*

 
dossier

Archief

Janny Tuin: Een eigen zaak, ik begin er nooit meer aan

GEORGE MARLET − 27/05/95, 00:00

Dit is deel vier van een serie over failliete bedrijven in Nederland.

De ABN Amro-bank heeft haar auto, een Subaru Legacy in perfecte staat, inmiddels weggehaald om nog wat van de schuld te kunnen wegstrepen. “Ik was best trots op die auto. Het doet pijn hoor, als je 'm dan voor de laatste keer ziet wegrijden.” Janny Tuin (41) is zowel zakelijk als persoonlijk failliet verklaard. Ze heeft vorige maand zelf bij de rechtbank in haar woonplaats Breda faillissement aangevraagd. “Het ging niet meer. Ik heb echt alles geprobeerd, maar ik was te veel op mijn reserves ingeteerd.” Schamen doet ze zich - in tegenstelling tot de meeste andere 'gefailleerden' - absoluut niet: ze heeft eerlijk zaken gedaan en vertelt openhartig over de teloorgang van haar snoepwinkel. Over alle inspanningen om de zaak goed draaiende te krijgen. Over de tegenwerking of in ieder geval het gebrek aan medewerking van bank en gemeente. Want daarvan is ze overtuigd: als die twee zich soepeler en coöperatiever hadden opgesteld en 'Het Snoeppaleis' zodoende meer tijd had gekregen om zich te bewijzen, dan had het er allemaal heel anders uit kunnen zien.

Maar ja, dat is achteraf praten. Langer met Het Snoeppaleis doorgaan, dat was voor haar financieel, maar zeker ook lichamelijk niet langer vol te houden. “Ik deed de zaak 's morgens om tien uur open en dan had ik om half twaalf voor één gulden vijftig verkocht. Dagen met een omzet van 67 gulden met 25 gulden bruto winst, terwijl ik minimaal vierhonderd gulden nodig had om quitte te spelen.” De spanning (“Je ziet je levenswerk kapot gaan”) begon zich ook te vertalen in pijn in borst en hoofd. “Ik wilde toch doorgaan tot ik op een zaterdag hier in de keuken letterlijk instortte. Toen heb ik gezegd: als ik toch van niemand medewerking krijg, dan vraag ik maar faillissement aan. De rechtbank heeft me binnen een paar dagen failliet verklaard. De curator kwam gelijk om de sleutel van de winkel en de administratie mee te nemen.”

Een eigen zaak was ook voor Janny Tuin jaren lang een hartewens. In 1987 deed zich de kans voor om van loondienst over te stappen naar het zelfstandig ondernemerschap, als franchisenemer van het Jamin-filiaal aan het Brabantplein in Breda. Aanvankelijk ging dat redelijk goed, maar vanaf 1990 kwam de klad in de formule: de afdracht aan het Jamin-concern werd almaar hoger, terwijl de franchisenemer er steeds minder folders, posters, advertenties en acties voor terugzagen. Toen in 1993 Albert Heijn in beeld kwam als nieuwe eigenaar van Jamin, was ook voor Janny Tuin het moment aangekomen om de banden met het conern door te snijden en voor zichzelf te beginnen - onder de naam 'Javonie'.

Haar relatie loopt stuk. Wonen en werken lopen in Breda-oost naadloos in elkaar over en dat wreekt zich nu. Kwalijke verhalen doen de ronde in de buurt. Veel klanten kiezen partij voor Janny's partner en blijven uit de winkel weg. Het zal het begin van het einde blijken te zijn. “Door de terugloop in de omzet ga je interen. De vaste lasten lopen gewoon door. Ik heb toen al een van de twee winkelmeisjes eruit moeten doen.”

“Op het laatst werd de toestand aan het Brabantplein voor mij onhoudbaar. Ik kon aan de Haagdijk (een drukbevolkte en kinderrijke buurt richting centrum) voor dezelfde prijs een ander pand huren. Dat hebben we met man en macht opgeknapt en in vier dagen kon de winkel geopend worden, onder een andere naam: Het Snoeppaleis. Het zag er echt geweldig uit: een clown als huisstijl, roze bogen op de ramen. Bij de opening op 8 februari dit jaar waren er ook clowns. We hebben er echt alles aan gedaan om er een succes van te maken. Om zelf te scheppen hadden we honderd soorten snoep. Met carnaval heb ik nog met een kraampje langs de optocht gestaan, maar dan drinken de mensen meer dan ze snoepen. Acties deden we ook, het snoepje van de week bijvoorbeeld. Maar het zette allemaal niet genoeg zoden aan de dijk.”

Bank ABN Amro ziet de bui al langer hangen en heeft Janny inmiddels ondergebracht bij de afdeling bijzondere kredieten. Dat betekent onder meer dat de bank de kredietruimte op de rekening-courant flink verlaagt en strengere eisen stelt aan de betaling van rente en aflossingen. Met het afkopen en in de zaak storten van een lijfrentepolis verschaft Janny zichzelf eventjes lucht, maar het is van korte duur. Het enige winkelmeisje krijgt ook ontslag.

“Terwijl ik dus aan alle kanten probeerde te bezuinigen, liepen alle rekeningen en heffingen gewoon door. Begin maart had ik een gesprek bij de gemeente of ze me niet aan een voorschot of een lening konden helpen. Nee, was het antwoord, dan kon pas als het IMK (onderzoeksinstituut van het midden- en kleinbedrijf, red.) de winkel had onderzocht en dat kon wel een paar maanden duren.”

De verhuizing van het Brabantplein naar de Haagdijk bracht niet de gehoopte verbetering. De nieuwe lokatie leek goed, maar in de wijk wonen veel uitkeringsgerechtigden die hooguit wat snoep komen kopen als ze hun uitkering hebben ontvangen. Onplezierige ervaringen zijn er ook, met stelende kinderen en ouders die “de boel weleens eventjes komen verbouwen” als Janny haar beklag doet. Of met klanten die doodgemoedereerd in de winkel snoep uit de bakken 'proeven' en Janny de vreselijkste verwensingen toeschreeuwen als ze daar iets van zegt.

“Als ik zo terugkijk, heb ik naar dat soort dingen absoluut geen heimwee. Ik zou ook nooit meer een eigen zaak beginnen; daar heb je zo verschrikkelijk veel zorgen van. De markt is trouwens ook helemaal verziekt. Het Kruidvat verkoopt Merci-chocolade voor f 4,25. Ik kocht het in voor 4 gulden 35! Het is voor een kleine zelfstandige winkelier gewoon niet meer op te brengen. Maar het is raar: als ik ergens een leeg pandje zie, begint het toch weer te kriebelen.”

mailIcon print |