*

 
dossier

Archief

COMPUTERCURSUS VOOR OMSCHOLENDE ACADEMICI

HENRIETTE LAKMAKER − 28/01/98, 00:00

“Af en toe denk ik: heb ik destijds het solliciteren wel hard genoeg geprobeerd,” zegt Tobias Kwakkelstein, politicoloog (27). Vier jaar geleden leverde hij op de Universiteit van Amsterdam een succesvolle scriptie af over het neo-liberalisme onder Thatcher en Lubbers, om daarna zijn kwaliteiten aan de maatschappij aan te bieden.

Zijn curriculum vitae was stevig genoeg: tijdens de studie was Kwakkelstein zelfs nog enige tijd hoofdredacteur van het faculteitsblad. Maar de arbeidsmarkt zat niet te wachten op een politicoloog annex journalist, hoe briljant ook.

De omzichtige spreekstijl van de sollicitant is nog te herkennen. “Ik had aanvankelijk de ambitie om de journalistiek in te gaan, maar ik wilde niet free lancen. Ik had behoefte aan regelmaat. Voor een plek aan een krant bleek ik niet over de juiste connecties te beschikken, en alle stages waren al vergeven.”

Nu wist hij wel dat dit vak, eufemistisch gesproken, niet bepaald de garantie op een betaalde baan geeft. “Ik zat op een middenschool waar het politiek bewustzijn sterk ontwikkeld was. Daar heb ik een klap van meegekregen. Ik twijfelde een tijdje tussen iets 'softs' of bouwkunde in Delft, maar ik wilde graag in Amsterdam studeren.”

Tenslotte werd het politicologie, om sociale vraagstukken als de verdeling van macht en kansen te kunnen bestuderen. Kwakkelstein studeerde er nog Russisch en economie naast om het vak meer body te geven. Via een uitwisselingsprogramma met Britse studenten kon hij een jaar lang terecht in het Noordengelse Durham en onderzocht daar de gevolgen van het Thatcherisme. Hij kreeg een negen voor zijn scriptie. Vervolgens ging de ene sollicitatiebrief na de andere de deur uit.

“Op de postdoctorale opleiding voor journalistiek werd ik niet aangenomen. En ik kon niet de discipline opbrengen om stukken te schrijven en rond te gaan brengen. Dat was het ene gebied waarop ik probeerde iets te vinden. Het andere was een functie in de beleidssfeer. Daar hanteren ze een hele strenge selectie, als je geen ervaring hebt kom je er niet. Eén keer ben ik vrij ver gekomen op het ministerie van Financiën, controle over de rijksbegroting. Dat leek me wel wat.”

Maar het werd niks. Een tijdje bereidde hij als freelancer bij politiek/cultureel centrum De Balie in Amsterdam debatten voor, “leuk werk, maar ik had niet de verwachting er te kunnen blijven.”

Gedurende een jaar zat hij op zo'n twee, drie sollicitatiebrieven per week, zowel open brieven of als reactie op een advertentie. Af en toe werkte Kwakkelstein voor een uitzendbureau.

Om moedeloos van te worden? “Nou nee, ik vond het niet zo erg. Het was meer mijn omgeving die vond dat ik dit naar moest vinden.” Ondertussen dacht de politicoloog na over de waarde en de dwang van het arbeidsethos. Hij had er tijdens zijn studie zelfs een boek over geschreven.

“Toen het bij De Balie ook niet lukte dacht ik: moet ik me niet eens breder oriënteren.” In de krant zag hij dat een organisatie omscholing aanbood aan werkloze academici met perspectief op een baan. Eenmaal een test met veel ouderwets rekenwerk doorstaan hebbend, kon hij meedoen aan de cursus van 'Origin', de informatica-dochter van Philips. Origin betaalde voor hem f 25.000 gulden, en bood een voorlopig arbeidscontract voor twee jaar. Mocht hij er voortijdig mee uitscheiden dan moest hij het geld terugbetalen.

“Het was wel spannend. Op het moment dat ik mijn handtekening zette had ik een aantal sollicitaties lopen, een daarvan was voor coördinator jongerenactiviteiten bij de Partij van de Arbeid. Op de dag van de handtekening had ik het eerste gesprek. Maar ik was er niet met mijn hoofd bij, door die cursus. Toen bleek dat het niets zou worden, besloot ik: volle kracht vooruit.” Kwakkelstein werd software-ontwikkelaar.

De cursus zelf was een onsamenhangend geheel, oordeelt Kwakkelstein. “Ik leerde veel omdat ik vanaf nul begon, maar niet omdat het inhoudelijk zulke goede stof was. De opleidingen werden half uitbesteed aan een ander bedrijf en voor de rest kreeg je algemene informatietechnologie, besturingsystemen en software.. Programmeren had ik snel in de vingers, dat is net een soort puzzle. Het viel me mee hoeveel creativiteit ik nog kwijt kon.” Hij bevond zich in het opleidingscentrum te Amsterdam Zuidoost in gemêleerd, overwegend mannelijk gezelschap: landbouwkundigen, juristen, economen en biologen. Inmiddels kan Kwakkelstein gemakkelijk een oorspronkelijke informatica-deskundige onderscheiden van een omscholer. “Dat zijn toch mensen met een bredere visie op de wereld.”

Waarom werd het de informatica-opleiding, en niet de managementscursus waarmee zoveel andere academici zich een baan aanmeten? “Omdat deze mogelijkheid er was. En omdat ik toch behoefte had aan praktisch en technisch werk, zoals ik op school al bouwkunde leuk vond. En eh, ook een beetje een argument is dat ik een Franse vriendin heb die nu hier woont en werkt, maar misschien gaan we over een paar jaar naar Frankrijk. Met de taal van het systeem heb ik meer kans om daar een baan te vinden.”

Het voorlopige arbeidscontract met Origin is inmiddels omgezet in een vast contract. De politicoloog controleert nu de nieuwe personeels- en salarisadministratiesysteem op de Fortis Bank in Utrecht, en gaat binnenkort opleidingen geven aan de systeemgebruikers. Het is een project dat tot zijn verbazing de begroting met miljoenen overstijgt zonder dat iemand er zenuwachtig van wordt - om maar een verschil met het studentenleven te noemen.

En zo staat Kwakkelstein elke dag tussen Amsterdam en Utrecht in de file met zijn auto van de zaak. Als je de vorige avond nog tot laat hebt gerepeteerd met de punkband is dat zwaar. Het arbeidsethos zit nog steeds niet helemaal geramd bij de ex-student. Hij denkt bovendien 'flex': “Ik zie dit niet als carrière maken, of als de baan van mijn leven. Ik wil het een paar jaar proberen; wie weet waar het me brengt.”

mailIcon print |