*

 
dossier

Archief

Allerarmsten hebben geen invloed op eigen toekomst

BARBARA BERGER − 01/02/96, 00:00

Binnenkort zal de Tweede Kamer de 'armoedenota' bespreken waarin extra maatregelen worden voorgesteld voor vrouwen, ouderen, allochtonen en daklozen. Ter voorbereiding op het debat ontmoetten PvdA-Kamerleden afgelopen week leden van de anti-armoedebeweging, waaronder de kerken. Samen met kardinaal Simonis vond fractieleider Wallage dat de armsten moeilijk bereikbaar zijn. Henri van Rijn van ATD-Vierde Wereld zat ook aan tafel bij de PvdA en constateert nu bitter dat de nota voorbijgaat aan de allerarmsten.

“De scheidslijn tussen armen en armsten is niet met cijfers en statistieken in kaart te brengen, maar wordt alleen gemarkeerd door gebeurtenissen in het leven van de allerarmsten. Daarover laten ze echter zelden iets los. Een van de redenen is dat hun eigenwaarde daarvoor te groot is.”

Henri van Rijn is al bijna dertig jaar betrokken bij ATD-Vierde Wereld, een internationale mensenrechtenbeweging van en met de armsten. De beweging is in de jaren zestig opgericht door een Franse priester, Père Joseph Wresinski, die vond dat de strijd tegen armoede geen 'recepten', maar duurzame lotsverbondenheid vereiste. 'Vierde Wereld' staat nu voor een internationale stroming waarin arme gezinnen en hun bondgenoten uit andere milieus optrekken in de strijd tegen uitsluiting en armoede.

Van Rijn: “Armsten zijn geen losse maatschappelijke gevallen, maar behoren tot een volk met een gemeenschappelijke geschiedenis en identiteit. Dit volk reikt over nationale grenzen heen en komt in zowel rijke als arme landen voor. Daarom ook de benaming 'Vierde Wereld'.”

In Nederland bestaat ATD-Vierde Wereld uit een klein aantal zogenaamde volontairs, die tegen minimumloon werken en een groep medestanders. Van Rijn stelt dat de beweging met zo'n 300 arme gezinnen in Nederland contact onderhoudt. ATD-Vierde Wereld organiseert gezinsvakanties op een boerderij in Overijssel, ontmoetingsdagen en de 'Vierde Wereld-universiteit' waarin de ervaringen van armoede worden uitgewisseld, en sociale vaardigheden worden getraind.

ATD-Vierde Wereld vindt dat de mensenrechten van de armsten worden geschonden. Van Rijn: “Artikel 12 van de Universele verklaring van de rechten van de mens spreekt zich bij voorbeeld uit tegen willekeurige inmenging in iemands persoonlijke aangelegenheden. Wat de sociale instanties nu aan armen vragen over hun privéleven schendt dit recht. Het is ronduit vernederend.”

Van Rijn stelt dat de armoedenota alleen de bovenlaag van de armen bereikt, mensen die als eerste generatie in hun familie door omstandigheden - een scheiding, plotseling ontslag, partnerverlies, ziekte - arm zijn geworden. In een aantal gevallen mensen met een opleiding, die relatief snel met een kleine duw van de overheid, wat extra geld of scholing, uit hun problemen kunnen zijn.

Van Rijn: “In de praktijk zijn de verschillende doelgroepen uit de armoedenota - bijstandsmoeders, allochtonen, ouderen, daklozen - nog eens per groep onderverdeeld in een bovenlaag en een harde kern daaronder. Die laatsten zitten al generaties lang gevangen in armoede en hebben heel andere problemen dan de bovenlaag. Het begint ermee dat ze al hun zelfvertrouwen kwijt zijn. Iedereen zegt dat ze niks kunnen en zo zijn ze het zelf ook gaan geloven. Die groep bereik je niet met een beetje extra geld of scholing, want ze geloven er niet meer in. Hun vertrouwen moet je langzaam winnen door hun situatie eerst te onderkennen en te onderscheiden van de 'nieuwe armen'. Dat doet de nota niet.”

Van Rijn noemt een voorbeeld, geheel tegen de tijdgeest in. “Ik wil niets afdingen op de feminisering van armoede, waar de nota op inspeelt, maar dat probleem speelt niet bij de allerarmsten. Vrouwen hebben als moeder nog een maatschappelijke erkenning. Terwijl mannen die het almaar niet redden zichzelf zien als mislukkelingen, gaan zwerven en soms aan de drank raken.”

Met een enkel gesprek zullen politici nooit te weten komen wat de armsten beweegt, stelt Van Rijn. “In het eerste contact zullen de armsten wantrouwend zijn, zo van 'wat komt die hier doen?' Dan zullen zij altijd alleen maar het verhaal ophangen dat je graag wilt horen. Want ze willen niet opnieuw vernederd worden. Als je echt wilt weten wat de problemen zijn, dan is opbouw van een vertrouwensrelatie nodig, moet je alle maatregelen durven laten toetsen door de allerarmsten zelf.”

Volgens Van Rijn zijn de Franse en de Belgische regering verder: ze hebben leden van ATD-Vierde Wereld 'totaalplannen tegen armoede' laten maken en hun beleid daarop ten dele afgestemd. “Als de allerarmsten worden bereikt, weet je zeker dat alle anderen ook van de maatregelen profiteren.”

De armoedenota beantwoordt niet aan de verwachtingen die Van Rijn heeft van de regering in dit internationale VN-jaar tegen armoede. “Landen horen iets te doen. In Nederland is er nog niets gebeurd, de regering heeft nog niet eens een comité ingesteld.” Dat de katholieke kerk nu weer betrokken is bij de armoedediscussie, waardeert Van Rijn. “De ordes en congregaties in de katholieke kerk zijn in de vorige eeuw begonnen met ziekenzorg en onderwijs voor de armsten. Doordat zij meegingen met de rijkeren verloren ze het contact met de armsten. Nu het weer slechter gaat met de ordes en congregaties, komen ze terug bij hun wortels.”

Om de 'afroming van de armoedestrijd door een bovenlaag' tegen te gaan, toetsen de volontairs van ATD-Vierde Wereld voortdurend of ze nog wel voor en met de echt armsten werken. Van Rijn geeft een voorbeeld hoe het volgens hem niet moet: “Kijk naar het Montessori-onderwijs. Dit is ooit begonnen bij de armsten, om ook hun een kans te geven. Nu zitten er uitsluitend kinderen uit heel andere milieus op Montessori-scholen. Met name de rijken plukken de vruchten van de strijd tegen armoede.”

mailIcon print |