*

 
dossier

Archief

'We voelden vooraf dat het mis zou lopen'

Ruud van Haastrecht − 13/09/99, 00:00

Sinds vrijdag kent iedereen haar gezicht. Op de journaals was te zien hoe ze op Schiphol haar familie huilend in de armen viel. Een maand als waarnemer op Oost-Timor is Saskia Kouwenberg (47) niet in de koude kleren gaan zitten. Maar bitter is ze niet, noch wijst ze met de beschuldigende vinger naar Indonesië. Saskia Kouwenberg is en blijft een positief denkend mens. ,,Ik geloof niet dat er één partij puur slecht is en de andere puur goed. In het leven moet je constant wegen zoeken om mensen de kant van het goede uit te laten gaan in plaats van het kwade.''

Vanaf haar veilige terugkeer de ochtend ervoor heeft ze nog geen rustig moment gekend. Ze rent van televisiecamera naar radiomicrofoon. Pas op deze lome nazomermiddag kan ze even onderuitzakken bij haar zus thuis in hartje Amsterdam. Buiten zindert de zon en klinkt klassieke muziek over de daken. Strakjes nemen ze de trein, naar het Brabantse platteland, waar haar moeder woont. Ze zit er eigenlijk helemaal doorheen. ,,Ik voel me helemaal leeg, gemangeld.'' Maar ze vindt dat interviews horen bij het afronden van haar missie. Morgen mag ze uitpuffen, nu nog even niet.

Intussen bekommert haar zus zich om haar. Bezorgd informeert die of ze wel vitaminepillen heeft genomen en zet voor haar neus een grote kom fruitsalade op tafel. Tijdens het gesprek lepelt Saskia Kouwenberg die langzaam weg. Ogenschijnlijk onaangedaan verhaalt ze van haar ervaringen op Oost-Timor. Eén keer stokt ze en moet ze even wat wegslikken voordat ze verder kan gaan.

De maand op het naar onafhankelijkheid strevende eiland in de Indonesische archipel typeert ze als 'de slechtst denkbare nachtmerrie.' Met haarzelf in de rol van toeschouwer. Maar machteloos voelde ze zich niet. ,,Het maakt wel degelijk uit of ik een maand aan het strand lig te bakken of op Oost-Timor ben. En er zit toch beweging in de situatie daar. Al blijft het onbeschrijfelijk dat deze tragedie heeft kunnen gebeuren. Nee, de ellende moet niet gebeuren om het uiteindelijk beter te maken'', reageert ze heftig. ,,De ellende gebeurt!''

Saskia Kouwenberg is een spiritueel mens. Maar wil je haar op de kast krijgen, dan moet je beginnen over karma. ,,Ik ben allergisch voor dat New Age-denken, dat durft te zeggen tegen Oost-Timorezen die het slachtoffer worden van geweld dat ze in hun vorig leven wel dat of dat gedaan zullen hebben. Ik vind dat het summum van egoïsme.''

Ze mediteert dagelijks, waaruit ze de energie put voor haar aanhoudende inzet voor een betere wereld. De kiem werd ooit gelegd toen ze als 19-jarige door Pakistan, India en Nepal trok, landen waar je de armoede niet over het hoofd kunt zien. ,,Toen besefte ik voor het eerst dat er ongelijkheid is.'' Maar het raakte op de achtergrond toen ze bij de film ging. Jarenlang werkte ze onder regisseur Paul Verhoeven, met wie ze nog steeds bevriend is.

Na de vredesdemonstraties in het begin van de jaren '80 keerde ze de film de rug toe. ,,In onze westerse maatschappij heb je de luxe om te kiezen wat je doet met je leven. Ik besloot toen dat ik in mijn leven graag een bijdrage wil leveren aan een betere wereld, hoe banaal dat ook klinkt.'' Tot op de dag van vandaag is ze fulltime-actievoerster, slechts ondersteund door wat familie en vrienden. Ze heeft weinig nodig. Haar kleren zijn tweedehandsjes van haar zussen, boeken en cd's leent ze en ze leeft gezond, zonder koffie, sigaretten of alcohol. Al is ze op Oost-Timor wel weer gaan drinken.

Wanneer ze kijkt naar het Nederland van de jaren '90, dat als dag en nacht verschilt van de idealistische softe samenleving rond 1980, heeft ze wel eens het idee dat ze 'de dans ontsprongen is'. ,,Zoals je door een beet van een mug malaria kunt krijgen, zo kun je ook in de greep raken van het materialisme. Ik heb het nooit normaal kunnen vinden dat mensen accepteren dat er miljardairs op deze wereld zijn en dat tegelijk mensen van de honger omkomen.''

Vanaf haar aankomst op Oost-Timor, twee weken voor de volksraadpleging over afhankelijheid, heeft ze geen moment het gevoel gehad dat dit goed kon aflopen. ,,Er heerste voortdurend een sfeer van intimidatie en bedreigingen. Onze waarnemersteams zijn bedreigd. Ze werden tegengehouden door Indonesische milities bij wegversperringen. Die dreigden dat ze hun auto in brand zouden steken als ze zouden doorrijden. Of ze schoten in de lucht. Waarnemers zijn gestompt en geslagen. Er zijn mensen van ons bedreigd.''

,,Bij één jongen zetten ze zelfs het pistool op zijn voorhoofd. Dan kun je je voorstellen wat er met de Oost-Timorezen zelf gebeurt, die veel minder bescherming achter zich hebben dan wij. Wij voelden vooraf dat er iets aan zat te komen, maar niet van deze allesvernietigende aard. Maar we hadden zoiets van: als het misloopt, dan moet er iemand bij zijn als getuige.''

Hoe snel kunnen dingen gaan. Half juni wist Saskia Kouwenberg niet eens dat ze twee maanden later coördinator zou worden van 125 mensen uit de hele wereld die toezagen op het verloop van het referendum op Oost-Timor. Al was ze al eens eerder diep betrokken geweest bij de onafhankelijkheidsstrijd van de voormalige Portugese kolonie. In 1991 maakte ze als freelance journaliste mee hoe een demonstratie van nationalisten in de hoofdstad Dili door het Indonesische leger op bloedige wijze uiteen werd geslagen. ,,Het Dili-massacre'', noemt ze het met een Engels woord.

Het was Kouwenberg die filmopnamen van het bloedbad het land wist uit te smokkelen. Door de beelden schrok eindelijk de wereld over wat er aan de hand was op het vergeten eilandje in de Indonesische archipel. Een half jaar lang reisde Kouwenberg langs alle internationale organen om aandacht te vragen voor Oost-Timor. Daarna liet ze het los en keerde terug naar Australië, waar ze met haar toenmalige man leefde. Andere dingen vroegen om haar aandacht, zoals de overlevingsstrijd van de aborigines.

Maar toen ze half juni op Internet een oproep las voor waarnemers bij de volksraadpleging wist ze wat haar te doen stond. Na het plegen van een telefoontje of wat ontdekte ze met plaatsvervangende schaamte, dat nog niet één Nederlander zich had aangemeld. Ze ontketende een bliksemactie voor een Nederlandse waarnemersdelegatie. En via hulporganisaties als ICCO, Novib, de hervormde kerk en X-Y schraapte ze 80 000 gulden bij elkaar voor de reis. Bij Buitenlandse zaken kreeg ze tot haar ergernis nul op het rekest. Sinds de kwestie met Pronk heerst daar absolute koudwatervrees om Indonesië voor de voeten te lopen, was haar indruk. ,,Ze wilden gewoon geen risico lopen met Indonesië, dat gevoel had ik.''

Koud op Oost-Timorese bodem werd ze gebombardeerd tot coördinator van de 125 waarnemers. Als een spin in het web ving ze de bevindingen op van de verschillende teams die over het eiland uitzwermden. De rapporten die ze met een paar anderen de wereld instuurde, werden naarmate de verkiezingsdatum naderde, steeds verontruster van toon. Het hielp echter niet, net zomin als hun brieven aan VN-secretaris-generaal Kofi Annan en de Indonesische presidenti Habibi. En ze haalt een brief uit een kartonnen map tevoorschijn waarin ze de VN-chef op 3 september waarschuwt voor een ophanden zijnd bloedbad. Een dag later was het spel op de wagen, alle sussende woorden van de Indonesische politie ten spijt dat zij de orde zouden handhaven. Met medeweten van de hoogste kringen van Indonesische regering was dit scenario van te voren bedacht, zegt ze nu. Toen zelfs het Rode Kruis door Indonesische doodseskaders werd aangevallen, hakte ze de knoop door. Het werd te gevaarlijk voor het overgebleven groepje waarnemers. Met pijn in het hart vertrokken ze. ,,Iedereen huilde, zelfs al die volwassen mannen.''

De komst van een VN-vredesmacht heeft volgens haar nog steeds zin, zelfs al ,,is de vernietiging van het eiland zowat compleet. Er zitten nog overal vluchtelingen. Elke minuut telt. Want elke minuut kost mensenlevens.''

mailIcon print |