*

 
dossier

Archief

Rentedaling stimulans voor topberaad G 7

WIM SCHOUTENDORP − 20/01/96, 00:00

AMSTERDAM - De zeven belangrijkste industrielanden (G 7) komen vandaag in Parijs bijeen om te overleggen over mogelijkheden de haperende wereldeconomie weer op te krikken.

Sinds de vorige vergadering van de ministers van financiën en centrale-bankpresidenten van de Verenigde Staten, Canada, Japan, Duitsland, Engeland, Frankrijk en Italië - vorig jaar oktober in Washington - is de economische lucht danig betrokken. De groei in de VS houdt niet over, het herstel in Japan is nog bijzonder zwak, terwijl Duitsland en Frankrijk juist recent te maken kregen met een scherpe groeivertraging. Dat laatste leidt niet alleen tot een oplopende werkloosheid in die landen, het vormt bovendien een bedreiging voor de beoogde Europese monetaire unie in 1999.

Het is de vraag of de G 7 er vandaag in zullen slagen gezamenlijke initiatieven te nemen ter overwinning van de barrières voor verder economisch herstel. De Amerikaanse minister van financiën Robert Rubin heeft al laten weten dat er vanavond zelfs geen gemeenschappelijk slot-communiqué is te verwachten.

Het is niet voor het eerst dat er tijdens de periodieke topontmoetingen van de grote industrielanden weinig dadendrang te bespeuren valt. De belangrijkste reden is dat de landen van de G 7 sterk uiteenlopende belangen hebben. Zo dreigen er telkens bittere handelsconflicten tussen de VS, Europa en Japan.

Ook ten aanzien van de wisselkoersen staan de neuzen vaak in een verschillende richting. De Europese landen en Japan hebben overduidelijk baat bij een stijging van de nu historisch lage dollarkoers. Hun exportmogelijkheden zouden daarmee immers aanzienlijk kunnen verbeteren en een noodlijdend bedrijf als Fokker zou er zelfs vrij snel mee uit de gevarenzone kunnen komen. Maar hoewel ook de Amerikaanse minister Rubin nog deze week heeft herhaald dat een sterke dollar eveneens in het belang is van de VS, lijkt de regering in Washington zich er in de praktijk toch weinig druk om te maken wat de dollar doet.

Toch is er grond voor enig optimisme. Juist de afgelopen dagen bleek het zowel in Frankrijk als Engeland mogelijk de rente te verlagen. Half december al ging ook de rente in Duitsland en Nederland omlaag - deze is hier nu sinds de Tweede Wereldoorlog niet meer zo laag geweest - en naar vice-president Johann Wilhelm Gaddum van de Duitse Bundesbank donderdag verklaarde, is er door de geringe inflatie wellicht ruimte voor een nog verdere verlaging van de rente.

Een lage rente in Europa is gunstig voor investeringen in het bedrijfsleven. Neveneffect is bovendien dat er een opwaartse druk op de dollarkoers vanuit gaat. De Amerikaanse munt noteerde gistermiddag in Amsterdam alweer 1,6565 gulden. Dit betekent dat de gulden en ook de andere Europese valuta, waaronder de mark, naar verhouding minder hard worden en de export-positie op de wereldmarkt - en daarmee de economische groei - een steuntje in de rug krijgt.

Aan de vooravond van de G 7-top, die maandag wordt gevolgd door een bijeenkomst van de Europese ministers van financiën, verklaarde minister Rubin dat de “uitstekende prestaties” op het gebied van de inflatie in de VS, Duitsland en Japan “een zekere ruimte bieden om te antwoorden op de vertraging van de groei”. Misschien dat dergelijke geruststellende uitspraken, hoe vaag ook, toch een steentje kunnen bijdragen aan een herstel van het vertrouwen in de economische ontwikkeling.

mailIcon print |