca. 985) blijkt dat Adalbert leden van de Hollandse grafelijke familie heeft genezen van koorts en blindheid. Overigens gingen niet alle pelgrims vrijwillig naar Egmond. In de 14e en 15e eeuw werden tientallen echt- en vredebrekers uit Holland, Zeeland en Vlaanderen gestraft met opgelegde bedevaarten naar Sint Adalbert.
Jaarlijks komen op de zondag na het feest van Sint Adalbert (25 juni) parochianen, monniken van de abdij en pelgrims samen op de St. Adalbert-akker om de eucharistie te vieren. Deze akker ligt rondom de oude Albertusput met het geneeskrachtige water. De gelovigen worden hiermee op het feest van de heilige besprenkeld, pelgrims drinken het en er zijn mensen die het mee naar huis nemen voor hun zieke huisdieren. Het water kan door iedereen worden opgepompt en de akker is vrij toegankelijk.
Door dit soort informatie is Bedevaartplaatsen in Nederland niet alleen een mooi naslagwerk en een geschiedenisboek van bedevaarts-oorden in Noord- en Midden- Nederland. Het is ook het handboek van iedere praktiserende pelgrim. De ontdekkingstocht langs 210 bedevaartplaatsen, de lijsten van cultusobjecten en van de plaatsen per provincie en de enthousiasmerende illustraties en vereringsverhalen maken Bedevaartplaatsen in Nederland zowel tot hebbeding als tot pelgrimsbijbel.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.