DEN HAAG - In de luttele minuten spreektijd die hem waren toegemeten als voorzitter van een tweemansfractie, bracht GPV-leider Gert Schutte de gezagscrisis bij Justitie gisteren terug tot haar kern: “Ambtenaren hebben veel rechten en maar één plicht, te weten dienstbetoon aan het bevoegde gezag.”
Schutte vond dat de Tweede Kamer in het debat over de opstand van het openbaar ministerie (OM) tegen minister Sorgdrager unaniem en ondubbelzinnig het signaal diende af te geven dat de ambtenarij in een democratie ondergeschikt is aan de politiek. Het belang van dat signaal was volgens hem zo groot, dat een discussie over de positie van Sorgdrager nu niet van pas kwam. Vanwege het risico dat zo'n debat over de politieke levenskansen van de minister de hoofdvraag zou overschaduwen.
In een gesprek na afloop toont Schutte daarom zijn ergernis over de rol die het CDA in het Kamerdebat speelde. Hij meent dat CDA-leider De Hoop Scheffer de aandacht heeft afgeleid van de onaanvaardbare opstelling van de opstandige procureurs-generaal, door in een motie Sorgdragers positie in het geding te brengen.
“Het is jammer dat het CDA een onomwonden en unanieme Kameruitspraak over de noodzaak dat ambtenaren dienstbaar zijn aan de politiek, heeft verhinderd. Het merkwaardige is dat ook het CDA vindt dat een opstand van het openbaar ministerie niet door de beugel kan. Een slechte, onbegrijpelijke motie van het CDA. Ze moeten het voeren van oppositie nog steeds leren.”
Schutte was van meet af aan bezorgd dat de Kamer vanwege de ernst van de gezags- en vertrouwenscrisis bij Justitie geneigd was geen detail onbesproken te laten. “Daarom had ik ook geen behoefte aan meer spreektijd. Het hoefde geen lang debat te worden. Anders zou het over van alles en nog wat gaan, met het risico dat na afloop onduidelijkheid zou bestaan over de zeggenschap van de minister over het OM. Het OM zou daarvan ongetwijfeld gebruik maken. Daarom moest de Kamer als geheel, oppositie én coalitie, een duidelijk signaal geven.”
“In het geding is wie er in Nederland regeert, de regering of de ambtenaren. Daar mag geen enkele twijfel over bestaan. Er komen nog voldoende gelegenheden om in de Kamer de rol en de positie van Sorgdrager aan de orde te stellen, bijvoorbeeld bij het wetsontwerp over de politieke sturing van het OM.”
Met inachtneming van alle rechten die procureur-generaal Steenhuis heeft om degradatie of ontslag aan te vechten, meent Schutte dat de magistraat een grens overschreed op het moment dat hij Sorgdrager met een kort geding dreigde om publicatie van het kritische rapport over zijn handelwijze op te houden. Daarmee ontaardde de bescherming van zijn eigen rechtspositie in een gevecht met Sorgdrager over haar informatieplicht aan de Kamer.
“Dan ben je er kennelijk op uit de minister in haar functioneren als politiek ambtsdrager dwars te zitten. Docters van Leeuwen had die zet van Steenhuis niet mogen tolereren. 'Dato', had hij tegen Steenhuis moeten zeggen, 'alles goed en wel, maar dit kan niet'. Docters van Leeuwen dient de vereiste loyaliteit aan de minister in alle gevallen te laten prevaleren boven zijn solidariteit met een ondergeschikte die een rechtspositioneel conflict met Sorgdrager heeft. Hij koos de verkeerde kant. Dat mag de Kamer niet accepteren.”
De regel dat ambtenaren dienstbaar moeten zijn aan het openbaar gezag geldt volgens Schutte in het bijzonder voor hooggeplaatsten. Hoe hoger in rang, hoe zwaarder de plicht tot dienstbetoon weegt en hoe zorgvuldiger een ambtenaar met zijn rechten moet omgaan.
“De schade die wordt berokkend aan de loyaliteitsregel, is groter naarmate een ambtenaar hoger in de rangorde staat. Met het optreden van Steenhuis en Docters van Leeuwen is het functioneren van de rechtsorde in het geding. Dat is met een vergelijkbaar optreden van iemand van de gemeentereiniging niet het geval.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.