*

 
dossier

Archief

'Permanent in Berlijn, ik moet er niet aan denken'

Co Welgraven − 28/08/99, 00:00

Trouw bekijkt hoe de verhuizing van regering en Bondsdag van Bonn naar Berlijn verloopt. Vandaag de zevende en laatste aflevering: de pendelaar.

Veel zin om te gaan pendelen, heeft hij niet, maar Achim Glomb zal wel moeten want vanaf september vergadert de Bondsdag, waarvan hij chef-bode is, in Berlijn. Hij zit tegen z'n pensioen aan ('ik moet nog een jaartje'), dus een andere baan om maar in Bonn te kunnen blijven, zit er niet in. Bovendien is hij behoorlijk verslingerd aan zijn functie: ,,Ik sta midden in het politieke bedrijf, daar ben ik wel trots op.''

Maar dat pendelen tussen twee steden die zeshonderd kilometer uit elkaar liggen, is een heel gedoe en Glomb zucht en steunt dan ook als hij aan het komende parlementaire jaar denkt. Hij verzet zich krachtig tegen het beeld dat ambtenaren in de watten worden gelegd en dat er voor hen de komende jaren tussen Bonn en Berlijn sprake is van 'een gouden brug'. Die term is afkomstig van de Bond van belastingbetalers die elke mark die de overheid uitgeeft eigenlijk al te veel vindt en die de reisvoorzieningen als 'pure geldverspilling' bestempelt.

,,Ik weet niet of je het een gouden brug kunt noemen, ik vind dat zwaar overdreven. We mogen wel twee jaar lang gratis met de trein reizen, maar daar staat tegenover dat ik twee huishoudens moet gaan voeren. Dat kost nogal wat, en zoveel verdien ik niet. En Berlijn is een dure stad, dat heb ik nu al gemerkt. Ik heb een huurhuis in het oosten van de stad gevonden, m'n vrouw blijft in onze woning in Bonn. Na m'n pensioen willen we daar weer met z'n tweeën gaan wonen. Nee, permanent in Berlijn, ik moet er niet aan denken.''

Voor de duizenden pendelaars laten chartermaatschappijen extra toestellen vliegen en leggen de Spoorwegen speciale hogesnelheidstreinen in die onderweg nergens stoppen. Vooral over die laatste mogelijkheid is Glomb zeer te spreken: ,,De verbinding is uitstekend, ik kan niet anders zeggen. Je bent er in minder dan vijf uur.'' Maar de strakke regels die van hogerhand zijn opgelegd, bevallen hem in het geheel niet: ,,Slechts eens in de drie weken wordt je eerste voorkeur gehonoreerd, de andere twee weken moet je maar afwachten wanneer je weg kunt. Het kan gebeuren dat je pas vrijdagnacht in Bonn aankomt, en dat je zondagmiddag vroeg al weer weg moet. Nee, op maandag met de trein reizen mag niet, iedereen moet dan 's ochtends vroeg weer present zijn.'' In ambtelijke termen heet het dat pendelaars moeten reizen op tijden die 'passend' zijn gezien hun functie en 'sociaal verdedigbaar'. De belangstelling voor het pendelen valt nog zwaar tegen. Er zijn al een paar extra vliegtuigen en treinen geschrapt. Maar de organisatoren verwachten dat na het zomerreces de stoelen steeds snel geboekt zullen zijn.

Nogal wat jongere collega's van Glomb hebben in Bonn een andere baan gezocht. Moeilijk was dat niet, want de werkloosheid in het oude regeringscentrum is laag en er komen, als compensatie voor het vertrek van de Bondsdag en de meeste ministeries, een paar semi-overheidsinstellingen naar de stad aan de Rijn. ,,In Berlijn zijn veel nieuwe collega's, die moet ik allemaal inwerken. Het zal een zwaar jaar worden, vrees ik.''

Met 'treurnis en weemoed' verlaat Glomb z'n oude werkplek. Hij weet wat hij had en weet niet wat hij krijgt: ,,Bonn en de Bondsdag hoorden bij elkaar, je wist niet anders. Ik ken elk hoekje van het gebouw, ik heb het werk hier helemaal onder de knie. De Rijksdag is een stuk groter, de afstanden in Berlijn zijn veel langer. Wat mij betreft waren we hier in Bonn gebleven. Maar de grote politiek heeft anders beslist. Dat is jammer.''

mailIcon print |